Hoop voor onderbetaalde Duitse kapper

Duitsland gaat mogelijk een algemeen minimumloon invoeren. De christen-democraten zijn om. „Wie acht uur per dag werkt, moet daarvan kunnen leven.”

Menig kapster in het oosten van Duitsland zal hebben gedacht: eerst zien dan geloven, toen afgelopen weekeinde de christen-democratische CDU met het nieuws naar buiten kwam dat deze grootste Duitse volkspartij haar verzet tegen een landelijk minimumloon voor alle bedrijfssectoren opgeeft.

De kappersbranche is berucht om zijn lage lonen. In het Oost-Duitse Brandenburg liet een werkgever zijn kapsters laatst voor 2,70 euro per uur werken.

Zelfs bondskanselier Angela Merkel, tot voor kort een verklaard tegenstander van een landelijk minimumloon, schijnt door de bocht te zijn. Op het jaarcongres van haar partij, dat over twee weken in Leipzig wordt gehouden, zal een voorstel worden ingediend waarin de CDU akkoord gaat met landelijke minimumlonen die door werkgevers en werknemers worden vastgesteld.

Anders dan Nederland kent Duitsland geen wettelijk vastgelegde minimumlonen, die voor het hele land gelden. Om te beginnen zijn er nog steeds verschillen in honorering in de deelstaten die vroeger de DDR uitmaakten en de rest van Duitsland. In het oosten wordt over het algemeen minder verdiend. In München verdient een timmerman in de bouw gemiddeld 13 euro bruto per uur; voor hetzelfde werk ontvangt zijn collega in de Oost-Duitse stad Chemnitz niet meer dan 9,75 euro.

In sommige branches zijn de sociale partners wel minimumlonen overeengekomen, zoals de mijnbouw (11,53 euro bruto in zowel west als oost), de wasserijen (7,80 in west en 6,75 euro in oost) en de verpleging (8,50 en 7,50 euro).

Het belangrijkste argument van de CDU om tegen een minimumloon te zijn, is altijd geweest dat dit werkgelegenheid kan kosten. „Het minimumloon is een jobkiller”, zei bondskanselier Merkel een paar jaar geleden nog stellig. Studies hebben dat echter nooit aangetoond.

De afwezigheid van minimumlonen heeft er wel toe geleid dat in sommige bedrijfssectoren de betaling notoir slecht is. In Berlijn, een stad waar over het algemeen weinig wordt verdiend, staan de kappers-, horeca-, schoonmaak- en bewakingsbranche bekend om hun lage lonen. Een Türsteher (bewaker) bij een supermarkt in Charlottenburg zegt dat hij 6,10 euro bruto verdient. Hij heeft twee banen nodig om rond te komen en werkt ook nog in het tuinonderhoud. In de uitgebreide Berlijnse horeca wordt voor lonen gewerkt die in veel gevallen de 5 euro bruto per uur niet te boven komen.

Uit recent onderzoek van de sociaal-democratische Friedrich Ebert Stiftung blijkt dat naar schatting 1,2 miljoen Duitse werknemers minder dan 5 euro bruto per uur verdienen. Vijf miljoen mensen verdienen minder dan 8,50 euro.

Nu de CDU als grootste partij haar verzet lijkt op te geven, is de kans groot dat er snel landelijke minimumlonen komen. De SPD en de Groenen zijn er al veel langer voorstander van. Alleen bij Merkels liberale coalitiegenoot, de FDP, wordt nog getwijfeld. „Een algemene ondergrens van de lonen vinden wij problematisch”, luidt de reactie van partijsecretaris Christian Lindner. Ook binnen de conservatieve vleugel van Merkels CDU zijn nogal wat tegenstanders.

Het is de partijbasis van de CDU geweest die voor een ommekeer in het denken heeft gezorgd. Initiatiefnemer is de voormalige minister van Sociale Zaken in de deelstaat Nordrhein-Westfalen, Karl-Josef Laumann, een bevlogen sociaal-katholiek bestuurder. Hij vindt het een schande dat er in een welvarend land als de Bondsrepubliek banen zijn die met minder dan 5 euro per uur worden betaald. „Wie acht uur per dag werkt, moet daarvan kunnen leven. Prestatie moet lonend zijn”, aldus Laumann.

Over het algemeen geldt in Duitsland dat hoe beter een branche georganiseerd is, hoe hoger de lonen zijn. Gezochte vakkrachten als autotechnici hebben doorgaans geen last van onderbetaling. Bij een groot bedrijf als Volkswagen wordt gemiddeld goed betaald, ook voor werk aan de lopende band.