Kabinet: meer doen in Kunduz

Kamerleden verwachten morgen een brief waarin het kabinet voorstelt de missie in Kunduz uit te breiden. Waarschijnlijk wil het kabinet dat Nederlandse militairen in Noord-Afghanistan ook training mogen geven aan leden van de grenspolitie, agenten van buiten de provincie Kunduz en politiemensen met een hogere rang. De eerste twee opties zijn controversieel.

Het kabinet is voor de politietrainingsmissie afhankelijk van de steun van GroenLinks, D66 en de ChristenUnie, omdat gedoogpartner PVV er tegen is. Komende woensdag debatteert de Tweede Kamer over de voortgang van de missie, die in juli begon.

De missie is vorige maand juist ingekrompen wegens een gebrek aan rekruten. Daardoor is er geen werk voor veel marechaussees die hen moeten opleiden. Nederland was vooraf door de NAVO gewaarschuwd dat er nauwelijks behoefte was aan scholing voor basisagenten. Gisteren vroeg de hoogste militair van de NAVO, Giampaolo Di Paola, Nederland nog voorzichtig om de taken uit te breiden.

Een aantal Kamerleden heeft bij een recent bezoek zelf gezien hoe knellend het door hen opgelegde mandaat in Kunduz werkt. GroenLinks en D66 zeiden daarna open te staan voor uitbreiding van de taken. Voorwaarde is dat het civiele karakter van de missie gewaarborgd blijft.

Joël Voordewind van de ChristenUnie twijfelt of binnen die beperking ook leden van de grenspolitie een opleiding kunnen krijgen. Deze dienst heeft ook gevechtstaken. Het kabinet heeft de Kamer beloofd dat door Nederland geschoolde agenten niet aan gevechten mogen meedoen.

Ook het opleiden van agenten van buiten de provincie is controversieel, omdat het lastig zal zijn hen tijdens hun werk te blijven volgen, zoals Nederland doet met agenten in Kunduz. Voordewind is er daarom „niet enthousiast” over.