Een gevaarlijker besluit is moeilijk denkbaar

De Griekse premier George Papandreou heeft dinsdagnacht de steun van zijn kabinet gekregen om een referendum te houden over het Europese steunpakket dat onder meer zijn land voor een faillissement moet behoeden. Een gevaarlijker besluit is moeilijk denkbaar. Waar Papandreou zich in juni nog uitsprak voor „de moeilijke weg van verandering” en met succes een bezuinigingspakket van 28 miljard euro door het parlement loodste, geeft hij nu gelegenheid om „de makkelijke weg van desertie” op te gaan, waartegen hij zich toen nog juist keerde.

Een geluk bij een ongeluk is nog dat, naar het zich laat aanzien, een eventueel referendum al vrij snel kan worden gehouden, wellicht al volgende maand. De onzekerheid duurt dus kort. Daarmee is het goede nieuws wel op. De schokgolf die Papandreou in Europa heeft veroorzaakt, is niet verdwenen. Zijn betrouwbaarheid staat op het spel. Hij heeft de G20, de grootste economieën die de komende dagen in Cannes bijeenzijn, veel uit te leggen.

Bij alle internationale verontwaardiging is enig begrip voor de vlucht naar voren van de Griekse premier wel op zijn plaats. Het zijn uiteraard vooral binnenlands-politieke overwegingen die Papandreou tot zijn voornemen hebben bewogen. De steun voor zijn beleid in het parlement brokkelt af. De buitenparlementaire protesten zijn heftig en verklaarbaar doordat de ‘gewone Griek’ het grootste slachtoffer is van de bezuinigingen die niettemin noodzakelijk zijn.

Een land heeft het recht zijn democratie naar eigen goeddunken te organiseren en referenda kunnen daar dus een onderdeel van zijn. De verontwaardiging in het Nederlandse parlement dinsdagavond over het Griekse voornemen was voor een deel hypocriet. De PvdA heeft zich, net als D66, in het verleden sterk gemaakt voor correctieve referenda. Zij zijn, samen met GroenLinks, bovendien de indieners van een wetsvoorstel om in Nederland een raadplegend referendum in te voeren. Dus al te hoog van de toren zouden ze nu niet moeten blazen, nu de Grieken, zij het veel te onverhoeds, dreigen te kiezen voor een referendum.

Dat laat onverlet dat het voornemen van het Griekse kabinet hoogst riskant is. Het laat eigenlijk zien waarom de representatieve vertegenwoordiging te prefereren is boven de volksraadpleging. Het nee tegen een impopulair, maar nochtans broodnodig bezuinigingspakket ligt voor de hand. Mocht het referendum er komen, dan nemen het Griekse kabinet en het parlement de verplichting op zich de kiezers duidelijk te maken dat het nee tegen het Europese steunpakket en de bezuinigingen ook een keuze is voor het eigen faillissement en een nee tegen de euro.