De wetten van de vergeefsheid

Ook in Shanghai Massage laat L.H. Wiener agressie en zelfspot weer hand in hand gaan. Ouderdom wordt langzamerhand zijn thema, maar hij blijft schrijven als een jonge hond.

L.H. Wiener: Shanghai Massage. Contact, 368 blz. € 19,95

Vijf jaar geleden werd L.H. Wiener geïnterviewd in een klein zaaltje in Den Haag. De interviewer deed, geheel in lijn met de mores van het literaire bedrijf, bijzonder zijn best om een onderscheid te maken tussen de hoofdpersoon van de roman De verering van Quirina T. en de auteur. Een boek dat autobiografisch lijkt hoeft dat immers niet te zijn. En of het autobiografisch is, is vaak ook niet het belangrijkste. Wiener hield het twintig minuten vol. Toen riep hij uit, geagiteerd: „U wilt natuurlijk weten of het allemaal echt gebeurd is? Wel… Natuurlijk is het allemaal echt gebeurd!”

Niet dat je veel hebt aan zo’n uitspraak, want als één ding zeker is in het werk van L.H. Wiener (1945), dan is het dat in dit autobiografische oeuvre alles altijd kan worden hernomen. Zo eindigde zijn vorige roman Eindelijk volstrekt alleen (2008) met de breuk tussen de hoofdpersoon en zijn veertig jaar jongere geliefde Quirina Taselaar.

Dat was verzonnen, schrijft Wiener nu. Toen hij Quirina’s vertrek beschreef, had ze hem nog niet verlaten. ‘Soms loopt mijn werk op mijn leven vooruit’, want nu is het meisje toch echt vertrokken. ‘Sinds Quirina’s vertrek zijn mijn dagen niet duur meer. Ze komen en gaan zonder dat ik er iets mee doe, zonder dat ik ze aan iets besteed, zonder dat ik er in een of andere vorm reliëf aan geef.’

Het is verleidelijk – of beangstigend, afhankelijk van je liefde voor literaire spelletjes – om in het spiegelpaleis van Wiener de kern van zijn werk te zien. Ergens daarbinnen zou dan een boodschap over objectiviteit en subjectiviteit schuilen, een onderzoek van literaire vormen. Ook in Shanghai Massage zet hij je weer doorlopend op het verkeerde been: Quirina komt de sleutel van zijn huis terugbrengen, even later heeft ze die nog steeds in haar bezit – een programmatische passage trouwens, want de volle 350 bladzijden van Shanghai Massage lang slaagt Ezra Berger (Wieners alter ego in deze roman) er niet in om los te komen van zijn jonge ex en haar door hem steeds weer wellustig in herinnering geroepen motto: ‘Pijpen is mijn ding.’

Wat de achterliggende gedachte van Shanghai Massage ook is, Wiener is op dreef. ‘Ik kan […] alleen maar schrijven over datgene wat ik heb beleefd en liever niet had meegemaakt, of over datgene wat ik niet heb beleefd en liever wel had meegemaakt.’ Zo vlecht hij de verhalen en anekdotes uit zijn bestaan – en soms uit zijn verleden – aan elkaar. Van de moeizame contacten met Quirina en zijn (tja, als vrienden uit elkaar) tot een door drank versjteerde ontmoeting met een voorbije vlam in Marbella naar verhalen over enkele vrouwelijke collega’s uit zijn tijd als leraar Engels (‘Ik heb 40 jaar voor de klas gestaan, 38 jaar, om precies te zijn’), plus de geestig beschreven pogingen om zijn konijn Muffin zwanger te krijgen met hulp van een leenkonijn en een flesje parfum – want dan dekken ze beter.

Agressie en zelfspot gaan hand in hand, waarbij vooral vrouwen het moeten ontgelden: ‘Omgang met vrouwen ging mijn hoofdpersonen slecht af’. Maar ja: ‘Omgang met mannen ging mijn hoofdpersonen overigens even slecht af.’ Af en toe verliest Wiener zich in flauwiteiten, zoals het gebruik van het wat aanstellerige Koningswater voor de – onmatig ingenomen – alcoholica of een slappe woordspeling. Wat dat stijlmiddel betreft verschilt hij nu eenmaal van zijn vriend en collega A.L. Snijders, schrijft hij er dan maar bij. Je vergeeft een schrijver veel als hij het zelf vermeldt wanneer hij sentimenteel wordt. Wiener wil lang niet altijd geestig zijn: wanneer hij probeert een jonge fuut uit de bek van een reiger te redden is het hem bittere ernst, net als wanneer hij een jongen uit een overlijdensadvertentie eer bewijst of wanneer hij besloten heeft een ring die ooit van zijn (joodse) vader is geweest te verkopen. Het levert een schitterende scène op. Een handelaar heeft er honderd euro voor over, betaalt en legt de ring in een plastic bakje zodat die kan worden omgesmolten. ‘Broches, kettinkjes, afgedankte horlogekastjes, zegelringen, kronen… Alles klaar voor de oven.’ En dan: ‘De oven, hm.’ Een pagina verder staat hij weer in de winkel om zijn ring terug te vragen.

In het brein van Wiener (of dat van zijn alter ego Ezra Berger, for that matter) gaan de voorvallen uit het leven over in herinneringen of gedachten aan wat hij heeft geschreven of gelezen, die soms panklare oneliners opleveren. ‘Toeval bestond niet volgens de schrijver Harry Mulisch, een uitspraak waarmee hij het raadsel aanzienlijk verkleinde, maar waarmee men in mijn geval niet veel opschoot.’ Deze gedachte heeft Ezra Berger wanneer hij in de Chinese massagesalon waaraan het boek zijn titel dankt, staat te hopen dat hij geholpen zal worden door zijn favoriete meisje Ming. Zij masseert zijn rug met haar voeten, door over hem te lopen (soms is Wieners symboliek niet zo subtiel) in een ruimte die wordt gedomineerd door bordjes met de tekst ‘NO SEX’, die uiteraard maken dat de hoofdpersoon aan niets anders denken kan en prakkiseert over de vraag wat er dan wél mogelijk zou zijn.

Of wat er mogelijk zou zijn geweest, want als je – zoals hierboven – de lijnen en lijntjes uit Shanghai Massage bijeen ziet, dan valt op wat al die verhalen bindt: de mislukking. Wiener onderwerpt zijn alter ego aan de ijzeren wetten van de vergeefsheid. In het klein en in het groot: de ring wordt niet verkocht, de fuut wordt niet gered, Quirina verdwijnt – zelfs de zwangerschap van het konijn Muffin leidt slechts tot vijf dode diertjes, waarmee Wiener subtiel verwijst naar een miskraam die hij huiveringwekkend beschreef in Nestor.

Alles wat Ezra Berger probeert, leidt tot niets – en dat is geen toeval, maar compositie. Wiener vertelt zijn hele verhaal als een voorafschaduwing van het ‘onvermijdelijke vonnis der nutteloosheid dat ooit over mij zal worden voltrokken’. En dat vonnis zie je geleidelijk aan dichterbij komen, met de ouderdom wordt de wereld van de hoofdpersoon kleiner: zijn vriendin is weg, hij werkt niet meer. Dat maakt dat de evocatieve kracht van Shanghai Massage kleiner is dan die van bijvoorbeeld Nestor en De verering van Quirina T., boeken waarin Wiener rekeningen wilde vereffenen met de buitenwereld en waarin hij op zoek ging naar de waarheid uit zijn eigen jeugd. Die urgentie mist Shanghai Massage. De enige groeiende kracht is de drank: ‘Mijn geheugen is zeer goed in het onthouden, het onthoudt mij zo goed als alles’, schrijft Wiener aan het begin van het boek, citerend uit eigen werk. Vergeetachtigheid en een kwade dronk spelen een cruciale, destructieve bijrol in Shanghai Massage.

Van een schrijver over mislukking en misantropie is L.H. Wiener aan het veranderen in een auteur over ouderdom – waarbij het goede nieuws is dat hij blijft schrijven als een jonge hond. Nog iets dat niet veranderd is: uiteindelijk is Wieners missie het vastleggen van wat er zich afspeelt in de ‘snelkookpan’ die zijn hoofd is. Bij hemzelf, en niet in het literaire spel, zit de kern. Als hij schrijft wordt hij niet gehinderd door de vergeefsheid van alle inspanningen, want in fictie bestaat geen onderscheid tussen wat is gebeurd en wat had kunnen gebeuren. Het knappe is dat Wiener, door steeds maar weer de vraag naar de waarheid van zijn verhalen op te werpen, die constant onder stroom zet. Want alleen als ze wáár zijn, zijn ze goed genoeg. Dan is de schrijver Wiener sterker dan de nutteloosheid die onherroepelijk over de mens zal worden afgeroepen. Waarmee we terug zijn bij Wieners stellige bewering zes jaar geleden in Den Haag: ‘Natuurlijk is het allemaal echt gebeurd!’ Misschien sprak hij de waarheid. Misschien ook niet. (Misschien heeft hij het daadwerkelijk gezegd.)