Nu echt erkend als wapenhandelaar

Viktor Bout is schuldig bevonden aan illegale wapenhandel. Het proces wijst erop dat hij banden had met de Russische diensten.

(FILES) This October 5, 2010 file photo shows alleged Russian arms dealer Viktor Bout as he arrives at a Criminal Court in Bangkok. A US prosecutor wrapped up the case against Russia's Viktor Bout on October 31, 2011, telling a New York jury that the man dubbed the "merchant of death" should be found guilty. Assistant US Attorney Anjan Sahni ridiculed defense arguments that Bout, a veteran of the shady air transportation business, was only trying to sell two airplanes, not a vast arsenal of weapons to US agents posing as Colombian guerrillas. AFP PHOTO / Nicolas ASFOURI AFP

Vrienden en zakenrelaties gebruikten codenamen voor Viktor Bout. Ze noemden de Russische wapenhandelaar ‘Boris’, ‘Primus’ of ‘de man’. En als het gesprek op wapens kwam, dan had Bout het over ‘landbouwgereedschap’.

Na een decennia van beschuldigingen die moeilijk waren te bewijzen, is Bout gisteren uiteindelijk schuldig bevonden aan illegale wapenhandel. De jury van een rechtbank in New York acht bewezen dat hij onder meer pogingen heeft gedaan zware wapens te verkopen aan de Colombiaanse rebellenbeweging FARC. De strafmaat wordt op 8 februari bepaald. Hij kan levenslange celstraf krijgen. Zijn advocaat zei gisteren in beroep te zullen gaan.

Het proces heeft ook nieuwe details aan het licht gebracht over zijn zakenimperium en de manier waarop Bout te werk ging. Ruim zeventig transcripties van afgeluisterde ontmoetingen, telefoongesprekken en sms’jes laten het gemak zien waarmee hij toegang had tot zware wapens. Eén telefoontje was genoeg om honderd Igla luchtafweerraketten voor de FARC te regelen.

De Zuid-Afrikaan Andrew Smulian, een jarenlange compagnon van Bout, was een belangrijke getuige tijdens het proces. Zijn verhaal verleent geloofwaardigheid aan de beschuldigingen dat Bout nauwe banden had met de Russische inlichtingendiensten en wapenindustrie.

Zo vertelde Smulian dat Bout hem in 1998 meenam naar een wapenconferentie in Dubai. Daar werd hij voorgesteld aan de Rus Michael Kalasjnikov, de uitvinder van de AK-47, en aan Peter Mirchev, die Bout introduceerde als zijn belangrijkste wapenleverancier in Bulgarije.

De tien jaar daarop spraken Smulian en Bout elkaar weinig, totdat Smulian in 2007 weer contact opnam. Hij zat in financiële nood en Bouts zakenimperium stond onder druk door financiële sancties en een internationaal reisverbod. De deal met de FARC bood uitkomst.

Ook vertelde Smulian uitvoerig over een driedaags bezoek aan Moskou, waar ze de wapendeal beraamden met de FARC-leden, die Amerikaanse informanten bleken te zijn. Bout nam Smulian mee naar het gebouw waar hij werkte. Volgens Smulian zagen de ruimtes er duidelijk uit als „militaire of veiligheidskantoren”. Ze waren gevuld met militaire voorwerpen en er hingen schilderen van Russische veldslagen.

De Russische regering, die Bout altijd heeft verdedigd als „familieman”, zei vandaag er alles aan te doen om Bout naar huis te krijgen. Hij moet „naar zijn moederland.”

Toon Beemsterboer