Het eind van de wereld

Ik zei dat het een brommer was en geen motor. Hij vond het toch een mooi ding ook al was het een brommer. Een crossbrommer, zei hij in zichzelf en knikte. Helemaal zwart. Ik zei dat het klopte. Hij was tenslotte helemaal zwart. Espresso had hij niet. Wel gewone koffie. Oploskoffie om precies te zijn, want hij was net binnen en eigenlijk nog niet open. Het was een aardige man. Hij vroeg zich af of het niet koud was op de motor. Ik haalde m’n schouders op en keek naar de kopjes die op de bar opgestapeld stonden. Ik hoopte dat het de vieze van gisteravond waren.

Het zou zo wel stoppen met regenen, dacht hij. Ik betwijfelde het, maar zei niets. Ik kreeg een kopje van de stapel op de bar. De koffie was lauw, maar wanneer ik even geduld had kreeg ik zo een echte koffie. Hij had de machine al aangezet.

Het leek hem wel wat. Gewoon op je brommer stappen en alleen maar rijden. Tot het eind van de wereld. Toch? Hij stond met zijn gezicht dicht tegen het raam. Het klonk kinderachtig zoals hij het gezegd had, maar hij had gelijk. Rijden tot je het eind van de wereld vond. Het was me vaak overkomen. Altijd onbedoeld en altijd was het er verschrikkelijk geweest. Je bent er altijd moe en vies en je verlangt er alleen maar naar huis en naar een taxi die weet hoe je daar komt. Maar ook dat besloot ik voor me te houden.

Hij vertelde dat hij misschien ook maar eens een brommer moest kopen. Je zag tegenwoordig van die mooie dingen rijden. Scootertjes. Hij had er al eens naar staan kijken bij de fietsenmaker in het dorp. Duur waren ze niet, die dingen. En je had er geen helm bij nodig. Maar of je er het eind van de wereld mee haalde betwijfelde hij.

Ik twijfelde er geen moment aan. Ik vond dat iedere plek op aarde het eind van de wereld kon zijn. Dat het afhing van de omstandigheden en wat je met het eind van de wereld bedoelde. Ik had vanochtend twee uur op de brommer gezeten, waarvan anderhalf uur in de regen, en zat nu ergens in Abbekensbroek op Waterland met een depressieve ober lauwe oploskoffie te drinken terwijl ik wist dat het de hele dag zou blijven regenen en ik straks nog eens twee uur op die brommer moest zitten. Dichter bij huis had ik het eind van de wereld nog nooit gevonden. Hij vond het grappig en moest er zelfs om lachen. Ik niet. Ik was chagrijnig en wilde maar twee dingen.

Taco Börger

Paulien Cornelisse heeft griep

    • Taco Borger