‘Dat nooit meer’ 2

Het boek Dat nooit meer is in feite het academische proefschrift waarop Chris van der Heijden op 28 oktober promoveerde. Aan zo’n proefschrift worden de allerhoogste eisen gesteld: gepresenteerd worden de resultaten van jaren wetenschappelijk onderzoek onder begeleiding van een (co)promotor. Behalve door deze laatste wordt het proefschrift tegen het licht gehouden door de promotiecommissie.

Ewoud Kieft schrijft in zijn recensie dat er in dit proefschrift veel halve waarheden staan en dat er cruciale feiten worden weggemoffeld. Bovendien beschuldigt hij Van der Heijden van manipulatie van bronnen. Dit geheel van ernstige beschuldigingen tast de integriteit van Van der Heijden als wetenschappelijk onderzoeker aan en brengt zijn doctorstitel in diskrediet. Verder worden als dit waar is ook de promotor prof. dr. J.C.H. Blom, nota bene voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, en de overige leden van de promotiecommissie in hun hemd gezet en wordt de Universiteit van Amsterdam geblameerd. In het belang van de zuiverheid van het wetenschapsbedrijf behoren deze beschuldigingen tot op de bodem te worden uitgezocht.

Dr Gerard M.J. Beyersbergen van Henegouwen, Leiden.

Naschrift redactie:

Een minderheid van de promotiecommissie, die uit zeven personen bestond, was op 28 oktober tegen de promotie van Chris van der Heijden op zijn proefschrift ‘Dat nooit meer’. Dit is ongebruikelijk, maar komt wel vaker voor. De regel is dat de minderheid zich neerlegt bij het meerderheidsbesluit. Wel heeft de minderheid de mogelijkheid om dan tijdens de promotie oppositie te voeren en kritiek te leveren op het proefschrift. Dit is in ruime mate gebeurd bij de promotie van Van der Heijden. Zo had commissielid Frank van Vree ‘onoverkomelijke bezwaren’ tegen het proefschrift wegens Van der Heijdens brongebruik. Commissielid en directeur van het NIOD Marjan Schwegman vond dat Van der Heijden verzuimt duidelijk te maken in hoeverre hij voortbouwt op het werk van andere wetenschappers en in hoeverre hij daarvan afwijkt. Ook keerde ze zich tegen ‘de morele lading’ die Van der Heijden ‘geeft aan de analyse van de door hem bestudeerde ontwikkelingen’. Met zijn proefschrift zette Van der Heijden niet meer dan een halfslachtige overstap naar de wereld van de professionele historici, zo besloot ze. Promotor Hans Blom sprak in zijn laudatio nadrukkelijk zijn grote waardering uit voor het proefschrift van Van der Heijden. Het proefschrift voldeed volgens hem ruimschoots aan de criteria die gelden voor wetenschappelijk werk. (BH)

    • Dr. Gerard Mj Beyersbergen van Henegouwen