Een historische relativering, maar dan omgedraaid

drijvende kas (voorbeeld uit presentatie van Vellinga)

Het was geen vrolijke avond, het derde klimaatdebat van NRC handelsblad (zie ook hier voor de presentaties). Over water ging het en paleo-oceanograaf Eelco Rohling, hoogleraar aan de universiteit van Southampton (verbonden aan het National Oceanography Centre), schetste een verontrustend beeld van wat ons te wachten staat.

Sommige geologen met een groot gevoel voor historie, zoals Salomon Kroonenberg, zijn geneigd de huidige klimaatverandering te relativeren. De aarde heeft het allemaal al eens meegemaakt, en veel erger, stelt Kroonenberg, dus waar maken we ons eigenlijk zo druk over.

Rohling deed dinsdag in de Rode Hoed in Amsterdam in zekere zin het omgekeerde: de planeet heeft het allemaal al eens meegemaakt en als we goed kijken, kunnen we dus zien wat ons te wachten staat. We bevinden ons in omstandigheden die we miljoenen jaren geleden voor het laatst hebben gehad. Toen was de zeespiegel 15 tot 25 meter hoger dan nu. En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dat niet nu ook zal gebeuren.

De relativering kwam uitgerekend van Pier Vellinga, die als hoogleraar de maatschappelijke gevolgen van klimaatverandering (aan de VU) en de waterveiligheid (in Wageningen) bestudeert. Niet dat hij de cijfers van Rohling in twijfel trok, maar hij wees erop dat zo’n zeespiegelstijging nog millennia op zich laat wachten. Bovendien toonde Vellinga hoe we ons voorlopig op een creatieve manier aan eventuele veranderingen kunnen aanpassen.

Rohling gaf in zijn betoog een hele reeks cijfers. Hij wees ondermeer op de conservatieve inschatting van de zeespiegelstijging door het IPCC. De cijfers over het smelten van de ijskappen van Groenland en Antarctica zijn door het VN-klimaatpanel niet meegenomen, omdat daarover ten tijde van het vorige rapport nog te veel onzekerheid bestond.

In grijs de verwachting van het IPCC in blauw en rood de metingenIn grijs de verwachting van het IPCC in blauw en rood de metingen

Wat Rohling betreft is de onzekerheid daarover aan het verdwijnen: de bijdrage van de mondiale ijskap aan de stijging van de zeespiegel versnelt. Hij citeerde een artikel van Rignot en anderen uit de Geophysical Research Letters eerder dit jaar, waarin wordt gesteld dat de huidige versnelling (van ongeveer 36,5 Gt/yr2) zal leiden tot 56 centimeter stijging aan het eind van de eeuw.

Tussen 2007 en 2009 is verlies ijsmassa snel toegenomenTussen 2007 en 2009 is verlies ijsmassa snel toegenomen

Rohling sprak met grote stelligheid, maar uit zijn en Vellinga’s woorden kwam echter ook een andere zekerheid: de aarde is uit het evenwicht, de energie in de atmosfeer (door de toename van CO2 en ook door de luchtvochtigheid) is sterk verhoogd en het systeem is uit balans. Juist die onzekerheid maakt het moeilijk om zekere uitspraken te doen.

En dat is ook een probleem bij de klimaatconferenties, waarover op 22 november het laatste klimaatdebat gaat (met onder anderen ook oud VN-klimaatchef Yvo de Boer en de Nederlandse klimaatambassadeur Hugo von Meijenfeldt).