Zuid-Korea moet zijn dienstensector uitbouwen

De export van Zuid-Korea neemt af nu de mondiale groei vertraagt. Dat zou voor de centrale bank normaal gesproken een signaal moeten zijn om de rente te verlagen, teneinde de grote chaebol (industriële conglomeraten) als Samsung en Hyundai te kunnen ondersteunen. Hun exporten zijn nog steeds bepalend voor het bruto binnenlands product van het land, maar hun fabrieken bieden niet langer zoveel werkgelegenheid als voorheen, en jonge Koreanen willen dat soort banen ook niet meer. Het monetair beleid zou wel eens snel op een nieuwe leest kunnen worden geschoeid.

De Koreaanse economie heeft bijna het einde bereikt van de route van de door de export gestimuleerde ontwikkeling. Als landen arm zijn, ondersteunen lage wisselkoersen en lage lonen de export, waardoor fondsen binnenkomen ter financiering van de nationale ontwikkeling. Maar Japan heeft al twintig jaar geleden ervaren dat dit uiteindelijk een doodlopende weg is.

Eén probleem is de afnemende groei van de werkgelegenheid. De automatisering en het uitbesteden van werk aan goedkopere landen verminderen het aantal banen in de industrie. En veel jonge Koreanen zijn er niet bepaald tuk op de plek van hun ouders aan de lopende band over te nemen. Terwijl het officiële werkloosheidscijfer minder dan 3,5 procent bedraagt, is één op de vijf Koreanen van onder de dertig werkloos. Om deze mensen aan een baan te helpen, moet Korea zijn dienstensector uitbouwen. Een lagere wisselkoers biedt dan geen soelaas.

Maar een ondergewaardeerde munt leidt wel tot chronische inflatie. Hoewel de centrale bank erin is geslaagd de inflatie de afgelopen tien jaar in de buurt van de doelstelling van 3 procent te houden, is het percentage boven de 4 procent geklommen na twee jaar waarin de reële rente negatief is geweest. Dat helpt exporteurs doordat de won (de Koreaanse munt) wordt verzwakt. Het is ook fijn voor de kiezers die ouder zijn dan vijftig en het grootste deel van de schuldenlast van de huishoudens moeten dragen, nu 150 procent van het gemiddelde besteedbare inkomen.

Maar jongere Koreanen hebben meer last dan profijt van het huidige arrangement. En zij laten merken daar ontevreden over te zijn. In de verkiezingsstrijd vorige maand om het burgemeestersambt van Seoul wezen de kiezers van onder de veertig de kandidaten van de twee grote partijen af om een onervaren buitenstaander te kiezen.

De verkiezingen voor de Nationale Vergadering staan voor april op de agenda, gevolgd door de presidentsverkiezingen in december. De Koreaanse nationale bank mag hopen dat de inflatie onder het officiële rentetarief van 3,25 procent duikt, voordat de verkiezingscampagnes beginnen. Maar de bank is niet immuun voor politieke druk. En voor politici kunnen een hogere rente, een zwakkere export en een tragere groei de prijs voor hun overleving zijn.

Wayne Arnold

Vertaling Menno Grootveld

    • Wayne Arnold