Strippenkaart

Een era van 31 jaar is vandaag definitief ten einde. Die van de strippenkaart om precies te zijn. Tot gisteren was hij nog geldig als vervoersbewijs in Groningen en Drenthe, maar verkrijgbaar was hij al sinds 23 oktober niet meer. Een noodzakelijke incongruentie om mensen tot het gebruik van een ov-chipkaart aan te zetten.

Toch zijn er diehards die de strippenkaart tot aan zijn laatste ademtocht trouw zijn gebleven. Zoals de mevrouw die voor mij in de rij stond voor de Qbuzz 317 van Groningen naar Roden. De passagiers die haar voorgingen (bejaarden) haalden een ov-chipkaart langs de lezer die een inmiddels vertrouwd elektronisch piepgeluid maakte. Maar de vrouw voor me (begin veertig) stapte de bus binnen met een strippenkaart. Een blauwe, die nog nauwelijks afgestempeld was, zag ik toen ik er snel een blik op wierp. De buschauffeur leek net zo verrast als ik, want hij liet zijn stempel een tijdje besluiteloos boven de strippenkaart hangen, alsof hij zich probeerde te herinneren hoeveel strippen je ook alweer nodig had voor een busrit van Groningen naar Roden. Oh ja, vier.

Wie was deze stugge volharder? Ze had een onmodieus voorkomen die een behoudende aard deed vermoeden. Ziekenfondsbril. Grijze rok. Blauw vest, daaronder een mintgroen overhemd. Het asblonde haar in een knot en bij elkaar gehouden door een tuttig klemmetje. Geen veegje make-up in het bleke gezicht. Ze was, vergeef me de stereotypering, de onbuigzame noorderling in persoon, alles wat naar nieuwerwetsigheid zweemde hield zo’n grijze dame zo lang mogelijk buiten de deur.

Zou ze na 3 november het openbaar vervoer afzweren en zich voorgoed terugtrekken uit het wereldse gewoel? Misschien wel als ze zou weten dat het GVB in Amsterdam sinds de invoering van de ov-chipkaart aldaar 150.000 euro per maand meer ophaalt dan normaal vanwege niet uitgecheckte ritten (levert het GVB 4 euro per rit op, die reizigers niet terugvragen, want te veel moeite).

Zulke bezwaren waren echter niet besteed aan de bejaarde passagiers in Qbuzz 317. Ze zwaaiden hun ov-chipkaarten in elkaars gezicht en vertelden elkaar erover in dat moeilijk verstaanbaar dialect van ze. Begrijpelijk was alleen de luide waarschuwing die de ene bejaarde een andere toeschreeuwde die net aan het uitstappen was: „Hab je wel uitgesjipt?! Hab je wel uitgesjipt?!”

De mevrouw met de blauwe strippenkaart ging bij de deur staan zodra de halte Kastanjelaan, Roden werd aangekondigd. Zou dit haar laatste busrit ooit worden? De bus remde af. Voordat de deuren opengingen, draaide ze zich om en griste uit een bakje een informatiefolder die puntsgewijs de duizelingwekkende voordelen opsomt van de ov-chipkaart. Ze had toegegeven, want ze wist: de enige plek waar haar strippenkaart na 3 november nog welkom is, is in de vitrinekasten van een openbaarvervoermuseum.