Nee, nee, ík ben even aan het woord

Het was een Kamerdebat zoals er elke dag vele zijn in Den Haag. Tot de armzwaai van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA). Geïrriteerd dat voorzitter Pauline Smeets haar betoog onderbrak, probeerde Veldhuijzen van Zanten haar letterlijk de mond te snoeren.

De Kamerleden en het publiek vielen stil. De ambtenaren van de bewindsvrouw wendden met gefronste wenkbrauwen het hoofd af, terwijl de staatssecretaris zelf getergd de ogen ten hemel sloeg, nadat ze de voorzitter van de vergadering alsnog het woord gegeven had.

Het incident volgde op rumoer op de publieke tribune, waar veel gehandicapten zaten. Zij zijn boos over de bezuinigingen op het persoonsgebonden budget, waarover de Kamer met Veldhuijzen van Zanten sprak. Die had net gezegd dat dat budget volgens haar „ook tot luiheid in de zorg heeft geleid”.

In de Tweede Kamer grijpt een voorzitter altijd in als het publiek zich roert. Meestal zegt de voorzitter dan iets als: mag ik de aanwezigen vragen niet uw goed- of afkeuring te geven? De staatssecretaris, pas een jaar actief in de politiek, leek zich niet bewust van dit gebruik en reageerde met de hoogst onparlementaire armzwaai. Ze zei dat ze mans genoeg is om te bepalen of rumoer haar afleidt.

Voorzitter Smeets, al bijna negen jaar Kamerlid voor de PvdA, nam toch het woord. „Mág ik even als voorzitter… Dank u wel, staatssecretaris.” Ze maande het publiek tot stilte en vroeg de staatssecretaris om via de voorzitter te praten – een ander bekend parlementair gebruik dat Veldhuijzen van Zanten geregeld vergeet.

Het ministerie van Volksgezondheid liet in een persbericht weten dat de staatssecretaris spijt heeft: „Ik had dit niet moeten doen.”

Eerder kwam Veldhuijzen van Zanten in problemen toen ze zei dat iedereen met een persoonsgebonden budget deze zorg zou behouden. Toen bleek dat ze die belofte moeilijk kan waarmaken, kwam er een motie van afkeuring, die het niet haalde. Sindsdien geldt ze in Den Haag als ‘beschadigd’.

Rubriek Zap: pagina 37