Jan de Baen:

De lijken van de gebroeders De Witt (ca. 1672, Rijksmuseum Amsterdam)

Dit is óók Nederland – al is dat moeilijk te geloven. Dit zijn niet twee vijanden van de Apaches die op rituele wijze zijn geofferd of de slachtoffers van kannibalen in Papoea-Nieuw-Guinea. Dit is Den Haag-centrum, 1672 – het Groene Zoodje om precies te zijn, de executieplaats bij de Lange Vijverberg. Aan de galg bungelen de lijken van Johan en Cornelis de Witt, de voormalige raadpensionaris van Holland en de ruwaard van Putten. Hun executie was het ‘hoogtepunt’ van het Rampjaar 1672. In dat jaar werd de republiek niet alleen van drie kanten tegelijk belaagd, het land werd ook verscheurd door onderlinge twisten: veel inwoners wilden niet Johan de Witt maar Willem III aan de macht.

Uiteindelijk culmineerde alle onzekerheid op 20 augustus. De broers werden naar buiten gesleept; Johan werd neergeschoten, Cornelis bezweek onder een regen van geweerslagen. Vervolgens barstte er een orgie los van geweld: hun harten werden uitgesneden, iemand probeerde het geslacht van Cornelis eraf te bijten en een opstandeling schijnt zelfs een oog te hebben ingeslikt. Uiteindelijk werden de lijken van de twee staatslieden achtergelaten aan de galg. De rust was teruggekeerd.