Tijdbom onder revolutie Libië

Het nieuwe Libië wordt beheerst door milities. Ze weigeren hun wapens op te geven om hun invloed op het interim-bewind te handhaven.

Anti-Gaddafi fighters walk past a damaged building in Sirte October 21, 2011. Former Libyan leader Muammar Gaddafi, on the run for more than two months, was tracked down and killed in his hometown Sirte by opposition fighters on Thursday. REUTERS/Thaier al-Sudani (LIBYA - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) REUTERS

Hoe vraag je een tot de tanden gewapende militie of het waar is dat ze een bende ordinaire dieven zijn? Je begint met een grapje. „Klopt het dat jullie een olifant uit de dierentuin van Tripoli hebben gestolen en er een afweergeschut op hebben gemonteerd?”

Mohamed Kor, 38, een commandant van de Zintan-brigade, lacht in zijn korte, zwarte baardje. „Ik weet dat wij een slechte reputatie hebben”, zegt hij in zijn kantoor in Rigatta, een luxueuze compound aan het strand in West-Tripoli, waar de strijders uit Zintan hun intrek hebben genomen. „We krijgen elke dag telefoon van mensen die zeggen dat strijders uit Zintan aan het stelen zijn. Maar het klopt niet. Het gaat om criminelen die de naam Zintan misbruiken. En dat verhaal over de olifant is echt niet waar.”

Dat de ex-rebellen uit Zintan, een stadje in de Westelijke Bergen, een slechte naam hebben is een understatement. In het taalgebruik in Tripoli heet een dief tegenwoordig een „Zintani”. En Kor heeft geen antwoord op de vraag waarom die vermeende criminelen altijd zeggen dat ze uit Zintan komen en niet elders vandaan.

Het nieuwe Libië wordt gedomineerd door milities als die uit Zintan. Ze hebben in augustus meegedaan aan de bevrijding van Tripoli en ze zijn nooit meer weggegaan. Zondag nog betoogden enkele honderden mensen op het Martelaarsplein in Tripoli tegen de milities. Gewone burgers begrijpen steeds minder waarom de ex-rebellen nog altijd in pick-up-trucks met luchtafweergeschut door de stad moeten rijden.

Diezelfde dag brak in Tripoli een schietpartij uit tussen strijders uit Zintan en Misrata. Een strijder uit Zintan werd gedood en een ander uit Misrata raakte gewond. Zintan-strijders volgden de ambulance naar het ziekenhuis en een van hen opende het vuur toen het personeel wilde verhinderen dat hij de Misrata-strijder zou executeren. Op maandag kwam het opnieuw tot een schietpartij bij het ziekenhuis waarbij vier gewonden vielen.

Niet toevallig vallen vaak de namen Zintan en Misrata. Daar waar Zintan vooral een criminele reputatie heeft, staan de ex-rebellen uit Misrata bekend omwille van hun arrogantie. Geen enkele andere stad in Libië heeft zoveel geleden als Misrata, waar meer dan duizend doden vielen tijdens een maandenlang beleg door Gaddafi’s troepen.

Misrata vindt daarom dat het naar niemand moet luisteren, ook niet naar de Nationale Overgangsraad. Zo heeft Misrata op eigen houtje beslist dat de zwarte inwoners van het naburige Tawargha, waarvan een deel trouw was aan Gaddafi, niet mogen terugkeren. Voor alle zekerheid zijn ze vorige week opnieuw begonnen met huizen in Tawargha af te branden.

Zelfs voor de eigen inwoners is Misrata onverbiddelijk. „Nee tegen de a’aidoun”, staat op de muren van de stad te lezen. ‘A’aidoun’ betekent zoveel als ‘terugkeerlingen’ maar het slaat niet op de Tawargha’s. De term werd lang geleden gebruikt voor Libiërs die naar Tunesië waren vertrokken en die pas terugkeerden nadat er olie was ontdekt. In de huidige context betekent het dat wie niet in Misrata was tijdens het beleg niet langer welkom is in de stad.

„Het is de nieuwe propaganda”, zegt een Libische activist die anoniem wil blijven. „De rebellen uit Misrata vinden dat zij de helden van deze oorlog zijn en dat zij daarom een groter deel van de taart verdienen. Maar wat Misrata aan het doen is legt een tijdbom onder de toekomst van Libië.”

Dat de man zijn naam niet in de krant wil zegt veel over het huidige klimaat in Libië. Hij en twee anderen in een sjofel kantoortje in Tripoli hebben zopas een groep opgericht die de schendingen van de mensenrechten onder het nieuwe bewind wil documenteren. Alle drie hebben ze in hun regio een sleutelrol gespeeld in de strijd tegen Gaddafi’s regime. Nu maken ze zich grote zorgen over de wetteloosheid waarmee de milities opereren.

„Misrata beschouwt elke Libiër als een Gaddafi-aanhanger tot het tegendeel is bewezen. Dat wil zeggen dat als ik met jou een probleem heb ik gewoon even de Misrata-brigade moet bellen en je wordt uit je huis gekidnapt en meegenomen naar Misrata. Aan jou om te bewijzen dat jij geen aanhanger van Gaddafi bent.”

Hij geeft voorbeelden: een student die zijn professor heeft verklikt, de voorzitter van een sportvereniging die werd beschuldigd door iemand die zijn plaats wil innemen. „Elke dag krijgen we telefoon van mensen die op zoek zijn naar vermiste familieleden.”

Hij aarzelt niet om de situatie te vergelijken met de jaren tachtig, het hoogtepunt van de repressie onder Gaddafi. „Het is hetzelfde klimaat van angst waarbij mensen hun mond niet durven opendoen uit schrik beschuldigd te worden van sympathie voor Gaddafi.” De groep is nog niet van plan om in de openbaarheid te treden: voorlopig gebruiken ze hun eigen revolutionaire ‘wasta’ (connecties) om mensen vrij te krijgen.

Het wangedrag van sommige milities is niet alleen een veiligheidsprobleem; het dreigt ook de verhoudingen tussen de Libische stammen op te blazen. Misrata heeft lelijk thuisgehouden in Sirte, de machtsbasis van Gaddafi’s stam. Tientallen mensen zijn geëxecuteerd en de stad is grondig geplunderd.

In Bani Walid, het andere Gaddafi-bolwerk, dacht men dat te kunnen vermijden. Anti-Gaddafi-leden van de Warfalla-stam, met 1,2 miljoen de grootste van Libië, waren gaan ‘shoppen’ om een geschikte brigade te vinden om hun stad te bevrijden. Zintan en Misrata waren geen optie omdat Zintan een bloedverwantschap heeft met de Warfalla, en Misrata juist een eeuwenoud probleem heeft met de Warfalla.

Ze kwamen uit bij Jadu, een Berbers stadje in de Westelijke Bergen. Jadu heeft een uitstekende reputatie omdat ze bijna zonder een schot tot de zuidelijke stad Sabha zijn doorgedrongen. Jadu onderhandelt liever dan te schieten. „Daar waren we in Bani Walid ook mee bezig”, zegt Omar Dougha, 43, van de Jadu-brigade. „Het probleem is dat op een bepaald moment enkele duizenden rebellen uit Zawiya ongevraagd hun hulp zijn komen aanbieden.”

Zawiya had nog een appeltje te schillen met de Warfalla: het waren Warfalla die Zawiya in het begin van de oorlog hebben aangevallen. „De verwoesting en de plundering van Bani Walid zijn geheel het werk van de rebellen van Zawiya”, zegt Dougha. Dat bevestigt ook een grote graffiti-slogan in het Engels in Bani Walid: „Zawiya zijn bandieten.”

De anonieme activist vreest voor een Irak-scenario. „Ik heb veel mensen uit Sirte gesproken die zeggen: ‘Als jullie ons aan de kant schuiven, als jullie ervoor gaan zorgen dat onze kinderen geen kansen krijgen in het nieuwe Libië, dan laten jullie ons geen andere keuze dan in opstand te komen.’”

De Nationale Overgangsraad heeft deze week een nieuwe premier verkozen. Maar het staat nu al vast dat Abdulraheem al-Qib, een zwak en onbekend figuur die het grootste deel van zijn leven in het buitenland heeft doorgebracht, niet de man is die de milities tot ontwapenen zal dwingen.

Toen Abdelhakim Belhaj, een Afghanistan-veteraan en de zelfverklaarde leider van de militaire raad van Tripoli, de milities het bevel gaf om Tripoli te verlaten, reageerde Zintan doodleuk door een arrestatiebevel tegen Belhaj uit te vaardigen. „Wij wachten tot de juiste man op de juiste plaats zit”, zei Mohamed Kor van de Zintan-brigade deze week.