Schreeuw

Op de dag dat de zevenmiljardste aardbewoner werd geboren, was ik in Parijs, buiten het bereik van alle media. Geen nieuws over de crisis, geen omroepers die in de radio de mooie muziek leuk aan elkaar kakelen en in de wijk waar ik logeerde, het Quartier Latin, nog altijd geen geweldige vernieuwingen die de straten onbegaanbaar maken. Je begrijpt niet hoe ze het doen, maar het zag er allemaal mooi, vredig en levendig uit, en zo is het al jaren. Ik wilde naar het Centre Pompidou, een grote tentoonstelling van Edvard Munch, met zijn onmisbare meesterwerk De Schreeuw.

Boven de ingang hing een grote afbeelding van het schilderij en op het plein stond een rij van ongeveer anderhalve kilometer. Allemaal mensen die het in het echt wilden zien. Daar begon ik niet aan. Op een terrasje keek ik naar de mensen die naar De Schreeuw wilden kijken.

Het schilderij heeft vier of zeven versies, dat hangt af van de bron die je raadpleegt. Iedereen kent de voorstelling, maar voor alle zekerheid geef ik nog een beknopte beschrijving. Iemand staat op een houten brug, op de achtergrond nog twee figuren. De hemel is oranje. Hij heeft zijn ogen in een dodelijke schrik wijd opengesperd, zijn handen naast zijn hoofd geheven en hij schreeuwt. Het geheel straalt pure angst en wanhoop uit.

Munch heeft dit schilderij gemaakt in 1893. Er zijn experts die denken dat hij geïnspireerd was door de uitbarsting van de Krakatau. De vloedgolf die daardoor ontstond, heeft 36.500 mensen het leven gekost. Het kan zijn dat de natuur ertoe heeft bijgedragen. Maar hij was zelf in een moeilijke periode, had een verhouding met een getrouwde vrouw die er genoeg van kreeg. Munch was toen dertig jaar. Op die leeftijd kan zo’n gebeurtenis je in een peilloze wanhoop storten. Het landschap werkte mee. Zelf heeft hij later geschreven hoe dodelijk vermoeid hij was, door angst bevangen. Eigenlijk is het niet alleen een mens die schreeuwt, maar de hele natuur zelf.

Het schilderij was al beroemd, het werd nog beroemder toen in 1994 een van de versies gestolen werd. Na drie maanden werd het teruggevonden. Opnieuw een diefstal in 2004, weer met een gelukkige afloop, in 2006. In het algemeen worden kunstenaars en hun werk bekender als er iets gebeurt wat wel sensationeel is maar niets met de kunst te maken heeft. De rijen voor het Van Gogh Museum in Amsterdam zijn nog langer geworden nadat twee Amerikaanse geleerden hadden ontdekt dat de schilder geen zelfmoord had gepleegd maar was vermoord.

Op het ogenblik maakt De Schreeuw een goede kans om over een jaar of tien het allerberoemdste schilderij ter wereld te zijn, niet omdat er allerlei onartistieke dingen mee zijn gebeurd maar omdat het dan de toestand van de mensheid het best weergeeft. We zijn niet meer met zeven maar acht miljard op aarde. Wat we nu nog ‘de crisis’ noemen, is tot een permanente toestand geworden. We voeren geen oorlog meer in de oude betekenis van het woord; er is een nieuw soort conflict van allen tegen allen ontstaan. Iedereen wil dan zijn eigen toestand zien zoals die het best door Munch wordt weergegeven. Dat kan alleen als de musea dan nog bestaan.