Moeten duursporters massaal aan bietensap?

Nederlandse sporters maken nog te weinig gebruik van wetenschappelijke kennis. Een helpdesk en op den duur een kennisinstituut moeten daarin verandering brengen.

Is bietensap het nieuwe wondermiddel voor duursporters? Op die vraag kunnen wetenschappers een zinnig antwoord geven. Maar dan moeten de werelden van sport en wetenschap wel bij elkaar gebracht worden.

De helpdesk Topsport Topics moet het antwoord op prangende vragen kunnen geven. Achter de helpdesk, een initiatief van de sportkoepel NOC*NSF in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijks Universiteit Groningen, gaat een team van vier wetenschappers schuil dat rechtstreeks door coaches benaderd kan worden. Coaches kunnen er terecht met vragen, maar de wetenschappers kunnen ook zelf een onderzoek initiëren. Gezamenlijk moeten zij ervoor zorgen dat de versnipperde kennis wordt gebundeld, zodat Nederlandse sporters nog beter kunnen presteren.

Volgens Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF, laat de sport nu nog te veel kennis liggen. Veel concurrenten, vooral in de Angelsaksische landen, doen dat niet. Daar is het evident dat sport en wetenschap nauw samenwerking. Hendriks: „De marges tussen goud, zilver en brons worden kleiner. Details worden steeds belangrijker. En in die zoektocht kan de wetenschap een belangrijke rol spelen. Daarom vind ik het noodzaak dat die werelden bij elkaar worden gebracht.”

De voormalige marathonloper Kamiel Maase, die de afdeling Topsport van NOC*NSF ondersteunt als coördinator van wetenschappelijke projecten, durft de stelling aan dat Nederlandse sporters met een goede wetenschappelijke ondersteuning meer medailles kunnen winnen. Hij noemt als voorbeeld het effect van bietensap, waarnaar in de laatste jaren van zijn actieve loopbaan onderzoek is gedaan. Volgens deskundigen zou het zuurstofverbruik er significant door omlaag gaan. Maase: „Als ik dichtbij het vuur zou hebben gezeten, had ik tijdens de Spelen van Peking kunnen besluiten om bietensap te gebruiken. Maar ik wist het niet.”

Een ander voorbeeld is volgens Maase het Nederlands elftal. Bondscoach Bert van Marwijk vertelde eergisteren tijdens een bijeenkomst voor coaches op Papendal, dat de druk op de spelers van beide ploegen tijdens de WK-finale immens groot was. Volgens hem was dat ondermeer de reden van het matige spel. Maase: „Als via de wetenschap daar iets aan gedaan had kunnen worden, had Nederland kunnen winnen. En wie weet had Arjan Robben met behulp van de wetenschap net iets fitter aan de finale kunnen beginnen, zodat hij net die tiende van een seconden sneller had kunnen anticiperen toen hij alleen voor de Spaanse doelman verscheen. In die zin ken ik geen twijfel. Topsporters winnen meer medailles als zij slim gebruik maken van wetenschappelijke kennis.”

Hendriks heeft Australië, Groot-Brittannië en Canada als voorbeeld. In die landen werken sport en wetenschap optimaal samen. Daarom is de helpdesk wat hem betreft de aanzet tot de instelling van NESI: Netherlands Sportscience Institute.

    • Henk Stouwdam