Hij gelooft dat hij het land van de ondergang redt

In Syrië wordt zelfs klagen over de hoge prijs van het brood bestraft.

Het regime handhaaft een delicate balans tussen moord en propaganda.

Mijn boezemvriend zit in het Syrische leger. Trots vertelde hij mij enkele dagen geleden dat hij had meegedaan aan militaire operaties in het noorden van het land.

„Syrië wordt aangevallen door een groep terroristen die Syrische steden plunderen en burgers vermoorden”, zei hij. „Luister niet naar Al Jazeera en Al Arabiyya, maar alleen naar de Syrische Donya-tv. Deze zender vertelt namelijk de waarheid.”

Met gemengde gevoelens hoorde ik hem aan terwijl ik naar zijn foto keek die hij mij toestuurde. Op de foto is te zien hoe hij het donkergroene uniform aanheeft, zijn wapen vasthoudt en met een trotse glimlach de camera in kijkt. Ik ben samen met deze jongen opgegroeid, we zaten in dezelfde kerk en hadden altijd dezelfde standpunten. Terwijl ik vanuit Nederland mijn steentje probeer bij te dragen aan de val van het regime, strijdt hij om de val van het regime te voorkomen. Zoals zoveel Syriërs is hij het slachtoffer geworden van de propaganda van al-Assad.

De Syrische president voert een oorlog op twee fronten. Hij levert een militaire strijd tegen de demonstranten en een politieke strijd tegen de Syrische burgers die zich (nog) niet hebben aangesloten bij de demonstraties. Al acht maanden lang circuleren op internet honderden video’s waarop te zien is hoe de troepen van al-Assad Syrische demonstranten vermoorden. Het gaat hier uiteraard niet om terroristen of islamisten, maar om vreedzame onbewapende demonstranten die op klaarlichte dag worden vermoord omdat ze vrijheid en democratie eisen. Deze demonstranten hebben maar één eis: een einde maken aan het autoritaire regime van Bashar al-Assad dat een ongekend niveau van corruptie, onderdrukking en armoede heeft veroorzaakt. Naast de militaire strijd waarbij de moordmachine een wezenlijke rol speelt, voert al-Assad een politieke strijd met zijn propagandamachine. Het is fascinerend en schrijnend tegelijk om te zien hoe deze machine in Syrië wordt ingezet om de burgers van al-Assads gelijk te overtuigen en ze te verblinden met een veil of ignorance.

In Syrië is het al veertig jaar lang verboden om over politiek te praten. Dit verbod gaat gepaard met het verspreiden van verhalen over de goedheid en grootsheid van de familie al-Assad. Ook wordt het verzet van de al-Assads tegen Israël en het Westen geroemd. Syrische burgers worden van jongs af aan gevoed met nationalistische verhalen over het verzet tegen Israël. Syriërs wordt gevraagd om zich achter al-Assad te scharen, zodat hij de door Israël bezette Syrische Golanhoogte kan bevrijden. Wie durft de binnenlandse situatie van het land te bekritiseren, als men in feite nog in oorlog is met Israël? Zo wordt er in het algemeen gedacht.

Als Syriër leef je in een klimaat waarin de legitimiteit van het regime niet betwijfeld kan en mag worden. De media, het onderwijssysteem en het straatleven staan allemaal in het teken van de grote leider, Bashar al-Assad. Ieder die kritiek uit op de gang van zaken riskeert niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van zijn directe familie. Niet alleen het bekritiseren van het gebrek aan politieke vrijheden wordt in Syrië bestraft, maar ook iedere negatieve uiting over de hoge prijzen van het brood of het gebrek aan betaalbare huisvestiging. Dit laatste wordt namelijk beschouwd als een indirecte kritiek op het functioneren van de overheid en dat is in Syrië taboe. Onder het mom van ‘aantasting van de nationale eenheid’ wordt iedereen die het gebrek aan vrijheid en democratie durft te bekritiseren een kopje kleiner gemaakt. De veiligheidsdiensten van het regime zijn overal, op universiteiten, bibliotheken, werkplaatsen en zelfs bij de groenteboer. Tezamen creëren zij een allesoverheersende cultuur van angst en wantrouwen.

De medewerkers van Syrische staatstelevisie maken overuren. Het journaal, kinderprogramma’s, culturele- en actualiteitenprogramma’s, alles in de Syrische media wordt ingezet om het nieuws van Al Jazeera over een opstand in Syrië te ontkrachten. Regelmatig verschijnen op de televisie korte fragmenten waarin zogenaamde terroristen die zouden zijn opgepakt door de Syrische autoriteiten hun daden opbiechten. Zelfs soaps worden onderbroken om het publiek op de hoogte te stellen van de nieuwste arrestaties van deze ‘terroristen’ die verantwoordelijk zouden zijn voor het plegen van misdaden in het land.

De propagandamachine die al veertig jaar wordt ingezet om het volk gedeisd te houden, en die in deze turbulente tijden op volle toeren draait, is vooral bedoeld om bepaalde segmenten van de Syrische bevolking immuun te maken voor de golf van onrust in het land. Het gaat hier om religieuze minderheden, de profiteurs die gebaat zijn bij het voortbestaan van het regime, de twijfelaars en de zwijgende toekijkers die geen enkele mening hebben ten aanzien van de Syrische opstand.

De Syrische autoriteiten proberen een delicate balans tussen de moord- en propagandamachine te handhaven. Als de propaganda in kracht afneemt en het aantal moorden stijgt zal de publieke opinie in het voordeel van de demonstranten omslaan. Andersom geldt dezelfde werking. Neemt de agressie af, dan zullen de demonstraties groeien omdat de afschrikwekkende werking van de veiligheidsdiensten is weggevallen.

Mijn Syrische vriend lacht op de foto. Hij gelooft dat hij het land van de ondergang redt. Ondertussen verlengt hij het leven van een dictator die geen middel schuwt om zijn opstandige volk te doden. Bashar al-Assad plukt de vruchten van de ingenieuze propagandamachine die door zijn vader Hafiz al-Assad veertig jaar geleden is geïntroduceerd. Het is de vraag of het de demonstranten zal lukken om zand in de raderen te strooien, zodat de machine eindelijk haperend tot stilstand komt.

Iba Abdo (1987) is politicoloog en studeert momenteel International Relations & Diplomacy aan Universiteit Leiden. Ze is geboren in Syrië en kwam tien jaar geleden met haar ouders naar Nederland als politiek vluchteling.