Kamervraag van de week: waarom is Van Agt geen Minister van Staat?

Kamerlid, minister van Justitie, partijleider, minister-president en Commissaris van de Koningin. CDA’er Dries van Agt is het tussen 1971 en 1987 allemaal geweest. Een landsdienaar der eerste klasse. En toch is hem nooit de eretitel Minister van Staat verleend. Waarom eigenlijk niet, vroeg D66-Kamerlid Gerard Schouw aan de premier.

Dries van Agt, van 1977 tot 1982 minister-president. Foto Vincent Mentzel

Kamerlid, minister van Justitie, partijleider, minister-president en Commissaris van de Koningin. CDA’er Dries van Agt is het tussen 1971 en 1987 allemaal geweest. Een landsdienaar der eerste klasse. En toch is hem nooit de eretitel Minister van Staat verleend. Waarom eigenlijk niet, vroeg D66-Kamerlid Gerard Schouw aan de premier.

Het record Kamervragen afwimpelen staat sinds gisteren op naam van minister-president Rutte. Het enige ‘inhoudelijke’ antwoord op vragen over selectiecriteria, politieke beloningen, het contact met koningin Beatrix en de schijn van willekeur is: “Er zijn geen criteria anders dan bijzondere verdiensten die vergelijkbaar zijn met de bijzondere verdiensten van degenen aan wie deze titel eerder is verleend.”

Uitblijven benoeming is voor Van Agt ‘een mysterie’

En de inspraak van het staatshoofd dan? “Zoals gebruikelijk worden over het contact van de minister-president met de koningin geen mededelingen gedaan”, wuifde Rutte de vraag weg. Ook de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) is uiterst summier met informatie. In “uitzonderlijke gevallen” wordt de titel verleend, meldt de website.

Het enige criterium, zo stelt de RVD, is dat de kandidaat geen publieke functie meer vervult. En verder: “De koningin kan in sommige gevallen een Minister van Staat raadplegen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een kabinetsformatie of bij gecompliceerde staatsrechtelijke kwesties. De koningin benoemt de Ministers van Staat op voordracht van de ministerraad.”

Andreas Antonius Maria van Agt (2 februari 1931) heeft zelf nooit om de eretitel gevraagd, maar stilletjes hoopte hij al die jaren op een telefoontje van het kabinet. Desgevraagd wilde hij er wel iets over kwijt tegenover het Nederlands Dagblad. “Teleurgesteld”, is hij erover. “Ik ben opgevoed in een religie die mij vertrouwd heeft gemaakt met het leven in mysterie. Dit is voor mij zo’n mysterie”, zei hij tegen de krant. “Ik heb er wel ideeën over, maar dat is ook het laatste wat ik erover zeggen mag.”

Akkefietjes oplossen, niet veroorzaken

In hetzelfde interview sprak hij zich uit over een omstreden gevangenenruil in Israël en het opheffen van blokkades in de Gazastrook. Opkomen voor de Palestijnse zaak ligt hem na aan het hart. In 2009 speelde hij zelfs met het idee om op een actieboot de zeeblokkade aldaar te doorbreken. Misschien dat hij met dit soort uitspraken en voornemens zich heeft gediskwalificeerd voor een aanstelling als Minister van Staat. Als burger is hij vrij om de barricades te beklimmen, maar als vertegenwoordiger van de staat kan dat tot diplomatieke ongelukken leiden. Dat hij fel is gekant tegen de PVV als gedoogpartner helpt wellicht ook niet.

Ministers van Staat moeten juist uiterst discreet opereren, de boel lijmen, zo blijkt uit informatie van het Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden. Ze worden belast met speciale opdrachten. “Een bekend voorbeeld daarvan was Minister van Staat Van der Stoel, die meehielp de moeilijkheden rond het voorgenomen huwelijk van Maxima en prins Willem-Alexander op te lossen.”

Kom niet in opstand tegen de vorst

Tweemaal is de titel een persoon ontnomen. In 1819 werd Gijsbert Karel van Hogendorp, medeopsteller van de eerste Nederlandse Grondwet, gestraft vanwege zijn liberale oppositie tegen koning Willem I. Na de Tweede Wereldoorlog raakte jonkheer De Geer de titel kwijt vanwege zijn inschikkelijke houding jegens de bezetter.

Dirk Jan de Geer (1870 - 1960) werd op 63-jarige leeftijd Minister van Staat, aan het einde van een carrière waarin hij de functies van raadslid, parlementariër, gedeputeerde, burgemeester, minister, partijleider (CHU) en premier had bekleed. Aan de vooravond van de Tweede Oorlog werd er een bijzonder beroep op hem gedaan: volg Colijn op als minister-president.

Een succes werd dat premierschap niet. De Geer had er geen vertrouwen in dat Groot-Brittannië de Duitsers zou verslaan en stelde voor om vrede te sluiten met Adolf Hitler. Koningin Wilhelmina ontsloeg hem daarom na een aantal maanden en eiste na de oorlog al zijn onderscheidingen terug, waaronder die van Minister van Staat. Voortaan ging hij door het leven met de bijnaam: ‘Jonk de G: zonder heer en zonder eer’.

Schoolziek tijdens de formatie

De huidige Ministers van Staat zijn Pieter Kooijmans (benoemd in 2007), Hans van den Broek (2005), Wim Kok (2003), Jos van Kemenade (2002), Frits Korthals Altes (2001) en Ruud Lubbers (1995).

Politicoloog Peter Bootsma, biograaf van Dries van Agt, heeft wel een idee waarom zijn studieonderwerp nooit Minister van Staat is geworden. “Op zichzelf had de vorstin (Beatrix) haar dankbaarheid aan Van Agt best mogen uitdrukken voor het onder zijn verantwoordelijkheid ordelijk afwikkelen van de troonsafstand (Juliana).” Dat was bepaald geen vanzelfsprekendheid in het Amsterdam van 1980, schrijft Bootsma op Publiekrechtenpolitiek.nl. “Met de formatie van 1981 heeft Van Agt het vermoedelijk verknald. De grilligheid die hij daarin tentoonspreidde om maar niet het kabinet te krijgen dat er nu eenmaal toch moest komen (CDA, PvdA en D66) zal Beatrix onaangenaam getroffen hebben in wat nou juist haar eerste formatie was, en waarin ze dus graag wilde laten zien dat ze wist hoe het moest. Dat ze hem bijvoorbeeld een informateur (De Gaay Fortman) opdrong die, bij bekendwording daarvan, Van Agt deed besluiten ziek te worden en zich een paar dagen onbereikbaar voor politieke zaken te houden, zal niet direct aan zijn reputatie ten paleize hebben bijgedragen.”

Relativeren en improviseren

Ook de slechte relatie met Ruud Lubbers, Van Agts opvolger en tevens Minister van Staat, zou hem parten hebben gespeeld. “Toen Van Agt premier werd, verwachtte Lubbers niet anders dan minister te worden in het kabinet Van Agt-Wiegel, maar daar hadden zowel premier als vicepremier weinig behoefte aan”, aldus Bootsma. “Lubbers werd dus tot zijn bittere teleurstelling eind 1977 ‘gewoon’ Kamerlid. Echt goed is het tussen die twee nooit meer gekomen. Zodra Lubbers fractievoorzitter was (vanaf 1978) en Van Agt premier, was het vier jaar lang gedoe tot Van Agts afscheid van het ambt.”

Verder, zo gaf Van Agt zelf toe in de biografie, vielen zijn karaktereigenschappen niet altijd in goede aarde. Relativeren en improviseren, daar hielden Lubbers en Beatrix niet zo van. “Het is niet voor niets dat Van Agt van zijn wekelijkse gesprekken met Juliana geen aantekeningen maakte”, aldus de biograaf. “Dat ging hij pas doen toen bleek dat Beatrix als koningin van hem verlangde dat hij nog wist wat hij de week ervoor gezegd had.”

Tjeenk Willink heeft nu de beste papieren

De titel Minister van Staat is al vier jaar niet meer verleend. Bootsma vermoedt dat hij aan oud-premier Balkenende voorbij zal gaan. “Dat Balkenende het na een jaar nog niet geworden is, duidt er op dat hij het ook niet meer wordt. Daarvoor was hij te onervaren in staatszaken toen hij aantrad, en schutterde hij te zeer in kwesties waarvan men op het Paleis nou juist graag ziet dat de minister-president het gezag heeft om te voorkomen dat het echte affaires worden (Margarita en Mabel, maar bijvoorbeeld ook het gedoe over de villa van Willem-Alexander). Hij is natuurlijk ook nog een stuk jonger dan Kok en Lubbers waren aan het eind van hun premierschap.”

De meest logische kandidaat is Herman Tjeenk Willink, scheidend vicevoorzitter van de Raad van State. “Na Beel hebben alle vicepresidenten de titel gekregen bij hun afscheid: Ruppert in 1980 (overigens met twee maanden vertraging) en Scholten in 1997, tegelijk met zijn afscheid, zoals het hoort.”

In het rijtje van oud-premiers met een eretitel (Kok, Lubbers, Cals, Drees, Beel, De Geer, Colijn, Van der Linden, Kuyper) blijft Van Agt vooralsnog de grote afwezige. Anders dan Joop den Uyl (1973 – 1977), die tot vlak voor zijn overlijden politiek actief was, stond er formeel niets in de weg om hem Minister van Staat te maken. Het is aan Rutte om Van Agts “bijzondere verdiensten” op waarde te schatten, maar het is de vraag of hij daar zin in heeft en of de koningin daar wel in mee wil gaan. Een schrale troost: ook Piet de Jong, premier van 1967 tot 1971, is nooit onderscheiden als Minister van Staat.

Eerder in deze serie:
Vijftig jaar diplomatieke onschendbaarheid. Feest of geen feest?
Mauro maakt van kiezers mensen en van politici bureaucraten
Democratie en kapitalisme gaan scheiden. Ontferm je over kind Occupy
Politiek heeft draaikonten nodig. Naar voorbeeld van Lincoln
Gekken aan het roer. Helemaal niet zo’n slecht idee

    • Steven de Jong