Van der Wiel terug in de wereld van gevierde spelers

Ajacied Gregory van der Wiel scoorde tegen Dinamo Zagreb en speelde ook goed. Hoe anders was het de voorbije maanden, toen hij zelfs werd uitgefloten. „Ik denk niet dat ik me hoef te bewijzen.”

Ajax Amsterdam's Gregory van der Wiel (C) scores against Domagoj Vida (R) of Dinamo Zagreb during their Champions League Group D soccer match in Amsterdam November 2, 2011. REUTERS/Toussaint Kluiters/United Photos (NETHERLANDS - Tags: SPORT SOCCER) REUTERS

Onaangedaan incasseert hij de complimenten. Af en toe lacht Gregory van der Wiel voorzichtig zijn tanden bloot en erkent hij dat hij een goede wedstrijd gespeeld heeft. Maar van triomfalisme is geen enkele sprake. „Dit is de voetbalwereld waarin we leven. De ene dag ben je niks, de volgende dag de held.”

Na de groepswedstrijd in de Champions League tegen Dinamo Zagreb (4-0) was Van der Wiel gisteravond de gevierde man in de Arena. De 19-jarige Deen Christian Eriksen verdiende dankzij drie assists eigenlijk de aandacht, maar het verhaal was toch de wederopstanding van de sukkelende rechtsachter. Die stelde na afloop koeltjes vast dat hij „wat mindere wedstrijden” had gekend. „En nu speelde ik wel lekker.”

Met zijn openingstreffer en voorbereidende werk op de 3-0 van Siem de Jong gooide hij de malaise van de voorbije weken van zich af. Door het gebrek aan een directe tegenstander kon hij gisteren veelvuldig naar voren rennen. En zo ziet Amsterdam het graag. „Je hoort ze juichen. Positief juichen dit keer”, zei Van der Wiel. Hij nam het voor kennisgeving aan. Zo sereen als hij zijn magere weken onderging, zo klinisch reageerde hij gisteren op zijn terugkeer in de wereld van de gevierde spelers.

Applaus rolde van de tribune toen hij werd uitgeroepen tot man of the match. Dit keer geen cynisch gejuich, zoals de laatste keer dat zijn naam werd omgeroepen in de Arena – bij zijn wisselbeurt vorige week zondag tegen Feyenoord. Het gefrustreerde publiek vond tijdens de wanprestatie van Ajax in Van der Wiel een kop-van-jut.

Maar van genoegdoening wilde Van der Wiel nu niet spreken. „Genoegdoening? Wat houdt dat in? Ik denk niet dat ik me hoef te bewijzen. Mensen weten wat ik kan. Ik heb wat mindere wedstrijden gehad, maar dat hebben andere spelers ook. Ik lag afgelopen week onder een vergrootglas, dat hoort erbij. Vandaag zie je dat het zo weer kan omkeren.”

Het was niet leuk geweest, zoals het publiek op hem reageerde in de wedstrijd tegen Feyenoord. „Het is een harde wereld, ik kan het wel hebben. Mensen verwachten gewoon een bepaald niveau van je. Maar ik ben wel wat gewend. Mijn carrière is sowieso niet over een rode loper gegaan.” 

Wat hij daarmee bedoelde, bleef onduidelijk. De loopbaan van de 23-jarige rechtsback kende eigenlijk alleen maar een stijgende lijn. Hij is vanaf zijn 21ste onomstreden in het Nederlands elftal, en hij kan als enige eredivisiespeler bogen op een WK-finale. Dat is zijn frustratie: hij heeft zijn status als rechtsachter van de vicewereldkampioen nog niet kunnen omzetten in een droomtransfer naar een buitenlandse topclub.

Na een vrij onopvallend seizoen waarin Ajax kampioen werd, zette het verval zich dit seizoen in. Dat manifesteerde zich vooral tegen PSV en Feyenoord, met tussendoor een rode kaart in de verloren wedstrijd tegen FC Groningen. In de twee uitwedstrijden tegen Roda JC was Van der Wiel vorige week niet eens in de basis. Hij was ‘toevallig’ slachtoffer van het systeem met drie in plaats van vier verdedigers. „Ik had een pijntje, het kwam me dus eigenlijk wel goed uit”, verklaarde hij gisteravond.

Aanvoerder Jan Vertonghen zegt zich geen moment zorgen te hebben gemaakt over de rechtsback. „Gregory staat bij ons bekend als een mentaal sterke jongen die zich weinig aantrekt wat er buiten hem afspeelt. Hij heeft op de training hard gewerkt om er weer bovenop te komen. Het kan aan je vertrouwen gaan knagen. Maar ik denk dat het ook wel een deel met geluk te maken heeft, met spelers die tegenover je staan.” Zagreb stelde Van der Wiel wat dat betreft voor weinig problemen.

Ajax maakte gisteren voor de derde keer op rij vier doelpunten en heeft – met de terugkeer van Miralem Sulejmani die voor de 2-0 zorgde – aan stootkracht gewonnen. Daarbij moet worden aangetekend dat Dinamo Zagreb, de enige doelpuntloze ploeg in de Champions League, gisteravond onthutsend weinig daadkracht aan de dag legde. Met de houterige Josip Simunic als klassieke vrije verdediger waanden toeschouwers zich in een aflevering van Andere Tijden Sport.

Steeds duidelijker wordt dat Ajax tegen Feyenoord vorige week echt uitzonderlijk slecht gespeeld heeft en dat de Rotterdamse tegenstander die zondag een tijdelijke opleving kende. Tegen FC Utrecht volgt komende zondag opnieuw een test hoe Ajax omgaat met een tot op het bot gemotiveerde tegenstander. In de Domstad leed Ajax vorig seizoen zijn meest kansloze nederlaag (3-0) onder coach Frank de Boer.

Enige dissonant in het aantrekkelijke spel van Ajax was gisteren Eyong Enoh, die soms raadselachtige dingen deed. Zoals een terugspeelbal over zestig meter, op een moment dat Ajax na een afgeslagen hoekschop uitwaaierde op de helft van Dinamo en zich klaarmaakte om toe te slaan. Enoh dacht daar anders over.

In Lyon kan Ajax zich over drie weken, in de een na laatste speelronde in de groepsfase, voor het eerst in zes jaar weer bij de laatste zestien in de Champions League scharen. Een niet doelpuntloos gelijkspel is daarbij al voldoende, want dan houdt Ajax de Franse club definitief achter zich. In Amsterdam werd het immers 0-0 en het onderling resultaat telt bij een gelijk puntenaantal.

Met de derde plaats in de poule – sinds gisteren een zekerheid – is ‘overwinteren’ in de Europa League alvast veiliggesteld. Maar voor geen enkele Amsterdammer was die troostprijs al reden voor een feeststemming.

    • Bart Hinke