Laat maar zitten die plasma-tv

De verkoop van platte televisieschermen viel nog nooit zo tegen.

Philips heeft zich terug-getrokken uit de markt, concurrenten lijden verlies.

Europa, Nederland, Utrecht, 06-09-2009 In Utrecht zijn bijna honderd studenten acuut op straat gezet op last van de burgemeester. De brandweer acht het voormalige KPN-kantoorpand aan de Wilhelminalaan zeer brandgevaarlijk. Foto: Evelyne Jacq Evelyne Jacq

U heeft 500 euro te besteden. Wat wordt het: een tablet-pc met een schermpje van 10 inch of een plasma-tv van 50 inch (127 cm)?

Ook al kostte dat enorme plasmascherm een paar jaar geleden minstens 2.000 euro, de meeste consumenten gaan voor de eerste optie. Terwijl de kleine iPad-achtigen niet zijn aan te slepen, verandert de tv-markt in een bloederig slagveld waarop elektronicafabrikanten elkaar uit de markt prijzen.

De afgelopen week maakten Panasonic en Sony forse verliezen op hun tv-divisies bekend. Ook de tv-tak van marktleider Samsung belandde in de rode cijfers, inclusief een omzetterugval van 13 procent. Philips, dat al jaren verlies lijdt op tv’s, sloot gisteren na moeizame onderhandelingen de laatste licentiedeal. Daarmee trekt het Nederlandse technologiebedrijf zich definitief terug uit de productie van tv’s. Terecht, zo blijkt nu. Want het ziet er niet naar uit dat de vraag naar grote schermen op korte termijn weer aantrekt.

Het lukt de televisiefabrikanten niet om kijkers te verleiden met nieuwe toestellen. De meeste consumenten hebben al een flatscreen in huis en vinden ‘groter’ en ‘goedkoper’ onvoldoende aanleiding om hun bestaande scherm te vernieuwen. Ze geven hun geld liever uit aan een andere gadget, zoals een smartphone of tablet-pc.

Traditiegetrouw wisselen huishoudens eenmaal in de zeven à acht jaar van tv, meestal rondom een groot sportevenement zoals het WK voetbal. In 2008, op de jaarlijkse elektronicashow CES, droomden fabrikanten hardop dat de vervangingssnelheid van tv’s zou toenemen, tot eenmaal per vijf of zelfs drie jaar. Maar nieuwe functies zoals 3D en internetverbinding slaan niet voldoende aan. De 3D-bril blijft een beperkende factor en de ‘connected tv’ met internetverbinding ondervindt concurrentie van de veel goedkopere settop-box (een apparaat dat een televisie verbindt met bijvoorbeeld een satellietschotel of internetkabel).

Fabrikanten verslikken zich bovendien in hun optimistische inschattingen. De verkopen in 2010 vielen zwaar tegen, al was dit een jaar met het WK voetbal. Voor 2012 (met het EK voetbal en Olympische Spelen) zijn de verwachtingen een stuk bescheidener, zo blijkt uit voorspellingen van onderzoeksbureau DisplaySearch. De verwachtingen voor 3D-tv’s zijn ook al naar beneden bijgesteld, bijvoorbeeld bij LG, de tweede tv-producent ter wereld.

De productie van televisieschermen is een verdringingsmarkt geworden waar de Koreaanse fabrikanten de hoofdrol spelen. Toch waagde luidsprekerfabrikant Bose zich afgelopen jaar als nieuweling op de markt, met een tv die is voorzien van een luxe ingebouwd luidsprekersysteem. Maar met een prijskaartje van 6.000 euro is dit niet een model dat massaal over de toonbank gaat. Juist merken die proberen het tv-scherm een ‘premium’-waarde te geven, haken af. Philips verzon bijvoorbeeld Ambilight (dynamische achtergrondverlichting) en een extreem breed scherm (21:9 beeldverhouding, als in de bioscoop). Ook deze extraatjes bleken de omzet niet veilig te kunnen stellen.

Hoewel Panasonic dit jaar een recordverlies van 4 miljard euro voorspelt, wil het bedrijf geen afstand nemen van de tv: de Japanners vinden de televisie een te belangrijk onderdeel in het moderne huishouden.

Sony maakte deze week bekend dat het zijn tv-tak in drieën knipt, maar ontkent dat het de productie van lcd’s wil afstoten. Sony gaat ook voor ‘mobiel’, net als Samsung, dat nu records breekt met zijn smartphonedivisie. Afgelopen maand kocht Sony joint venture Sony Ericsson, de telefoonfabrikant, in zijn geheel op. Als de grote tv uit de mode is, dan moet er maar geld worden verdiend met het kleine scherm.