Weinberg kruipt langzaam uit schaduw Sjostakovitsj

Weinberg Festival. Gehoord: 2/11 Vredenburg Leeuwenbergh Utrecht. Festival t/m 6/11; vredenburg.nl Radio 4, 4/11 20u (live). *****

Het idioom klinkt vertrouwd. Een onschuldig melodietje dat langzaam ontspoort. Militante accenten van een knauwende altviool. Desolaat naspel. Wie blind luistert naar het Vierde strijkkwartet (1945) van de Poolse componist Mieczyslaw Weinberg, gisteren indringend uitgevoerd door het Quatuor Danel, denkt: het lijkt wel Sjostakovitsj – maar er klopt iets niet.

Het Weinberg Festival van het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg presenteert deze week een dwarsdoorsnede van Weinbergs enorme oeuvre. Symfonisch werk, uitgevoerd door het Radio Filharmonisch en het Limburgs Symfonie Orkest, gaat gepaard met veel strijkkwartetten.

Het is niet de eerste keer dat een poging wordt gedaan de muziek van Weinberg (1919-1996) te ontsluiten. Zo speelde het Quatuor Danel vorig jaar in Vredenburg Leeuwenbergh ook al diens negen strijkkwartetten in één weekend. Maar echte emancipatie vergt geduld. Uitvoering van zijn vele symfonieën en opera’s zijn wereldwijd nog altijd schaars; noot voor noot kruipt de componist uit de schaduw van Dmitri Sjostakovitsj.

Die schaduw leek hij bewust te hebben opgezocht. In 1939 vluchtte de Joodse Weinberg van Warschau naar Moskou, waar Sjostakovitsj zich als beschermheer aanbood. Ze raakten bevriend, en Weinbergs vroege stukken zijn ook sterk door Sjostakovitsj beïnvloed.

Zo ontstond het hardnekkige en dodelijke imago van epigoon. Maar Weinbergs Vierde strijkkwartet vertelt ondanks de associaties een eigen verhaal. Sjostakovitsj blonk uit in dramatische opbouw, Weinberg is naïever en onvoorspelbaarder – en wellicht ook daarom minder populair. Hij componeert uit het hart, sarcasme ontbreekt.

Het Belgische Quatuor Danel, gespecialiseerd in het repertoire, trof de perfecte toon met diep snarenspel, dat nooit te vet werd en de rafelige kantjes van de muziek benadrukte. Na de pauze werden de laatste twijfelaars van Weinbergs kwaliteiten overtuigd met het claustrofobische Vijftiende strijkkwartet (1979). Hier mondt een tastend begin uit in een samengebalde klankmassa, waarin elke vorm van melodie is uitgebeend. Fascinerende muziek, die het verdient steeds opnieuw gespeeld en beluisterd te worden.