Eurocrisis dwingt tot strenger pensioenbeleid

Ook Europa wil meer invloed op de pensioenstelsels van lidstaten. Pensioenfondsen krijgen strengere eisen en moeten over de grens kijken.

Eppo König

Zelfs de doden kregen in Griekenland pensioen. In de afgelopen tien jaar is ten onrechte 7 tot 8 miljard euro uitgekeerd aan overledenen, maakte Rovertos Spyropoulos, directeur van staatsverzekeringskas IKA, eerder deze week bekend. Het geld ging naar hun familie of naar spookrekeningen.

Voor de levenden zorgde Griekenland overigens ook goed na hun pensioen. Gepensioneerden kregen een staatspensioen dat bijna net zo hoog was als hun laatste salaris. Een onbetaalbaar stelsel weet heel Griekenland nu – net als de overige 26 lidstaten van de Europese Unie.

„Pensioenen worden steeds meer een gemeenschappelijke zorg”, zei de Hongaarse eurocommissaris László Andor van Sociale Zaken gisteren in Amsterdam op de tweede World Pension Summit, een internationaal pensioencongres met 300 deelnemers uit 40 landen. „Zeker als de overheidsuitgaven voor pensioenen in de ene lidstaat zware gevolgen kunnen hebben voor de anderen.”

Zo legitimeert ook de eurocrisis de groeiende invloed die Europa op de pensioenen van haar inwoners wil uitoefenen. Dit jaar nog komt de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, met een langverwachte, nieuwe beleidsvisie voor pensioenstelsels van de lidstaten – traditioneel een zaak van de lidstaten zelf. Dit ‘witboek’ moet leiden tot nieuwe Europese richtlijnen en wetgeving voor „betere, duurzame en veilige pensioensystemen”.

Een eenzijdig dictaat zal het niet zijn. Omdat regeringen en sociale partners graag zelf over hun pensioenen beslissen, heeft de Commissie vorig jaar een inspraakronde gehouden. Ongeveer 1700 partijen, van het Europese Parlement tot regeringen, vakbonden en pensioenfondsen, hebben daarvan gebruik gemaakt.

De Commissie zal ten eerste heldere en internationaal vergelijkbare financiële rapportages van de pensioenfondsen eisen. „Europa rijdt in de mist”, schetste Karel van Hulle, hoofd verzekeringen en pensioenen van de Commissie in Amsterdam, „En met honderd mijl per uur bots je dan al snel tegen een muur.”

Verwacht wordt dat de Commissie verder zal aandringen op zaken als verhoging van de pensioenleeftijd, het belang van aanvullende pensioenen en pensioensparen bovenop het staatspensioen en gelijke pensioenen voor mannen en vrouwen.

Los van het komende witboek, vrezen pensioenfondsen vooral strengere Europese eisen voor hun dekkingsgraad, het vermogen dat nodig is om nu en later pensioenen uit te kunnen keren. Als de bestaande Europese richtlijn voor pensioenfondsen eind volgend jaar wordt aangescherpt, zouden pensioenfondsen mogelijk dezelfde verplichtingen kunnen krijgen als verzekeraars: Solvency II. Het klinkt als een ruimteschip, maar het komt neer op een permanente dekkingsgraad van minimaal 99,5 procent. Nederlandse fondsen moeten wettelijk zelfs op 105 procent zitten, maar in de praktijk schommelt hun dekkingsgraad op en neer met de beurskoersen. Door de eurocrisis zitten sommigen nu tussen de 80 en 90 procent.

„Een onmogelijke eis”, zegt Gerard Riemen, directeur van de Pensioenfederatie van pensioenfondsen. Eurocommissaris Andor benadrukte gisteren echter het verschil tussen pensioenfondsen en pensioenverzekeraars te zullen onderkennen.

De Commissie wil verder het vrije verkeer van pensioenfondsen in Europa vergemakkelijken – ook iets waar Nederlandse pensioenfondsen niet op zitten te wachten. Van de 140.000 pensioenfondsen in Europa opereren er slechts 84 over de grens, waarvan 2 in Nederland. Omdat 70 procent van de werknemers en gepensioneerden in Nederland bij een bedrijfstakpensioenfonds zit, waar zowel werkgevers als werknemers verplicht aan deelnemen, is het ook moeilijk er tussen te komen.

Maar Europa ziet voordelen in internationale, uniforme en dus goedkopere pensioenregelingen binnen bijvoorbeeld multinationals. „Er was één lidstaat die het nut niet zag van buitenlandse pensioenfondsen in eigen land: Tsjechië”, zegt Van Hulle van de Commissie. „Toen hebben we geprocedeerd bij het Europese Hof van Justitie en gewonnen.”

    • Eppo König