Het gat van Nederland: 480 miljard

De Nederlandsche Bank plaatst alle grote banken onder verscherpt toezicht. De risico’s van de woningmarkt worden te groot op de balansen van banken.

En voor de zoveelste keer is er een instantie die pleit voor beperking van de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente. Dit keer is het De Nederlandsche Bank.

Het verkleinen van die fiscale stimulans is onbespreekbaar in de regeringscoalitie, want het kabinet-Rutte wil ‘rust’ op de woningmarkt. Maar de paradox is dat de centrale bankiers van het Amsterdamse Frederiksplein met hun oproep juist onrust willen voorkomen. Waar in Den Haag discussie over de hypotheekrente gereduceerd wordt tot inkomenspolitiek, maakt De Nederlandsche Bank zich zorgen over het gehele financiële systeem. Een heel ander soort alarmsignaal dan de al langer bekende waarschuwingen dat de renteaftrek een gat in de overheidsfinanciën vreet of dat die de verschillen tussen rijk en arm vergroot.

Nederlandse huishoudens hebben bijna de hoogste schuld ter wereld. En dat is volgens DNB een rechtstreekse bedreiging voor de financiële stabiliteit van Nederland. Dat schrijft de centrale bank in het Overzicht Financiële Stabiliteit dat gisteren werd gepresenteerd.

Een van de belangrijkste oorzaken is het belastingregime, dat schulden maken stimuleert en aflossen ontmoedigt. De gedachte dat banken de laatste jaren minder scheutig zijn met de verstrekking van hypotheken klopt niet. De hypothecaire kredietverlening is sinds de crisis ieder kwartaal toegenomen. Sinds 2007 is de omvang van hypothecaire schuld zelfs met een kwart gegroeid.

DNB wil daarom dat de overheid zo snel mogelijk maatregelen neemt om de hypotheekrenteaftrek te beperken. Dat kan bijvoorbeeld, stelt DNB voor, door een „fictief aflossingsschema” aan een hypotheek te koppelen. Volgens DNB-president Klaas Knot hoeven huizenbezitters dan niet echt af te lossen, maar stimuleer je huishoudens zo om wel af te lossen. „De renteaftrek wordt elk jaar kleiner, dat verkleint de prikkel om de hoge schuld aan te houden.”

De hoge hypotheekschuld maakt Nederlandse huishoudens kwetsbaar. Want voor de meeste huishoudens is de eigen woning het enige vermogen dat ze hebben. En dat vermogen is de afgelopen jaren niet gegroeid, stelt DNB. De gemiddelde huizenprijs is rond de 8 procent gezakt ten opzichte van de piek van 2008. Raakt iemand werkloos en moet hij zijn huis verkopen tegen een lagere prijs dan blijft er een restschuld over.

De kwetsbaarheid van Nederlandse huizenbezitters levert ook een direct probleem op voor banken, volgens DNB. In vergelijking met andere Europese landen is de totale portefeuille van de hypothecaire leningen op de balansen van banken groot. Banken moeten dat geld ergens vandaan halen om uit te kunnen lenen, zodat iemand een huis kan kopen. De meest logische bron is spaargeld dat banken aantrekken.

Maar doordat Nederlanders gemiddeld sparen bij banken maar bovengemiddeld lenen, hebben Nederlandse banken een financieringsgat. Dat tekort wordt inmiddels op 478 miljard euro geschat, bijna vergelijkbaar met wat Nederland in één jaar aan inkomen voortbrengt. Het gevolg is dat Nederlandse banken afhankelijk zijn van andere financieringsvormen. Het betekent dat zij meer spaargeld moeten ophalen in het buitenland om in Nederland hypotheken te kunnen verstrekken.

Een goedkopere en ‘makkelijkere’ manier voor banken om dit gat te dichten is door het geld op de markt te lenen – tot voor kort. Want doordat de interbancaire markt razendsnel kan opdrogen, blijkt deze vorm van financiering in crisistijd een stuk onzekerder. Nieuwe regelgeving eist dat banken hun gat met langlopende financiering dichten. Hoe doe je dat met een tekort van 478 miljard?

Nederlandse banken nemen hun toevlucht tot de uitgifte van verhandelbare leningen die met onderpand gedekt zijn. Maar beleggers zijn kritisch. Zij zien het hoge gehalte tophypotheken in Nederland: veel aflossingsvrije leningen en leningen die hoog zijn in verhouding tot de waarde van de woning. Zij eisen daarom extra onderpand van de banken die geld willen lenen. Volgens De Nederlandse Bank „ruim boven de waarde” van de aangetrokken lening.

Dit gaat ten koste van de positie van andere schuldeisers. Bij een eventueel faillissement blijft ten slotte minder in de boedel achter als er meer wordt verpand aan anderen. DNB pleit daarom voor terughoudendheid met ‘gedekte obligaties’. Het onderpand raakt op. De ‘systeemrelevante’ banken moeten daarom hun weerbaarheid vergroten, nog meer dan aangescherpte internationale regels al eisen. Grote banken zullen net als de pensioensector „herstelplannen” bij de toezichthouder moeten inleveren. Net als de pensionsector komt het bankwezen onder permanent verscherpt toezicht.