Op zoek naar oude ritmes

Het ambacht is terug. Ook in De Keyzer, Tom Frantzens woningblok in Amsterdam, dat is genomineerd voor de Zuiderkerkprijs.

De geest van het ambacht waart door de Nederlandse architectuur. Zeker na het verschijnen van De Ambachtsman, het traktaat van de Amerikaanse socioloog Richard Sennett uit 2008 over nut, noodzaak en genoegen van vakmanschap, duikt het begrip steeds vaker op. Onlangs nog zei de Zwitserse architect Peter Zumthor in een interview met deze krant dat mensen weer naar dingen verlangen waar liefde en aandacht aan is besteed, of dat nu auto’s of meubels of gebouwen zijn.

Twee jaar geleden al organiseerde Michiel Riedijk, van Neutelings Riedijk Architecten, bekend van onder meer het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum, een reeks lezingen van architecten over het ambacht. Ze zijn gepubliceerd onder de titel Architecture as a craft. Bij Riedijk, architect van zorgvuldig gemaakte gebouwen, ligt de belangstelling voor ambachtelijkheid voor de hand. Maar tegenwoordig is zelfs een computerarchitect als Lars Spuybroek, die met zijn avant-gardistische blobs het verleden ver achter zich leek te laten, in de ban van het oude ambacht. Hij is gefascineerd door John Ruskin, de negentiende-eeuwse Britse pleitbezorger van het middeleeuwse handwerk. Onlangs publiceerde Spuybroek The Sympathy of Things, waarin hij uitlegt dat Ruskins opvattingen over ambachtelijkheid juist in het digitale tijdperk weer relevant zijn.

Ook Tom Frantzen (1971) is de laatste jaren in aanraking gekomen met de nieuwe ambachtelijkheid. Het door hem ontworpen en onlangs opgeleverde woningblok De Keyzer in Amsterdam verraadt een grote aandacht voor het maken van mooie details. „Ik heb me nooit gerealiseerd dat ik bezig was met het ambacht”, zegt hij. „Maar nu je het zegt: vlak voor ik aan het ontwerp van De Keyzer begon, werd ik getroffen door een column van een architectuurcriticus die klaagde over het gebrek aan mooie details in Nederlandse nieuwbouwwoningen. In het historiserend vormgegeven nieuwbouwhuis waar hij woonde zat niet één detail waar hij van kon houden, schreef hij. Alles bestond uit armoedige onderdelen.”

Nachten wakker

De Keyzer is een woningblok dat ondanks zijn nieuwheid er al lang lijkt te staan. Anders dan de gevels van vergelijkbare bakstenen blokken in de Amsterdamse vinexwijk IJburg, ogen die van De Keyzer niet massief en monotoon, maar tintelen ze zoals blokken van voor 1900 vaak doen. Toch is De Keyzer geen kopie van een woningblok van een eeuw geleden. „Het is beslist geen historiserende architectuur”, zegt Frantzen. „Maar ik heb wel methodes van 19de-eeuwse architectuur gebruikt. Het resultaat is terughoudend, niet opzichtig en passend in de omgeving.”

De ontwerpgeschiedenis van De Keyzer is lang en begon in 2004, vertelt Frantzen. De opdrachtgever, woningbouwvereniging De Principaal, wilde een groot nieuw woningblok dat in de plaats kwam van een oud, lager blok. Belangrijkste eis was dat het in de straat met zijn laat 19de-eeuwse woningen paste, waar eerdere laat 20ste-eeuwse nieuwbouw het straatbeeld had aangetast.

„Eerst maakte ik een kunstzinnig ontwerp – ik was tenslotte een conceptueel architect”, zegt Frantzen lachend. „Ik vergrootte de gevel van het te slopen gebouw en doorbrak het gevelpatroon ervan met nieuwe ramen en deuren. Zo ontstond een gelaagde collage van nieuw en oud.” Maar het was niet het soort versmelting van oud en nieuw dat in de smaak viel: het ontwerp bleek kansloos bij de welstandscommissie.

De nieuwe Keyzer moest een ‘klassieker’ gebouw worden. „Ik heb daar nachten van wakker gelegen”, zegt Frantzen. „Ik voelde me bezwaard, ik wil geen retroarchitect zijn. Uiteindelijk besloot ik om een traditioneel gebouw op een nieuwe manier te maken en heel goed uit te voeren. Dus niet met van die armoedige details die je in veel nieuwbouw ziet, maar geraffineerd ontworpen en mooi gemaakt. Dat kan ook met relatief bescheiden budgetten.”

Probleem was alleen dat Frantzen nooit had geleerd een klassieke gevel te ontwerpen: „Een gevel ontwerpen die in een oude straat past, leerde je niet tijdens je opleiding als architect. Daar ging het vooral om het ontwikkelen van conceptueel denkvermogen. Ik moest het ambachtelijk ontwerpen echt zelf leren. In traditionalisme ben ik autodidact.”

Daarom begon hij met het analyseren van de gevels van het oude woningblok. „Die heb ik helemaal uitgeplozen”, zegt hij. „De klassieke driedeling van de gevel in plint, middenstuk en bekroning en de ritmiek: welke delen van de gevel iets naar voren springen, hoe de ramen in de gevels zaten, de muurankers, de kleuren – alle compositiemiddelen waarmee het oude gebouw was ontworpen heb ik geanalyseerd en vertaald in nu toepasbare principes en technieken.”

Dat bleek een kolossale klus die bijna twee jaar in beslag nam. „We hebben uiteindelijk zesduizend 3D-visualisaties gemaakt voor het ontwerp. De grootste moeilijkheid was de verfijning van de ambachtelijke bouw over te brengen in de prefab betonelementen waarmee het gebouw gerealiseerd moest worden om de bouwtijd te verkorten. Bij prefab betonelementen met baksteenstrips erop verraden de brede naden tussen de elementen meestal meteen dat het ‘nep’ metselwerk is. Om de elementen te kunnen vervoeren en te hijsen zijn ze ook grof van afmetingen, terwijl het karakteristieke 19de-eeuwse metselwerk juist heel slank is uitgevoerd. In samenwerking met de prefabfabriek is het gelukt superslanke elementen te maken met goed verstopte naden.”

Verfijnd

Voor de binnenhoven van De Keyzer verzon Frantzen een eenvoudige maar verrassende gevel. Wit gestucte blokken isolatiemateriaal liet hij versnijden tot bolle kussens, waartussen de muurankers – ijzeren lelies en rozen – van het oude gebouw zijn aangebracht, zoals knopen in een Chesterfield-bank. „Zo’n gecapitonneerde gevel vereist meer aandacht en zorg dan het rechttoe rechtaan pleisteren van een muur”, zegt Frantzen. „Maar juist hierdoor had de onderaannemer veel plezier in het maken ervan. Hij bedankte me dat hij na twintig jaar stuken eindelijk iets bijzonders kon maken en zijn vakmanschap kon tonen.”

Tijdens het ontwerp en de bouw van De Keyzer kreeg Frantzen bewondering voor de premodernistische manier van ontwerpen. „Vroeger keek ik nauwelijks met een professionele interesse naar oude gebouwen”, zegt hij. „Maar ik ben erachter gekomen dat de traditionele ontwerpmiddelen heel verfijnd zijn. Je kunt er heel goed een groot gebouw klein mee maken en een aangename straatgevel mee maken.” Toch betekent dit niet dat Frantzen nu een neotraditionalist is geworden. „Een contextuele benadering, zoals ik het noem, paste in het geval van De Keyzer. Maar iedere plek vraagt om een eigen benadering.”