Rintje De was

‘We hebben vanochtend geen tijd om de stad in te gaan’, zegt oma tegen Rintje. ‘Ik heb thuis een heleboel dingen te doen. Misschien wil je me helpen!’

Rintje wil dat best, maar oma begint met de stofzuiger en daar kan hij niet zo goed tegen. Zodra hij het geluid van de stofzuiger hoort gaat hij blaffen. En hoe hij ook zijn best doet, hij kan niet meer stoppen. Hij probeert zelfs in de stofzuigerslang te bijten. Oma moet lachen. ‘Wat ben je toch een malle jongen!’

Als alle kamers klaar zijn, lopen ze naar het washok. Daar hangt de was te drogen aan lange lijnen.

‘Hier is het mandje voor de knijpers’, zegt oma. Zij haalt de was van de lijn en de wasknijpers gooit ze naar Rintje. Hij vangt ze op en doet ze in het mandje.

‘En nu ga ik strijken’, zegt oma. Ze klapt de strijkplank open en doet de stekker van het strijkijzer in het stopcontact.

‘Waar is de rook?’ vraagt Rintje.

‘Er komt geen rook uit het strijkijzer’, lacht oma. ‘Dat is stoom. Maar daar moet je nog even op wachten, tot het strijkijzer is opgewarmd.’

Oma begint met de kleine dingen. De zakdoeken, de sokken, de onderbroeken en de hemden. Rintje geeft ze een voor een aan. En hij mag alles opvouwen. Hij houdt van de lekkere geur van de net gestreken was.

Als laatste komen de grote handdoeken en de lakens. De lakens duren altijd wel heel erg lang. Terwijl ze strijkt, zingt oma samen met Rintje een liedje. ‘Toen onze mop een moppie was, was hij aardig om te zien’, zingt oma.

Rintje begint heel gevaarlijk te grommen en hij bijt zogenaamd in haar schoen. ‘Nu gromt hij alle dagen, en bijt nog bovendien!’ zingt Rintje.

Als de lakens gestreken zijn, moeten ze opgevouwen worden. Maar dat kan Rintje niet alleen. ‘We nemen ieder een kant’, zegt oma. ‘Stevig vasthouden en dan vouwen we steeds een kant naar binnen. Daarna lopen we naar elkaar toe, tot het laken een mooi pakketje geworden is.’

Rintje doet zijn best maar opeens laat oma het laken uit haar handen schieten. Het komt boven op Rintje terecht. ‘Nu ben je een heel gevaarlijk spook!’ zegt oma. ‘En ik ga gillen van angst. IEEEEEEEEEE!’

Rintje moet lachen en maakt gevaarlijke geluiden. ‘Jij moet ook doen alsof je een spook bent!’ roept hij. Oma trekt een laken over haar hoofd. ‘OEWAHHHHHHHHHHHH!’ gilt ze en ze rent achter Rintje aan. Ze rennen rondjes om de strijkplank heen, tot ze niet meer kunnen.

Hijgend zitten ze naast elkaar. ‘Voor vandaag hebben we genoeg gewerkt’, zegt oma. ‘Vanmiddag gaan we lekker naar het bos!’