Kan iedereen ophouden tegen de kerk te plassen?

London Occupy probeert een een betere wereld uit, zonder leiders en standpunten. Maar kan iedereen ophouden met plassen tegen de kerk? „Die werkt nu met ons samen!”

Zo moet de wereld zijn, vindt Jay Alonyo (26). Occupy London, het tentenkamp op het plein voor de St Paul’s kathedraal is een samenleving zonder hebzucht en uitbuiting. „We hebben een universiteit, een bibliotheek, een recyclepunt. Eten en onderdak voor iedereen.” Jongerenwerker Alonyo slaapt er zo vaak mogelijk.

Door hun manier van inspraak en overleg wil Occupy London passanten laten zien dat het anders kan. Maar dat is nog niet zo eenvoudig, zegt Jay, geboren in Oeganda, opgegroeid in Engeland. De buitenwereld zet druk op de beweging om zich te conformeren. „We worden telkens gevraagd naar onze leiders, onze woordvoerders, onze standpunten. Maar zo werken wij niet.”

Deze week botste de prille tentsamenleving van Occupy London op de reëel bestaande buitenwereld. De twee partijen op wier grond ze kamperen, de St Paul’s en de City of London Corporation, dreigden met ontruiming. Het kerkbestuur heeft de juridische stappen inmiddels gestaakt en Occupy London omarmd. Maar de City of London Corporation, het bestuur van het historische hart van Londen, pauzeert slechts. Ontruiming dreigt, tenzij de demonstranten komen praten over een oplossing.

Het leiderloze Occupy London ziet zich nu gedwongen vertegenwoordigers aan te wijzen. Ze kunnen moeilijk met z’n allen overleggen met de Corporation. Het zorgt voor debat en ruzie in het tentenkamp. Wie moeten ze sturen? Moeten ze überhaupt praten met de vijand?

Zoals met alles, is het besluit aan de Algemene Vergadering van het tentenkamp. Dat betekent: iedereen.

Josh, een 21-jarige student, fungeert als voorzitter van de vergadering op de trappen van de St Paul’s. Hij vraagt: „Stemt iedereen er mee in dat een delegatie van Occupy London woensdag om drie uur naar Guildhall gaat om te praten met de City of London Corporation?”

Wapperende handen alom: instemming.

Josh: Zijn er mensen tegen het overleg met de Corporation?

Zes gekruiste armen: bezwaar.

Zijn jullie bezwaren zo zwaarwegend dat jullie het tentenkamp zullen verlaten als de vergadering met de City toch doorgaat?

Twee gebalde vuisten gaan omhoog. Een blok.

Willen de blokkers hun standpunt toelichten bij de microfoon?

Een meisje in een lange gebreide trui: „We moeten overleggen op onze eigen voorwaarden, niet die van de Corporation. We moeten eerst beter nadenken.”

Jay, de jongerenwerker, onderbreekt: „Onze delegatie gaat alleen práten. Er worden geen afspraken gemaakt met de Corporation. Alles wordt eerst voorgelegd aan de Algemene Vergadering. Wie dit blokt, blokt dialoog van mens tot mens.”

Josh peilt of er nu consensus is.

Wapperende handen.

Geen blok?

Niemand.

Dan hebben we consensus!

Applaus.

Dit overleg met wapperende handen, gekruiste armen en gebalde vuisten is de essentie van Occupy London, zeggen deelnemers. Dit is échte democratie, niet de schijndemocratie van gekozen vertegenwoordigers die ingaan tegen het belang van hun eigen kiezers. Zie de miljardensteun voor de banken, betaald door de burgers.

Dit keer is er binnen een half uur consensus, maar pleindemocratie is wel omslachtig. De avond daarvoor was de Algemene Vergadering ook al drie uur bijeen. Het grootste deel van de steeds kouder wordende avond ging ook al over het overleg met de Corporation.

Joolz Stevenson (23), forensisch onderzoeker zonder werk, is blij met het conflict met de Corporation. Het maakt Occupy London volwassen én laat Londenaren zien dat het hart van hun stad in handen is van een club waar ze geen invloed op hebben, zegt hij. „De Corporation is net het Vaticaan. Een staat binnen de stad.”

De Algemene Vergadering is bijna voorbij. Het is tijd voor de ‘Shout Out’, de microfoon staat open voor iedereen. Joolz doet een oproep voor vrijwilligers voor kamplogistiek. Marc van de bemiddelingsgroep staat klaar voor kampbewoners met ruzie. Een jongen van het mediateam: de tweede Occupied Times is uit! Applaus.

Priester Michael van de St Paul’s komt iedereen uitnodigen voor Allerheiligen. Handgewapper, applaus. Een meisje doet verslag van het dagelijkse overleg met de kerk. Wil iedereen zijn fiets loshalen van de trappen van de St Paul’s? En alle spandoeken op de hekken weghalen. Brandgevaar.

Ook de briefjes en slingers?

Ook die.

Gemor en handgewapper.

En, voegt het meisje toe, kan iedereen ophouden tegen de kathedraal te plassen? „De kerk werkt nu met ons samen. Gebruik de mobiele wc’s.”

Een jonge oorlogsveteraan stelt voor dat hij een workshop kan organiseren over kamphygiëne. „En ik kan laten zien hoe we de tenten klaarmaken voor de winter.”

Gejuich, wapperende handen.