Fout was de handel, prachtig zijn de beelden

De West-Indische Compagnie liet zich in met massale slavenhandel. Een mooiere erfenis vormen de tekeningen, kaarten en schilderijen die zeelui op de reizen maakten, nu samengebracht in een schitterende WIC-atlas.

4-VELH-619_100, 22-12-2005, 14:39, 8C, 9646x6476 (1400+4348), 150%, NA-kaarten, 1/60 s, R68.7, G28.4, B26.6

Wat moet Nederland met zijn koloniaal verleden? Dat we ons in de zeventiende eeuw overal ter wereld land toe-eigenenden is allang geen reden meer voor nationale trots. Toen premier Balkenende vroeg om een wedergeboorte van de ‘VOC-mentaliteit’ was hoongelach zijn deel. En toen VOC-kopstuk Jan Pieterszoon Coen in Hoorn bij werkzaamheden van zijn sokkel viel, werd meteen een petitie gelanceerd om terugplaatsing te voorkomen.

Hoewel dus nog maar weinig mensen trots zijn op ’s lands eerste multinational, geniet de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in ieder geval nog een zekere bekendheid. Dat geldt voor haar jongere zusje, de West-Indische Compagnie (WIC), in veel mindere mate. Deze nv bezeilde vanaf 1621 de wereld ten westen van Kaap de Goede Hoop. De handel was een stuk minder succesvol dan die van de VOC en de handelswaar was, zeker naar moderne maatstaven, bepaald onverkwikkelijk. Misschien dat we de WIC daarom liever vergeten. In het ruim van haar schepen werden onder anderen slaven vervoerd.

Voor het enorme leed dat de slavenhandel met zich meebracht, is de laatste jaren groeiende aandacht. Zo werd bij de NTR onlangs de vijfdelige serie De slavernij uitgezonden. Nederland vervoerde tot de afschaffing van de slavernij in 1863 ruim een half miljoen mensen van Afrika naar plantages in Noord- en Zuid-Amerika. Velen van hen stierven tijdens de reis; de rest leefde en werkte onder erbarmelijke omstandigheden.

De geschiedenis van de WIC heeft Nederland, behalve een zekere rijkdom, dus weinig fraais opgeleverd. Weinig, maar niet niks. Want in archieven, bibliotheken en musea verspreid over de hele wereld heeft de compagnie een erfenis achtergelaten die er wezen mag: vele honderden kaarten, tekeningen, schetsen en schilderijen met daarop afbeeldingen van de verre, vreemde landen die de zeelui van de compagnie bereisden.

Dat grafisch materiaal is bijeengebracht in de adembenemend fraaie Grote atlas van de West-Indische Compagnie, die gisteren is gepresenteerd. Op ruim 400 pagina’s is met 550 afbeeldingen een flink deel van de kaarten te zien die in de periode 1621-1674 door de mannen van de WIC zijn vervaardigd, alles voorzien van uitgebreide toelichting.

Tussen 2006 en 2010 verscheen een zevendelige reeks atlassen waarin op eenzelfde oogstrelende manier het cartografisch verleden van de VOC in beeld werd gebracht. Van de WIC is veel minder materiaal overgeleverd, zodat dit project slechts twee banden zal beslaan.

In het vandaag verschenen eerste deel behandelen samenstellers Bea Brommer en Henk den Heijer de zogenoemde ‘oude WIC’. Dit was de compagnie die tussen oprichting in 1621 en bankroet in 1674 oorlog voerde met de Spanjaarden en Portugezen en nederzettingen veroverde en stichtte in Noord-Amerika (Nieuw Nederland) en Zuid-Amerika (de latere Antillen, Nederlands Brazilië).

De oude WIC ging na ruim vijftig jaar op de fles, omdat vrede met Spanje en Portugal ervoor zorgde dat een belangrijk deel van haar bestaansrecht wegviel. De compagnie was niet toegerust voor handel alleen. Er werd wel meteen een doorstart gemaakt. Het was deze tweede, ‘nieuwe WIC’ die zich toelegde op de handel in slaven.

In het eerste deel van de WIC-atlas zien we dus het Nederlandse rijk in ‘de West’ ontstaan. Er staan kaarten en stadsgezichten afgedrukt van Nieuw-Amsterdam (nu New York), maar ook impressies van de groene kusten van Brazilië en West-Afrika. Soms zijn het niet meer dan schetsen, gemaakt vanaf een schip dat aan zijn anker dobberde, dan weer zien we grootse schilderijen waarop de ontluikende wereldmacht van Nederland met olieverf wordt bejubeld.

De Grote atlas van de West-Indische Compagnie is een boek om uren in te bladeren. Wel met twee handen tegelijk, want de omvang is aanzienlijk. Na het bekijken van al dat moois blijft de lezer achter met gevoelens van bewondering voor de kundige kaartenmakers en tekenaars van de WIC. En, mede omdat de slavenhandel in dit deel nauwelijks aanwezig is, ook wel met een gevoel van, vooruit, trots. Een heus wereldrijk: niet slecht gedaan van die kleine republiek aan de Noordzee.

Bart Funnekotter

Bea Brommer en Henk den Heijer (red.): Grote atlas van de West-Indische Compagnie. Deel I. Asia Maior Uitgeverij, 418 blz., € 295 (tot 1 januari, daarna € 350).

    • Bart Funnekotter