Dommelen, dommelen en dommelen bij de potkachel

Peter van Gestel: Al dat heerlijke verdriet. Querido, 109 blz. € 13,95

‘Ik was graag niet goed snik. Het is aardig voor anderen wanneer je een braaf en doodgewoon jongetje bent, zelf heb je daar niks aan, je verveelt je de hele dag dood met jezelf.’

Geen ander dan Peter van Gestel had dat kunnen schrijven. Zoals je Woody Allen niet kwalijk kunt nemen dat de hoofdrolspeler in zijn nieuwe film een praatgrage neuroot is, zo kun je Van Gestel niet verwijten dat zijn nieuwe kinderboek over een dromerig schooiertje van een jaar of tien gaat.

Zo’n joch dat graag ‘op zijn dooie akkertje’ door de stad wandelt en nóg liever in de ‘zalige warmte’ van de potkachel zit en dan wegdroomt, ‘dommelen, dommelen, dommelen’. Zo’n joch levert nou eenmaal de beste boeken op. Ook nu weer.

Jasper uit Al dat heerlijke verdriet is de zoon van zijn vader, een échte schooier, die door het leven zwerft, soms dagenlang van huis is en dan glunderend en zingend thuiskomt, met of zonder gestolen horloge.

Het is geen makkelijk leven voor het gezin in de naoorlogse jaren, moeder is streng, maar Van Gestel beschrijft, in de woorden van ik-verteller Jasper, vooral de mooie momenten.

De avond waarop de ouders door de kamer dansen en Jasper ‘zenuwachtig van geluk’ wordt. En de andere avond waarop papa tegen zijn kinderen mijmert over zijn eigen ouders: hij had ‘zo graag es kennis met ze gemaakt’.

De kinderen lachen erom. Een paar bladzijden later is papa zelf dood, plots, overleden aan een ziekte waarvan niemand wist dat hij hem had.

‘Je moet als schrijver geen dingen willen bedoelen,’ zei Van Gestel ooit in een interview. Een minder zelfverzekerd schrijver had na zo’n wending iets met rouwverwerking gedaan, Van Gestel vertelt gewoon verder, zonder bedoelingen.

Hij laat de kinderen doen wat kinderen doen: niet-begrijpen en doorleven. Wanneer hun moeder over haar dierbare herinneringen aan papa begint te vertellen, om te bewijzen dat ze wel degelijk van die moeilijke man hield, mopperen de kinderen dat ze zó straks niet kunnen slapen.

Al dat heerlijke verdriet gáát helemaal niet over rouw, het is een portret van Jasper en zijn familie. Als lezer leer je hem kennen en leer je hoe hij hen leert kennen.

Het is een bescheiden en subtiele roman, maar desondanks een heerlijke proeve van Van Gestels kunnen. Het is geestig maar niet lollig, gevoelig maar niet zeverig, en elk woord ervan is raak.