Boeken uit het bladenrek, voor lezers die graag lezen

Schrijvers schrijven niet alleen, ze doen ook andere dingen. Dichter Ingmar Heytze las 25 Bouquetromans en bericht daarover in het Feestnummer van Hollands Diep. Over boekenbladen.  

Nederland leest! Nog tot half november loopt de campagne van boekenpropagandaclub CPNB waarin het hele land Remco Camperts Het leven is vurrukkulluk moet lezen. Maar omdat we dat ooit al eens voor de lijst lazen, kozen we in het bladenrek voor een ander boek. Ja, echt: Libelle Bookazine is een boek als tijdschrift. Op de omslag staat: „Het complete boek! € 2,95” Een hart van steen van Renate Dorrestein is al eens in de serie verschenen, net als De onderstroom van Nicci Gerrard, Indische duinen van Adriaan van Dis en De Celestijnse belofte van James Redfield.

Bookazine van deze maand (112 pagina’s in Bulkboek-achtige opmaak) is een regelrechte miskoop: Wonderen van de overzijde. Ware verhalen over hoop en genezing door de totaal onbekende Rosemary Altea – ze heeft niet eens een Nederlandstalige Wikipediapagina. Libelle zelf zegt dat er enkel „topromans” in de serie verschijnen: „bestsellers en onontdekte juweeltjes, stuk voor stuk toegankelijk en horizonverbredend”. Beter wachten tot 17 november, dan ligt Echo Park van bestsellerauteur Michael Connelly (The Lincoln Lawyer) in de kiosk.

Wie graag leest, leest Boek (want: „Voor wie van lezen houdt!”). Je moet ervoor naar ‘de betere boekhandel’, waar het met een beetje geluk in een hoekje ligt. Het najaarsnummer bevat een interview met Margriet de Moor, moeder van Marente, die deze week de AKO Literatuurprijs won. Zij vertelt hoe haar boeken tot stand komen. „Wat er gebeurt, zie ik voor me. Om dezelfde reden schrijf ik ook nooit strikt chronologisch. Beelden stellen hun eigen eisen aan wat volgt op elkaar. Het ene beeld roept het andere op. Voor gebeurtenissen geldt dat net zo.” Zo’n gesprek dus.

Boek besteedt verder aandacht aan debutanten. Waarom willen mensen een debuut lezen, vraagt het blad zich af, debutanten zijn vaak „geen schrijvers met een voldragen stijl of uitgebalanceerde ideeën”. Het is „snob-appeal”, zegt ex-uitgever Maarten Carbo: „Lezers willen kunnen zeggen dat zij de eerste waren die een bepaald boek hebben gelezen, alsof zij dat boek zelf hebben ontdekt.” Verder puilt het blad uit van recensies. De lay-out is wat rommelig en als het niet rommelig is, is het saai. Boek is vooral voor mensen die graag lézen.

Lezers die graag lezen, maar ook willen genieten van een blad, pakken Hollands Diep, het cultuurblad uit de stal van boekenuitgeverij De Bezige Bij. Feestnummer 25 is weer prachtig vormgegeven en overladen met schrijvers en ‘soort van’ bekende Nederlanders. Onder de medewerkers zijn Kees van Kooten, Ernest van der Kwast, Anna Mulisch, Ingmar Heytze, Twan Huys, Paulien Cornelisse. Met zo’n cast kan het haast niet misgaan. Oh ja, en er is een interview met Carice – niet heel origineel. Leuker zijn de ‘25 dagen’: schrijvers doen iets ongewoons, en schrijven daar een stukje over. Lekker kort, want het is toch een beetje een zaptijdschrift. Esther Gerritsen glimlachte 25 dagen niet en Volkskrant-columnist Bert Wagendorp stond 25 dagen om zes uur op – een leuk stukje, maar niet zo overtuigend ongewoon. De leukste 25 dagen zijn van dichter Ingmar Heytze, die elke dag een Bouquetroman las. We leren: „In de hele wereld worden er vier Bouquetreeksboekjes per seconde verkocht. Dag en nacht. Elke seconde weer. 130 miljoen stuks per jaar.”

Verder zappend zien we kostelijke foto’s van the making of de foto van Philippe Halsman, waarop een emmer water wordt leeggegooid en katten door het beeld vliegen, terwijl kunstenaar Salvador Dalí een gat in de lucht springt. U kent de foto? In Hollands Diep ziet u mislukte pogingen: dan weer worden de katten te vroeg gegooid, dan weer springt Dalí te laat of is de hand van een assistent te zien. Als we verder bladeren, zien we vijftien kunstenaars die praten over hun lijfspreuk. Geinig rubriekje, geen heftige diepgang. Dat geldt voor veel stukjes in Hollands Diep.

Tot slot nog even Boek. Helemaal achterin lezen we wat de lievelingsboeken zijn van Peter Buwalda, schrijver van Bonita Avenue (het overweldigende boek dat deze week jammerlijk en geheel onterecht weer niet een grote literaire prijs kreeg – maar dat zeggen valt misschien ook onder snob-appeal). We leren dat Buwalda huilde bij het lezen van Onbepaald door het lot van Imre Kertész. „Van verdriet, maar ook van woede.”

    • Peter Leijten