Niemand denkt dat Syrisch geweld nu ten einde is

Nieuwsanalyse

Damascus zegt een plan van de Arabische Liga voor stopzetting van het geweld te accepteren. Morgen moet blijken of het Assad ernst is.

In de opstandige stad Homs hebben de Syrische autoriteiten vandaag het vuren nog niet gestaakt, zoals het gisteren door Damascus geaccepteerde vredesplan van de Arabische Liga eist. Volgens een Syrische mensenrechtenorganisatie werden daar drie burgers gedood. „Er is nog het geluid van zware mitrailleurs te horen”, aldus de bekendmaking. Later meldden activisten tankbeschietingen.

Behalve in de stopzetting van alle geweld voorziet het plan van de Arabische Liga („zonder voorbehoud” door Syrië aanvaard) in terugtrekking van tanks en pantservoertuigen uit de steden, vrijlating van alle politieke gevangenen en dialoog met de oppositie binnen twee weken. Buitenlandse journalisten en andere internationale waarnemers mogen het land weer in om te zien of alle bepalingen worden nageleefd. „We zijn gelukkig dat we dit akkoord hebben bereikt, we zullen nog gelukkiger zijn als het meteen wordt uitgevoerd”, zei de Qatarese premier, sjeik Hamad bin Jassim al-Thani, gisteren.

Dat laatste is nu de grote vraag en zowel de internationale gemeenschap als de Syrische oppositie is zeer sceptisch. Het geweld van vanochtend in Homs kan in theorie nog een nabrander zijn. Maar morgen, vrijdag-protestdag, zal waarschijnlijk al de proef op de som worden.

De protesten in Syrië tegen het regime van president Bashar al-Assad zijn de afgelopen weken in omvang teruggelopen te midden van het niets-ontziend geweld van de autoriteiten. Alleen bij speciale gelegenheden laait het protest weer op, zoals twee weken geleden na de dood van de Libische leider Gaddafi. Het akkoord van de Arabische Liga kan zo’n nieuwe aanleiding zijn tot massaler protest. Syrische oppositiegroepen binnen en buiten Syrië hebben in elk geval op Facebook en andere sociale netwerksites opgeroepen tot marsen en zitstakingen „op alle pleinen en straten” in het land om de bedoelingen van de autoriteiten uit te testen.

Het Syrische regime heeft al vaker hervormingen aangekondigd en steeds volgehouden dat zijn bedoelingen strikt vreedzaam zijn. Het probleem, aldus de autoriteiten, zijn de gewapende groepen, aangestuurd vanuit het buitenland, die zich tussen demonstranten verbergen. Die hebben honderden militairen en ander veiligheidspersoneel gedood en worden dus door het regime bestreden. Niet de vreedzame demonstranten.

Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn sinds de Syrische opstand begon zo’n 3.000 mensen omgekomen, in overgrote meerderheid burgers. Ook de oppositie erkent echter dat de laatste paar maanden het vreedzaam protest toenemend wordt begeleid door gewapende operaties van duizenden legerdeserteurs, die zich in het ‘Leger van vrij Syrië’ hebben gehergroepeerd.

Gezien de hele voorgeschiedenis is te voorspellen dat elke nieuwe legeractie tegen demonstraties zal worden gewettigd met verwijzing naar geweld van gewapende groepen. Het staatspersbureau SANA meldde gisteren in dit verband dat geweld „van welke bron dan ook” moet stoppen.

Maar zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat het geweld nu zou stoppen, is de opstand in Syrië niet voorbij. Er is geen sprake van dat de Syrische oppositie, hoe verdeeld ze verder ook is, nog bereid is te accepteren dat Assad aanblijft.

    • Carolien Roelants