Belgen gaan 'rotzooi schoppen' in WK-finale tegen Nederland

De Nederlandse korfballers spelen morgen in de finale van het WK in China wederom tegen België. „Ik verwacht een hard duel.”

Nederland korfbalt morgenochtend weer tegen België, hoe kan het ook anders. De negende WK-finale is opnieuw een veredelde derby der lage landen. In de vorige acht WK-finales werd België één keer kampioen – in eigen land in 1991.

De Nederlandse vooruitzichten op een achtste wereldtitel sinds de eerste editie in 1978 zijn gunstig. Bondscoach Jan-Sjouke van den Bos vanmorgen vanuit de Chinese speelstad Shaoxing: „De laatste nederlaag tegen België kan ik me niet eens voor de geest halen, hoewel de marges de laatste twee jaar niet bijster groot zijn. Wij zijn altijd favoriet, daar ga ik niet tegen vechten. We hebben weinig te winnen op dit WK.”

De bondscoach verwacht vanwege het kwaliteitsverschil „een forse, harde wedstrijd”. Van den Bos: „De Belgen zullen ons aanvalspel willen ontregelen en rotzooi gaan schoppen in het veld. En ze hopen te profiteren van een scheidsrechter [Jones] uit Engeland. Die is in eigen land niet gewend aan hard spel.”

Nederland won gisteren in de halve finale met 27-17 van Taiwan, dat meer dan het grote buurland China een vrij serieuze korfbaltraditie heeft. Taiwan eindigde op het WK in 1991 voor het eerst op het erepodium en staat al een poosje derde op de wereldranglijst.

Maar tegen de veel langere Nederlanders bleken de Aziatische korfballers letterlijk een paar maten te klein. In de andere halve finale gold hetzelfde voor de Catalaanse korfballers, die gemiddeld bijna een kop kleiner waren dan hun Belgische tegenstanders en een kansloze 27-14 nederlaag leden.

Nederland en België zijn de enige landen waar korfbal structureel op een hoog niveau wordt gespeeld. Nederland is de bakermat van de gemengde sport, die door de Amsterdamse onderwijzer Nico Broekhuysen in 1902 werd geïntroduceerd. Hij had het spel afgekeken van het Zweedse ringboll. Ruim een eeuw later telt Nederland zo’n 100.000 korfballers en 580 verenigingen.

België kwam bijna twintig jaar later met een eigen bond. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten veel Vlamingen naar de ‘neutrale’ bovenburen en kwamen zo in aanraking met de korfbalsport. Ter vergelijking: België telt nu zo’n 8.000 geregistreerde korfballers en 70 verenigingen. Wereldwijd zijn er zo’n 200.000 spelers actief.

België kreeg vandaag de organisatie van het WK in 2015 toegewezen. Tot 1995 werden alle WK’s in Nederland of België gehouden. Daarna waren ook India, Australië en Tsjechië gastheer van het mondiale toernooi. Deze weken is China het organiserende land. Volgens de Nederlandse bondscoach is er „verrassend veel publieke belangstelling”. Van den Bos: „Dan moet je denken aan goed gevulde tribunes in sporthallen met een capaciteit van drie- tot vierduizend toeschouwers.”

Tegenover deze krant besprak Van den Bos recentelijk de mogelijkheid om bondscoach van China te worden. Vanuit Shaoxing zegt hij: „Het lijkt me erg leuk een bijdrage te leveren aan de mondialisering van de sport. Het vooroordeel dat Chinezen te klein zijn voor korfbal, klopt niet. De meesten lopen tegen de twee meter.”

Maar het niveau van China stelt nog weinig voor, zo blijkt op dit WK. Volgens Van den Bos is er wel perspectief. China telt sinds de introductie in 2005 al 15.000 actieve korfballers – op negentig universiteiten.

Volgens Van den Bos staat de Aziatische sportcultuur open voor vernieuwing. Maar begrijpen ze de regels? „Je mag niet lopen met de bal en moet hem in een mandje gooien, zo ingewikkeld is het niet.”