China in Cannes nog niet de rode ridder die Europa redt

De Chinese president Hu Jintao zal in Cannes afwachten hoe Europa denkt zichzelf te redden. En hij zal te kennen geven dat er voorwaarden zijn aan Chinese steun voor de euro.

Mocht president Sarkozy, vandaag gastheer van de G20, nog hopen op een Chinese surprise waarmee de eurocrisis wordt opgelost, dan is hij slecht geïnformeerd door de Franse diplomatie in Peking.

President Hu Jintao, die gisteravond al met Sarkozy in Cannes dineerde, zal zich niet ontpoppen tot de „rode ridder” (Global Times) die Europa komt redden uit de klauwen van de draak, zeggen de Chinese financieel-economische leiders, de commentatoren en de staatsmedia.

„Althans, nog niet. We gaan Europa zeker op de ene of andere manier helpen, maar nu nog niet meteen”, nuanceert dr. Yin Jianfeng (49), directeur van het Chinese Instituut voor Financiën en Bankwezen, een aan de overheid gelieerde denktank in Peking. Een gesprek over China, de eurozone en de G20 op zijn kantoor begint overigens met een reeks vragen van dr. Yin over de verrassende politieke manoeuvres van de Griekse premier Papandreou.

Van zijn twijfels over de besluitvormingskracht van het democratische model maakt Yin geen geheim, en het is hem een raadsel hoe het toegaat in de wandelgangen van de Europese machtscentra. „Wat kan China nu anders doen dan afwachten totdat de Europeanen het eindelijk eens worden over hoe zij zichzelf willen helpen?”, zucht hij.

Het politieke geschaak in Europa heeft er in ieder geval toe geleid dat in Cannes van president Hu Jintao niet meteen een antwoord wordt verwacht op de vraag of China bereid is een deel van de 3.200 miljard dollar aan buitenlandse deviezen richting eurozone te sluizen.

„President Hu Jintao zal luisteren, hulp aanbieden en misschien zal hij duidelijk maken dat aan Chinese steun aan de euro voorwaarden zijn verbonden”, verwacht Yin, die adviesfuncties bekleedt bij de Chinese Centrale Volksbank en in de financiële expertcomite’s van de Communistische Partij van China.

Dat China er belang bij heeft dat de eurocrisis wordt opgelost staat vast, zegt Yin, maar tegelijk is in Peking de scepsis over actieve Chinese betrokkenheid groot. Dat blijkt uit de afwachtende houding van president Hu, het tamelijk open debat in de partijpers en de soms hevig verontwaardigde microblogs op Weibo.

„We moeten in financieel opzicht het hoofd koel houden, hoezeer deze situatie ook duidelijk maakt dat de verhoudingen in de wereld aan het veranderen zijn”, zegt dr. Yin. Toen hij 25 jaar geleden economie ging studeren kwam de gedachte dat China zich ooit zou ontwikkelen tot een „redder van het Westen” (Volksdagblad) geen seconde bij hem op.

Dat president Hu Jintao met een daartoe strekkende vraag is gebeld door president Sarkozy ziet hij als een teken dat er een „geopolitieke aardverschuiving” ophanden is.

De implicaties daarvan kan hij nog niet overzien en misschien daarom is hij zo stellig over de voorwaarden die China zou moeten stellen aan een red-de-euro-actie. Die voorwaarden hebben ook tot doel de onrust over de gedachte dat arm China geld gaat pompen in rijk Europa weg te nemen. „Dit is een gevoelig onderwerp in de publieke opinie”, legt Yin uit.

Aangezien China er niet over piekert obligaties van schuldenlanden te kopen, gaat de discussie over de obligaties van het noodfonds EFSF of daaraan gekoppelde nieuwe mechanismes. „Harde garanties over rendement en zekerheid zijn essentieel. Dat kan ook in de vorm van onderpanden, zoals havenbedrijven, telecommunicatieondernemingen en banksectoren”, redeneert Yin.

Verder zouden hij en de meer koelbloedige commentatoren graag zien dat de EFSF-obligaties in Chinese yuans worden geprijsd, zodat China geen wisselkoersrisico’s loopt en de internationalisering van de Chinese munt een stap vooruit wordt geholpen. China hoopt dat de EU de hulp beloont door China te erkennen als een volwaardige markteconomie en ook „de technologische samenwerking uitbreidt”.

China wil af van de voortdurende handelsconflicten over dumpingpraktijken en hoopt ruimere toegang te krijgen tot gedeeltelijk afgeschermde Europese technologie. Ook deze eisen maken onderdeel uit van een interne politieke discussie.

De status van volwaardige markteconomie krijgt China immers al in 2014 en via joint ventures met Europese bedrijven of overnames halen staats- en privébedrijven steeds makkelijker buitenlandse technologie in huis. Anders gezegd, de Chinese voorwaarden hoeven geen groot beletsel te zijn.

Yin denkt niet dat zijn land op hele grote schaal in EFSF-obligaties zal stappen. „Onze hulp is per definitie beperkt, want het EFSF is niet erg groot en diep, het is geen alternatief voor de dollarbeleggingen”, zegt hij. Zolang het EFSF een relatief klein fonds (van 260 tot 1.000 miljard euro) is en euro-obligaties nog niet bestaan, is de eurozone geen alternatief voor de kolossale Chinese beleggingen in Amerikaans schatkistpapier. China moet als gevolg van de buitenlandse handelsoverschotten jaarlijks ruim 350 miljard dollar aan buitenlandse deviezen zien weg te zetten.

„Er zijn ook andere mogelijkheden om de Europese economie te helpen”, denkt Yin. Typerend voor de stemming onder Chinese beleidsmakers en investeerders is het denken van Jin Liqun, de voorzitter van het staatsinvesteringsfonds CIC. Als het Politbureau besluit de euro te steunen, dan gaat dat via de banken en de CIC, samen de ruggengraat van het rode kapitalisme. Maar CIC-bestuurder Jin ziet meer in investeren in de Europese hightech en in de gezonde delen van de financiële sector.

Uit recente cijfers van de Rhodium Groep, een economisch adviesbureau, blijkt dat in 2011 het tempo van Chinese investeringen in de EU versnelt: van 2,5 miljard dollar en 35 deals in 2010 naar 12,5 miljard dollar en 65 deals dit jaar. Volgens Rhodium zal China de komende tien jaar voor 1.000 miljard in het buitenland investeren. „Er ontstaan voor Chinese investeerders door de moeilijkheden in Europa en de VS zeer interessante kansen. Ook zo kunnen wij bijdragen aan de economische groei in Europa, want daar gaat het uiteindelijk om en daar hebben wij zelf het meeste aan”, meent dr. Yin.

    • Oscar Garschagen