Waarom vinden we haren zo vies?

„Waarom vinden we haren toch zo vies?” Dat vroeg de Amsterdamse Lara Harmans zich af terwijl ze onlangs kokhalzend de haren uit haar doucheputje haalde. Is haar eigenlijk wel vies? Of stellen we ons gewoon aan?

Zolang haren gewoon op ons hoofd blijven zitten, is er niets aan de hand. Maar zodra ze los zijn en overal terecht kunnen komen, vinden we ze opeens smerig. Dat is onterecht volgens dermatoloog Jannes van Everdingen. „Haar is van nature niet vies. Maar het herbergt net als de huid wel veel bacteriën.” Als we meer met onze handen in het haar zitten, neemt ook het aantal bacteriën toe. Van Everdingen: „Deze hebben we namelijk overal om ons heen, op alle voorwerpen die we aanraken. Winkelwagentjes, telefoonhorens en muntgeld zitten er vol mee.” Onze handen ontdoen we regelmatig van deze bacteriën door ze meerdere keren per dag te wassen, met haren doen we dat niet. Dat een kok met zijn handen aan ons eten zit, is dus geen enkel probleem. Maar zijn haren moeten er wel uit blijven.

In de horeca wordt er van alles aan gedaan om dit te voorkomen. Het is zelfs opgenomen in de Hygiënecode voor de Horeca waar een groot deel van de bedrijven zich aan moet houden. Bart Wiltjer, woordvoerder van het Bedrijfschap Horeca en Catering „Haar kan een potentiële besmettingsbron zijn van vuil, chemische stoffen en bacteriën. Geen fris idee als dat in je soep ligt.” Erger dan dat is het niet, ziek word je er namelijk niet van. Van Everdingen: „De meeste bacteriën die mensen via soep, al of niet met een haar daarin, binnenkrijgen, overleven de passage door de maag niet en komen dan aan het eind van de gang weer naar buiten.”

Kappers werken dagelijks met het haar van anderen en kunnen het zich ook niet veroorloven om het vies te vinden. Robin van der Linde knipt mensen bij haar thuis, maar heeft er geen enkele moeite mee dat ze hun haren overal tegenkomt. „Volgens mij heb je dan ook echt het verkeerde beroep gekozen. Ik ken geen enkele kapper die dat wel vervelend vindt. De meeste mensen wassen hun haar en dan is er niets vies aan.” Toch heeft ook zij ze liever niet in haar eten. „De bacteriën interesseren me niet, dat zal allemaal wel meevallen. Het is vooral de textuur die ik gewoon niet in mijn mond wil voelen.”

Sarah Graman

    • Sarah Graman