'Alsof zes miljoen Tibetanen een bedreiging vormen voor China'

Met een blog en essays stelt de dichteres Tsering Woeser, winnares van de Prins Clausprijs, de onderdrukking van de Tibetanen aan de kaak. „Ik vrees een nieuwe ramp.”

An undated filephoto of Woeser, who like many Tibetans uses one name, as declined to meet for a face-to-face interview, wary of China's communist authorities who have kept a close watch on her in recent years in Beijing. From her Beijing apartment adorned with a banned photo of the Dalai Lama, Woeser has emerged as one of Tibet's most famous writers and unlikely critics of Chinese rule in the Himalayan region, as the 43-year-old is the daughter of a Han Chinese army officer and a Tibetan communist cadre, but her loyalties are with the people of Tibet ahead of this week's sensitive 50th anniversary of an uprising against China. CHINA OUT GETTY OUT AFP PHOTO AFP

Van Europa en de G-20 heeft zij weinig verstand, zegt de Tibetaanse blogger, dichteres en essayist Tsering Woeser (45), maar van China des te meer. „Zijn Europa en Amerika zo stil over Tibet omdat Europa en de VS geld en goederen van China nodig hebben”, vraagt de frêle, ingetogen Woeser, die volgende maand een van de tien Prins Clausprijzen ontvangt van de Nederlandse ambassadeur in Peking.

„Ik weet zeker dat China denkt ‘wij hebben het geld, wij zorgen voor economische groei en orders dus jullie houden je mond over ons mensenrechtenbeleid en over Tibet’. Zo werkt macht hier”, zegt de Tibetaans-Chinese Woeser met een vriendelijke lach.

Vanaf de twintigste verdieping van een anonieme torenflat in Oost-Peking volgt Woeser de ontwikkelingen op de Tibetaanse hoogvlakte en de Pekingse corridors of power. Dankzij haar blog Onzichtbaar Tibet, dat wordt verspreid via Amerikaanse servers die zij met speciale software kan bereiken, is zij beroemd geworden.

Als zij achter haar laptop plaatsneemt, kijkt vanaf het altaar naast het keukentje de dalai lama glimlachend toe. Dat vaak gehackte blog en haar essays worden door Tibetexperts en de internationale media nauwlettend gevolgd en geprezen.

Woeser die naar Tibetaans gebruik alleen haar achternaam gebruikt, is in Peking een uniek fenomeen. Zij is de enige Tibetaanse intellectueel in China die openlijk over een hypergevoelige kwesties durft te praten, te e-mailen en als de bemoeienis van de staatsveiligheidsdienst al te indringend wordt, te skypen. In deze zachtaardige vrouw ziet China een bedreiging en het volgt haar (en haar bezoek) op de voet. Niet verwonderlijk, want ze speelt een sleutelrol in de beeldvorming rondom Tibet.

Woeser is net terug van familie- en werkbezoek in Lhasa. Haar Tibetaanse moeder leeft nog, haar half-Chinese, half Tibetaanse vader, een voormalige topofficier in Mao’s Volksleger, is een paar jaar geleden gestorven. Haar broer leidt in Lhasa een Tibetaans-Chinees staatsbedrijf.

Ieder jaar maakt zij samen met haar man, de Chinese historicus en schrijver Wang Lixiong, lange trektochten door de Tibetaanse gebieden. Naar het buitenland reizen, kan en mag zij niet, want zij krijgt ondanks talrijke verzoeken van de overheid geen paspoort.

„De Chinese leiders zijn op het ogenblik zeer beducht voor nieuwe botsingen in Lhasa en in de Tibetaanse prefecturen in Sichuan en Gansu. De zelfverbrandingen van de monniken zijn namelijk heel duidelijke aanwijzingen dat de situatie weer verslechtert”, vertelt Woeser.

En, zo vervolgt zij: „Er hebben zich nu sinds december 2010 elf monniken in brand gestoken uit protest tegen de steeds strengere controles op de kloosters. Sinds de culturele revolutie van 1966 tot 1976 is het toezicht niet zo indringend geweest. De monniken beschouwen dat als een ramp en steken zichzelf in brand, om daar de aandacht op te vestigen en om hun religie te verdedigen.”

De laatste zelfverbranding, niet te verwarren met het plegen van zelfmoord, vond vorige week plaats in een klooster bij Ganzi. De andere acties van jonge monniken, waarvan er inmiddels zes zijn overleden, vonden plaats in het klooster van Aba, ook in de Tibetaanse autonome prefectuur van Sichuan.

„Aba is een kleine stad, in het klooster woonden drie jaar geleden nog 2500 monniken en nu nog maar 400. Zij worden bewaakt door 40.000 soldaten. Jongeren mogen niet tot het klooster toetreden en er wordt alles aan gedaan om de lama’s te verspreiden”, aldus Woeser. Zij verbaast zich erover dat de acties van de jonge monniken tot nu toe nog weinig aandacht in het westen hebben gekregen en dat er van enige pressie op China om de Tibetaanse kloosters met rust te laten geen sprake meer is.

„De druk op de Tibetaanse bevolking is de laatste drie jaar sinds de grote onlusten alleen maar toegenomen, de spanningen over de religieuze en economische discriminatie groeien voelbaar. Ik vrees een nieuwe ramp”, voorspelt Woeser.

Na de grote Chinees-Tibetaans aanvaringen van 2008 hoopte zij dat de Chinese leiders onder buitenlandse druk de strenge religieuze controles op de kloosters zouden verlichten en de Tibetaanse bevolking meer bij de economische ontwikkeling zou betrekken. „De verwachting was dat het beleid slimmer, en een klein beetje toleranter zou worden om allerlei voorspelbare problemen te voorkomen. Sterk China voelt zich blijkbaar nog te onzeker en te zwak want het is niet gebeurd. Alsof zes miljoen Tibetanen werkelijk een bedreiging vormen”, sneert Woeser .

Onlangs in Lhasa, waar zij permanent werd gevolgd door de politie, zag zij in de Tibetaanse wijken hoe Chinese militairen, onder wie sluipschutters op de daken, de toestand in de gaten hielden. Van haar netwerk in de afgelegen, voor buitenlandse journalisten ontoegankelijke, regio’s rondom Aba hoort zij soortgelijke berichten.

In een vraaggesprek met de South-China Morning Post zei de 75-jarige dalai lama vorige week te verwachten dat de nieuwe leiders van China na de machtswisseling in 2012 de controles zullen verlichten. Volgens de dalai lama is de gedoodverfde nieuwe partijleider en president Xi Jinping „meer open-minded”.

„Ik vrees dat de dalai lama ongelijk heeft. Er is geen enkele aanleiding te denken dat Xi Jinping een liberalere koers zal volgen. Zijn laatste toespraak over Tibet was keihard. Ik denk ook niet dat één Chinese leider, ook al is hij de hoogste, de koers van van de enorme Tibetbureaucratie, kan veranderen”, reageert Woeser.

Met haar man Wang Lixiong heeft zij het vaak over de vraag waarom de Chinese leiders zo krampachtig reageren. Niet alleen op het Tibetaanse streven naar meer autonomie maar ook op Chinese dissidenten.

Het echtpaar Wang-Woeser ondertekende drie jaar geleden als een van de eersten het democratiseringspamflet Charter '08 waarvoor opsteller Liu Xiaobo de Nobelprijs en elf jaar gevangenisstraf heeft gekregen.

Zij strijkt haar lange rok recht en frunnikt aan haar ringen met turkooizen stenen: „Hij zegt dat Tibetanen en dissidenten met elkaar gemeen hebben dat zij het allergrootste taboe willen doorbreken. Dat is het op georganiseerde wijze willen ontsnappen aan de controle, aan de greep van de partij. Dat is de diepste reden waarom Liu Xiaobo als organisator van dissidenten zo hard is aangepakt en de dalai lama als organisator van de Tibetanen kei- en keihard wordt gedemoniseerd. De angst voor machtsverlies, voor verlies aan controle is heel groot”.

Woeser kent het systeem van binnenuit. Als dochter van toegewijde Tibetaanse communisten kreeg zij een ‘rode opvoeding’ en tot haar 24-ste dweepte ze met Mao Zedong. Dankzij de rang van haar vader in het Chinese leger mocht zij Chinese literatuur en taal studeren op een universiteit in Chengdu. Daar ontdekte ze haar Tibetaanse wortels en keerde ze zich af van het communisme.

Boeken over boeddhisme, Tibet en het werk van de Palestijns-Amerikaanse literator Edward Said over kolonialisme speelde daarin een rol. „Said heeft mijn ogen geopend”. De ironie wil dat Said ook voor Chinese historici en politieke wetenschappers een belangrijk denker is. „De kolonisering door het westen is een cruciaal thema in de officiële partijgeschiedschrijving. Daarom is Saids werk zo populair hier. Dat China nu zelf Tibet koloniseert wil niemand hier in Peking begrijpen”, zegt zij.

Op de vraag waarom zij alvast niet in „haar eigen land” is gaan wonen, maar in China – en nota bene in Peking – geeft zij een verrassend antwoord: „In Lhasa word ik voortdurend bespioneerd. In Peking word ik soms ook gevolgd, maar alleen als er buitenlandse leiders in de stad zijn. Verder heb ik hier veel meer vrijheid dan in Lhasa. Ik ben hier, net als Ai Weiwei, maar een kunstenaar, een eenzaam, klein stemmetje. Soms worden we opgepakt, soms worden we geïntimideerd, maar echt bedreigend zijn wij niet. Ik heb besloten daar niet meer bang voor te zijn, maar je weet het in China nooit. Er kan elke nacht iemand van de politie aankloppen.”

    • Oscar Garschagen