De roman dood? Lees Eugenides!

Nog altijd kunnen relaties onderwerp zijn van superieure romankunst, bewijst Jeffrey Eugenides met ‘Huwelijk’.

America, USA, New York, New York City, Central Park, trees at the Indians summer in autumn at the Central Park. With a wedding couple Bilderberg

Jeffrey Eugenides: Huwelijk. Vert. Jan de Nijs en Gerda Baardman. Prometheus, 398 blz. € 19,95

In Huwelijk, de nieuwe roman van Pulitzer Prijs-winnaar Jeffrey Eugenides, maken we kennis met de studente Madeleine Hanna, die een voorliefde heeft voor victoriaanse huwelijksromans. Ze studeert aan een universiteit aan de Amerikaanse oostkust, waar haar literatuurdocent onderstreept dat huwelijksromans het hoogtepunt van de romankunst vormden. De literatuur, zo stelt hij, is het afkalven van het instituut huwelijk nooit te boven gekomen. ‘De gelijkheid tussen de seksen was goed voor vrouwen, maar slecht voor de roman. En de mogelijkheid tot echtscheiding was de genadeslag geweest. Wat maakte het uit met wie Emma trouwde als ze het huwelijk later weer kon laten ontbinden?’

Vervolgens toont Eugenides vierhonderd pagina’s lang dat ook in tijden van echtscheiding en seriële monogamie relaties onderwerp kunnen zijn van superieure romankunst.

Vatten we de basale premisse van Huwelijk samen, dan leest het als het standaardrecept van een rom-com of, inderdaad, een huwelijksroman: meisje kan kiezen tussen boeiende maar problematische vogel en een degelijker, wat bedeesde partij. Maar waar zowel de rom-com als de huwelijksroman door strikte beperkingen – de door Hollywood voorgekauwde dramatische opbouw of de dwingende maatschappelijke regels die verhaal en gedrag structureren – iets schetsmatigs houden, haalt Eugenides eindeloze nuances uit de gelaagdheid van zijn karakters. Als een wetenschapper zet de schrijver drie mensen bij elkaar – organisch materiaal in een petrischaal – en kijkt wat hun botsing teweegbrengt.

Haveloze chic

Madeleine komt uit een familie waar de schone schijn voorop staat en waar dikker wordt gedaan dan de ‘haveloze chic’ rechtvaardigt. Mitchell Grammaticus, net als de auteur deels van Griekse komaf, is de bedeesde, op het eerste oog wat kleurloze jongeman die jarenlang een tragische onbeantwoorde liefde voor haar koestert. Madeleine zet in op vriendschap, maar, zoals Mitchell haar terecht verwijt, echte vriendschap is het niet, want het is altijd op háár voorwaarden. Is ze hem zat, dan spreken ze niet, heeft ze zijn aandacht nodig, dan komt ze weer tevoorschijn.

De reus die dan weer licht en dan weer schaduw over de omgeving werpt is Leonard Bankhead, een hyperintelligente, van smakelijke feiten overlopende jongen, die het vermogen heeft de hele wereld voor zich in te nemen. Hij is het type dat met veel aplomb dingen kan zeggen als: ‘Iemands houding tegenover hygiëne houdt verband met zijn angst voor de dood’. Hij is iemand die pruimtabak kauwt tijdens college, al zullen we pas veel later ontdekken dat hij dat doet om de metalige smaak van lithium uit zijn mond te verdrijven. Het spreekt voor zichzelf dat Madeleine hem prefereert boven Mitchell.

Huwelijk begint als een raak getroffen, erudiete en vaak geestige zedenschets van het sociale en intellectuele leven op een Ivy League-universiteit aan het begin van de jaren tachtig. ‘Bijna van de ene op de andere dag’, schrijf Eugenides, ‘werd het bespottelijk om schrijvers te lezen als Cheever of Updike, die over het voorstedenwereldje schreven waarin Madeleine en haar vrienden waren opgegroeid, en las men Sade, die schreef over het anaal ontmaagden van meisjes in het 18de -eeuwse Frankrijk. Sade genoot de voorkeur omdat zijn choquante seksscènes in feite niet over seks gingen, maar over politiek. Ze waren dus anti-imperialistisch, antiburgerlijk, antipatriarchaal en anti-alles waar een intelligente jonge feministe tegen hoorde te zijn.’ Het is de tijd waarin semiotiek (‘het eerste vak dat een beetje naar revolutie rook’) in zwang raakte, al slaagt Madeleine er zelfs in binnen de semiotiek als een romanticus aan het lezen te slaan: ze raakt bijkans getrouwd met Roland Barthes’ Fragments d’un discours amoureux.

Bipolaire stoornis

Madeleine vormt het epicentrum van het subtiel door de tijd springende Huwelijk, maar de motor is Leonards bipolaire stoornis. Van een campusroman verandert Huwelijk in een diepgravend portret van het effect dat ziekte heeft op liefde, en vice versa. Wanneer Leonard zijn lithium niet meer neemt, schiet hij heen en weer van extreme manische fasen naar diepe depressies, die tot opname leiden en zijn rooskleurige vooruitzichten op een carrière in gevaar brengen. Madeleine denkt – zoals bijna iedereen op een moment van zijn of haar leven – ziekte met liefde te kunnen overwinnen.

Het zeer scherp uitgewerkte psychiatrische element is wat Huwelijk met Eugenides’ eerdere werk verbindt. Zijn door Sofia Coppola verfilmde debuut The Virgin Suicides (1993) draaide om de zelfmoord van vijf zusjes, gezien door de ogen van een groep jongens uit de buurt. Het met de Pulitzer bekroonde Middlesex (2002) is naast een familieroman over de ervaring van Griekse immigranten, een onderzoek naar de gevolgen van hermafroditisme voor iemands identiteit en plaats in de maatschappij.

Wat deze boeken bovendien gemeen hebben, en daarin schuilt wellicht Eugenides’ grootste kracht, is het feilloze oog voor detail. Huwelijk loopt ervan over, maar al die details zijn functioneel, zoals Leonards excentrieke voorkeur voor pruimtabak of de geuren en kleuren van het Indiase sterfhuis waar Mitchell komt te werken wanneer hij, afgewezen en gekrenkt, op pelgrimstocht gaat.

Het is niet aan mij te verklappen hoe deze problematische driehoek uiteindelijk uitpakt – daarvoor moet u vooral dit boek lezen, een boek waarin een schrijver aan het werk is die zijn métier volledig beheerst en karakters zeldzaam scherp observeert.

Is de roman dood? Jeffrey Eugenides geeft het antwoord. Welnee.

    • Auke Hulst