Schiffmacher bouwt zijn 'tatticaan'

Henk Schiffmachers grote verzameling tattoozaken is de basis van een nieuw museum. Van een ‘Jailhouse machine’ tot een mobiele tattooshop en tattoeages van kannibalen.

Amsterdam 31-10-2011 Henk Schiffmacher in het zaterdag 5 november te openen Tattoomuseum Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer

„Een tattoo kun je tegenwoordig bijna bij de Chinees halen, zo gewoon is het geworden”, zegt Henk Schiffmacher (59), creative director van het nieuwe Amsterdam Tattoo Museum. Die ‘gewoonheid’, met tattooshops die de uitstraling van een tandartsenpraktijk hebben, draagt het nieuwe museum in ieder geval niet uit. De ambiance in het monumentale negentiende-eeuwse pand naast Artis, met eikenhouten vloeren en rijke plafondversiering, is bepaald gothic.

Schiffmacher leidt ons rond door de 2.000 vierkante meter expositieruimte waar – kort voor de opening – nog volop wordt getimmerd. Hier komen de afdelingen Japan, Samoa en Borneo, wijst hij. De doodshoofden – op Borneo waren vooral kannibalen enthousiaste tatoeëerders – liggen al in een mandje. „Het wordt hier straks het Tatticaan”, zegt de directeur vergenoegd en wijst op een binnenplaatsje waar straks bekende tatoeëerders de urn met hun as kunnen laten plaatsen.

Achter enkele uit de kolonie Veenhuizen afkomstige celdeuren met de kenmerkende luikjes voor het doorschuiven van eten, bevindt zich de afdeling gevangenistatoeage. Schiffmacher toont een klein ijzeren naaldje met een bolletje eraan, bedoeld om in de anus te worden verstopt, dat onder kenners bekend is als de Jailhouse machine.

Er zijn afdelingen over Tattoo Peter (Pier de Haan) in Amsterdam en Albert Cornelissen in Rotterdam – twee legendarische tatoeëerders in het naoorlogse Nederland: foto’s, voorbeeldboeken, materialen, delen van de inrichting van hun tattooshop, waarin de emmer met het lapje om bloed en overtollige inkt weg te vegen niet ontbreekt. Maar ook herinneringen aan buitenlandse, veelal Amerikaanse tatoeëerders ontbreken niet: van ene zich Captain Don Leslie noemende Amerikaan is de ‘traveling trunk’ aanwezig, een rijk beschilderde hutkoffer die als mobiele tattooshop fungeerde.

Aan de straatkant op de eerste verdieping is een caféruimte in verregaande staat van voorbereiding, die de herinnering levend zal houden aan de legendarische Bristol Tattoo Club – waarvan de leden in de jaren vijftig van de vorige eeuw op gezellige pubavondjes met elkaar wedijverden in het laten zetten van tatoeages en hun vorderingen wekelijks op foto’s vastlegden. Schiffmacher heeft die foto’s ooit ergens op de kop getikt.

Want bijna alle van de ongeveer 30.000 museumstukken zijn afkomstig uit Schiffmachers privéverzameling. „Het begint bij mij thuis nu wel erg leeg te worden.” Hij werd door het onderwerp gegrepen toen hij rond 1980 door de wereld trok als verslaggever voor de Nieuwe Revue. Schiffmacher had jarenlang aan de Amsterdamse Wallen een internationaal vermaarde tattooshop, Hanky Panky. Daarnaast verzamelde hij alles wat hem onder handen kwam en wat hij fotografeerde – ook die foto’s zitten in de museumcollectie.

Al één maal eerder had Schiffmacher een Tattoo-Museum, van 1996 tot 2000 op de Wallen, maar op die onderneming rustte geen financiële zegen. De nieuwe, veel ruimer opgezette instelling is mogelijk door de samenwerking met het Groningse bedrijf Partners aan het werk van Jeanette Seret, dat in de knoei geraakte mensen helpt weer in de maatschappij te functioneren. Het Museum zal daarom mede als een soort sociale werkplaats fungeren. De privécollectie is inmiddels ondergebracht in de H.I. Frankstichting, genoemd naar een belastinginspecteur die Schiffmacher in de beginjaren van zijn tatoeageliefde had ingewijd in de geschiedenis van de tatoeage in Nederland, en – net als de huidige museumdirecteur trouwens – helemaal vol zat.

De missie van het Amsterdam Tattoo Museum is ook om de studie en geschiedschrijving van tatoeage – nu nog vaak een zaak van individuele liefhebbers – op een hoger plan te tillen. Daartoe dient de boekenverzameling, Bibliotheca Dermagraphica gedoopt, de voorgenomen symposia en conventies en een reeks publicaties in samenwerking met de uitgeverij van het nabijgelegen Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Het eerste deel in die reeks verschijnt deze week: The Mingins Photo Collection. Het betreft hier een facsimile-uitgave van het 1.288 afbeeldingen tellende plakboek van de in 1973 overleden Londense tatoeëerder Rich Mingins. De foto’s zijn soms zeer oud, en niet altijd is duidelijk waar ze vandaan komen, al heeft Mingis er af en toe iets bijgeschreven („Two female members of the Tokio tattoo club”). Schiffmacher kreeg het ooit opgestuurd door de zuster van Mingins en hoopt dat in de toekomst velen nog vondsten zullen doen op zolders en aan het Museum zullen schenken.

Het is hoog tijd, denkt hij, omdat tatoeage als kleurrijk subcultureel verschijnsel aan de verdwijnende hand is. „Iedereen heeft nu tatoeages, het is steeds minder een wereld met leermeesters en groepjes. Ook internationaal verdwijnen plaatselijke etnische tradities door de mondialisering. Jammer: iedereen heeft steeds meer dezelfde broek aan.”

Amsterdam Tattoo Museum, Plantage Middenlaan 62, opent zaterdag op de Amsterdamse museumnacht, 19-02, verder dagelijks 10-19u. Inl: amsterdamtattoomuseum.com

    • Raymond van den Boogaard