De bouwdrift van Gerard Reve

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze keer een pelgrimage naar de ‘veilige’, Franse huizen van Gerard Reve.

Ergens in het Franse departement Drôme, ten zuidoosten van Le Poët-Laval, op een driesprong in het dorpje La Paillette, bevindt zich een openbare waterkraan. Het is een kraan van brons, in de vorm van een leeuwenbek. Je moet wel een barbaar zijn om, als je er langskomt, niet even uit die kraan te gaan drinken, want dit is de kraan waaruit Gerard Reve (1923-2006) zelf nog heeft gedronken toen hij hier net was komen wonen.

Klaas Iwema drinkt eruit, als hij hier op een warme zondagmorgen langskomt, ‘in gepaste eerbied’, en maakt er een foto van. Even later kijkt hij toe hoe een groepje wielrenners met rooie koppen uit de kraan komt drinken, zonder eerbied. ‘Zij zullen wel niet hebben geweten welke beroemde auteur hen ooit voorging aan die leeuwenbek.’

Hier zien wij de ware Reve-fan aan het werk, tijdens zijn pelgrimage naar de streek waar de geliefde en bewonderde schrijver woonde. Maar het is niet alleen dwepen. Er zit ook een heuse bedoeling achter. Dit is niet alleen de kraan waaruit meneer Reve gedronken heeft, maar het is ook de kraan waaruit hij heel vaak heel veel water heeft getapt toen hij een eind verderop, boven op de berg, waar geen water was, begon met de bouw van zijn Geheime Landgoed.

Iwema is in La Paillette in 2004, en in 2008, om te kijken hoe het door Reve zelf gebouwde huis er nu bij ligt, en hoe het is gesteld met het huis in het dorp Le Poët-Laval, vijftien kilometer daarvandaan, dat Reve niet zelf heeft gebouwd, maar waar hij wel jarenlang aan geklust heeft. Afbreken, puinruimen, verbouwen, uitbreiden. Timmeren, stukadoren, schilderen. En metselen.

Steen voor steen, woord voor woord is een kleine studie naar de rol van het metselen in leven en werk van Gerard Reve. Een essay over de troffel bij Reve, verlucht met eigen reisverslagen naar de belangrijkste bouwlocaties (Huize Het Gras, La Grâce, L’Albatros), plattegronden en enkele foto’s.

Aan de hand van Reve’s brieven is goed te volgen hoe het allemaal begon. Reve heeft zichzelf leren metselen. En hoe het allemaal verder ging. Iwema spreekt van bouwdrift, en brengt de verschillende opvlammingen daarvan in kaart. En welke functie het metselen voor Reve had. ‘Ik ben bezeten van steen & beton.’

Reve had als droom een bestaan als ‘Dichter und Bauer’, voor de gelegenheid door hemzelf vertaald als schrijver en bouwer. In het ideale geval gingen metselen en schrijven hand in hand, maar Iwema moet constateren dat het ideaal niet vaak werd bereikt. En als dat al zo was, dan lijkt het erop dat de bedoeling eigenlijk niet zozeer de voltooiing van een project was, maar de bezigheid van het bouwen.

Reve heeft op verschillende plekken heel veel tot stand gebracht, maar het was, in weerwil van al zijn aankondigingen, eigenlijk nooit af. Zo gauw het einde in zicht kwam, verzon Reve nieuwe aanvullingen, verbeteringen of kleine verbouwingen.

Vanzelf schrijft Iwema zo ook een raak psychologisch portret van Reve. Hij voelde zich altijd en overal onveilig en was een leven lang op zoek naar een veilige plek, een kasteel, een berghut, een fort, een kazemat, een vesting.

De termen zijn van hemzelf. ‘Het veiligst voel ik me in een stille, goed afgesloten ruimte.’ Maar de tragiek van zijn werk is dat hij, als hij eenmaal zo’n bunker had gebouwd, er niet of nauwelijks tot schrijven kwam.

Het bezig blijven was voor hem belangrijker dan het eindproduct – en daarin leek de metselende Reve heel erg op de moeizame schrijver Reve.

Klaas Iwema: Steen voor steen, woord voor woord. Over Gerard Reve en het bouwen. Vliedorp, 60 blz. €10,-.

    • Guus Middag