Dikkerds zijn gewoon dunne mensen zonder wilskracht

Deelnemers van afvalshows worden keihard afgebeuld door dunne trainers.

Goed op tv, maar aan een psychiater hebben ze meer.

In 1892 trouwde ene Chauncy Morlan met zijn geliefde Annie Bell. In tegenstelling tot de meeste bruiloften leverde het huwelijk het tweetal een fortuin op. Ze golden als het ‘dikste bruidspaar ter wereld’, en mensen betaalden grof geld om dat te zien. Zes weken lang trokken ze volle zalen in New York, daarna gingen ze op tournee in Europa. De huwelijksfoto was te koop, en meldde trots dat Morlan op dat moment 273 kilo woog; Bell 238.

Er is een hoop veranderd in 120 jaar. Ga een dagje posten in de supermarkt, en je kunt dit soort superdikke mensen helemaal gratis langs zien komen. Naar schatting heeft 1 tot 1,5 procent van de Nederlanders morbide obesitas, de medische term voor overgewicht met grote kans op zware ziektes. Dikke mensen zijn geen attractie meer; ze zijn gewoon. Om vermaak te maken van dikke mensen, moet je er iets mee doen.

Er dunne mensen van maken, bijvoorbeeld.

De afgelopen weken heb ik min of meer beroepsmatig naar de RTL4-afvalshow Obese gekeken. Mijn eigen afvalpogingen leverden zo veel werk en vragen op dat ik er een heel boek over kon schrijven, en dat ging om elf kilo. De deelnemers van Obese komen vaak aan het tienvoudige, of nog meer, in minder dan een jaar tijd.

Er valt heel veel te haten aan de show. De schaamteloze tranentrekkerij, bijvoorbeeld – gewicht kun je eraf huilen, zo lijkt RTL te denken. De herhaling van zetten. Het feit dat het afvallen toch nog makkelijker wordt voorgedaan dan het is: „Een shoarmaschotel en twee ijsjes gegeten? Dat is een half uur traplopen extra!” Was het maar waar. Kaboutermeisje Wendy van Dijk, speciaal gekozen om de dikkerds nog grotesker te laten lijken, die op en neer stuitert tussen dom gekir en het gedrag van een genezende apostel. In naam van de sponsors, sta op en loop.

Gaandeweg het kijken groeide echter mijn respect. De deelnemers worden behandeld als mensen, en niet als de luie vreetzakken die dunne mensen zo graag in dikkerds zien. Psychologische begeleiding, zo opvallend afwezig in de eerste twee afleveringen, bleek er in aflevering drie al die tijd geweest te zijn. Artsen en diëtisten zullen benadrukken dat het ongezond is om zo snel zo veel af te vallen, maar de obesen zijn allang bij artsen en diëtisten langs geweest en dat hielp niet. Wat hebben ze te verliezen? „Anders ga ik dood”, verklaarde deelnemer Danny (269 kilo) in de eerste aflevering. Met dit soort extreme vetzucht word je inderdaad niet oud: Chauncey Morlan stierf toen hij 43 was. Zijn vrouw al op haar 31ste.

Met behulp van twee personal trainers, een cameraploeg in de nek, dieetadvies, psychologische begeleiding, sportreisjes en druk op de omgeving vliegen de kilo’s eraf. „Ik wil nooit, nooit meer zo dik worden”, verklaarde meer dan één afvaller huilend tegenover Wendy. Dunne mensen onderschatten vaak hoe verschrikkelijk het is om zo dik te zijn. De kandidaten in Obese klagen over zwevende toiletten, niet meer kunnen fietsen, niet op een terrasje kunnen zitten, discriminatie. „Mensen op straat kijken me aan alsof ik het niet verdien om daar te lopen”, zei deelneemster Natascha vorige week. In een onderzoek van de universiteit van Florida gaven maagbanddragers aan dat ze liever een been of hun ogen kwijt zouden raken dan ooit weer zo dik te worden. Waarom vallen dikke mensen dan niet gewoon af?

Als je de vraag zo stelt, suggereer je dat afvallen vooral een kwestie is van willen. ‘Gewoon’ anders eten en meer bewegen, een simplisme dat ook in Obese nog te veel doorklinkt. Dikke mensen zijn in die visie gewoon dunne mensen met een gebrek aan wilskracht. Zo makkelijk zit het niet. Je negeert dan de vele aantoonbare genetische, biologische en psychologische verschillen die tussen dikke en dunne mensen bestaan. Veel mensen blijven vanzelf dun, en als je die probeert vet te mesten, blijkt ineens dat dat ontzettend moeilijk is. De hersenen en lichamen van dikke mensen reageren anders op eten dan die van dunnerds. De eetverslavingen en vreetbuien waar de Obesen vrijwel allemaal over klagen, vereisen psychologische hulp in plaats van wilskracht.

Je ziet dat aan Danny, die een succesvol bedrijf runt, en aan de andere dikke mensen die ondanks hun vetrandje grote prestaties leveren. Dat zijn geen mensen die te weinig wilskracht hebben om iets aan hun gewicht te doen. „In het leven lukt me alles”, zegt Danny, „behalve afvallen.”

En als het afvallen wel lukt, ben je er nog lang niet. „Een dik iemand staat een levenslang gevecht te wachten, zonder enige verwachting dat de heftigheid daarvan in de loop der tijd zal verminderen”, vatte de Amerikaanse Academy of Sciences het probleem ooit samen. De Nederlandse voedingswetenschapper Martijn Katan drukte het nog harder uit: „Blijvend afvallen is moeilijker dan afkicken van de heroïne.”

De deelnemers van afvalshows op televisie worden keihard afgebeuld door dunne trainers, maar dat is nog altijd een eitje vergeleken met dun blijven op eigen kracht. „Ik heb het nodig dat zij mij een schop onder mijn kont geven”, zei deelneemster Katelijn in aflevering drie. Maar zoveel schoppen zijn voor de meeste mensen niet weggelegd, en ook Katelijn moet het straks zonder stellen.

Vrijwel iedereen die afvalt, komt binnen een paar jaar weer aan. Dat gebeurt bij normale mensen, en het gebeurde ook bij de meeste deelnemers aan de langlopende Amerikaanse versie van Obese, The Biggest Loser. Zonder miljoenen mensen die over hun schouder meekeken, bleek het dun blijven toch onmogelijk. Het siert Obese dan ook dat de deelnemers nog een jaar steun krijgen van de Nederlandse Obesitaskliniek en een trainer. In het programma ligt de nadruk te veel op beweging en te weinig op het aanpassen van geestesgesteldheid en omgeving, maar achter de schermen klopt er meer. Obese is stukken beter dan het eruit ziet.

Als alle zes de Obesen dun blijven, dan heeft RTL een medische topprestatie verricht. Die prestatie bestond dan vooral uit het heel goed selecteren van de juiste deelnemers uit vierhonderd kandidaten.

Bart Braun is wetenschapsjournalist. Zijn boek ‘Wat de weegschaal niet vertelt’ verscheen deze week bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

    • Bart Braun