'Als we de euro nu opheffen, dan kan dat nog min of meer ordelijk'

De econoom Jacques Sapir trekt in Frankrijk veel aandacht met zijn pleidooi voor afschaffing van de euro en terugkeer naar nationaal protectionisme. „Ik ben ontgoocheld. De euro had prachtig kunnen zijn, maar er is geen serieuze samenwerking geweest tussen de eurolanden.”

L'économiste Jacques Sapir s'exprime lors du congrès du parti politique dirigé par Nicolas Dupont-Aignan, Debout la République, le 21 novembre 2010 à Paris. AFP PHOTO FRANCOIS GUILLOT AFP

‘Twintig, dertig jaar lang hebben politici ons verteld dat de globalisering de mensen gelukkig maakt. Globalisering zou welvaart betekenen, en vrede. De crisis toont aan dat dit een mythe is. De globalisering heeft een sociale ravage aangericht, wereldwijd. Veel mensen zijn alleen maar armer geworden.”

De Franse econoom Jacques Sapir betoogt al jaren, in woord en geschrift, dat de liberalisering van wereldhandel en kapitaalstromen op een catastrofe uitloopt. Dat bezorgde hem lang de reputatie van verongelijkte, eurosceptische professor à gauche de la gauche. Maar de crisis geeft Sapir ineens een breed podium.

In Frankrijk is Sapir een van de prominenten van de snelgroeiende antimondialiseringsbeweging. In tv-debatten met ministers en partijleiders pleit hij voor afschaffing van de euro en terugkeer naar nationaal protectionisme. Zijn boek La dé-mondialisation, dat in april verscheen (met een leeggelopen opblaas-wereldbol op de omslag), verkoopt uitstekend.

Sapir, van huis uit Rusland-specialist, is hoofd onderzoek aan de École des Hautes Études et Sciences Sociales (EHESS) in Parijs. Op een steenworp afstand van het ministerie van Financiën, in een pijpenla vol papier waar de telefoon onophoudelijk rinkelt, legt hij uit waarom deze crisis zo hard toeslaat en waarom hij zulke radicale oplossingen bepleit.

Waar komt de crisis vandaan?

Jacques Sapir: „Uit de stagnatie van inkomsten van een groot deel van de bevolking. Dit begon in de Verenigde Staten en Frankrijk in de jaren tachtig en in Duitsland en Nederland later, in de jaren negentig. Als je naar gemiddelde inkomsten kijkt, wordt die trend gemaskeerd door het feit dat een klein deel van de bevolking veel méér verdient dan vroeger. In werkelijkheid groeit het verschil tussen arm en rijk gestaag. De middenklasse dunt uit. Steeds meer burgers hebben steeds meer moeite hun rekeningen te betalen. Ze leven meer en meer op krediet. Maar omdat ze voorzichtiger worden met hun uitgaven, hebben bedrijven óók meer leningen nodig om overeind te blijven. Dit proces is al twee decennia aan de gang. Langzaam bouwt iedereen zo meer schuld op: burgers, bedrijven, de financiële sector en de staat. Wie er van deze vier categorieën het meeste schuld heeft, varieert van land tot land. Iedereen praat over de staatsschuld van Griekenland, die gigantisch is. Maar Griekse huishoudens hebben relatief weinig schuld. In Spanje is het andersom. Als je de totale schuld bij elkaar optelt, is Spanje er van alle eurolanden het ergst aan toe. De totale schuld is daar 500 procent van het bruto binnenlands product.”

Erger dan Griekenland?

„Ja. In Griekenland is dat 350 procent. En het zal u verbazen, maar om dezelfde reden is de totale schuld van Duitsland hoger dan die van Frankrijk. De Duitse staatsschuld is lager, maar Duitse huishoudens hebben meer schulden dan Franse.’’

Welke rol speelt de globalisering?

„Er zijn twee vormen van globalisering: van handelsstromen en van kapitaalstromen. Bedrijven hebben door vrijhandelsverdragen steeds gemakkelijker toegang over de hele wereld. De druk om efficiënt te werken en goedkoop te produceren is enorm. Ze concurreren elkaar kapot. Veel Franse fabrieken produceren nu in lagelonenlanden. Dit verhoogt de werkloosheid in Frankrijk en drukt de lonen van Fransen die wel blijven werken. Tegelijkertijd moeten Fransen meer consumeren om de afzet van de producten van deze bedrijven te garanderen.

„De tweede vorm van globalisering, de financiële, werkt hierop in. Kapitaal gaat met één muisklik de wereld over. Controle is minimaal want, dachten we lange tijd, financiële markten konden zichzelf wel reguleren. Het resultaat is bekend: iedereen kreeg goedkoop krediet, ook al verdiende hij dat niet. Omdat kredietverstrekkers de schuld vervolgens aan elkaar doorverkochten, heeft de schuld zich door het hele systeem verspreid. Het was een luchtbel die groeide en groeide. Als we tijdig lucht hadden laten ontsnappen, hadden we het systeem kunnen bijstellen en overeind kunnen houden. Maar dat deden we niet. Nu explodeert het.”

Repareren werkt niet, zegt u?

„Daarvoor heeft men teveel gedereguleerd. In Amerika, in Europa. De geest is uit de fles. Die krijg je er niet weer in. Van alle kapitaal dat over de wereld stroomt, is nog amper 5 procent echte investeringen. De rest is speculatief. Daar valt niet tegenop te reguleren. Tenzij je het wereldwijd doet, maar dat gebeurt niet.”

Hoe weet u dat er zo veel kapitaal speculatief is?

„Dat zie je aan de termijnen. Bij circa 60 procent van het kapitaal gaat het om beleggingen voor minder dan zes maanden: superkorte termijn. Zo’n 5 procent bestaat uit investeringen voor meer dan vijf jaar. Duurzaamheid bestaat bijna niet meer. In een economie die grotendeels afhankelijk is geworden van financiële markten, is dat een groot probleem. Beleggers willen nú rendement, anders trekken ze het kleed onder een bedrijf vandaan. Dit probleem hebben politici zelf geschapen. Dat zijn overigens conservatieven én socialisten geweest: in Frankrijk hebben linkse politici als Delors daar een belangrijke rol in gespeeld. In Amerika is de deregulering onder Carter begonnen, een Democraat. De Republikein Reagan heeft het vervolgens vleugels gegeven. Iedereen heeft zich erin gegooid.

„Economisch en financieel vrijemarktdenken was een geloof, een ideologie. Gevolg: 22 procent van wat er tegenwoordig in de VS wordt verdiend, komt bij 1 procent van de bevolking terecht. De inkomensongelijkheid is bijna even groot als vlak voor de crisis van 1929. In Europa is het minder extreem, maar vooral in Duitsland zijn de verschillen tussen rijk en arm hard gegroeid. Dit was een politieke keus: de welvaartsstaat afbouwen, alles aan de markt overlaten, zoveel mogelijk dereguleren. Er is maar een klein clubje mensen dat baat heeft bij zo’n systeem.’’

Burgers hebben toch ook geprofiteerd? Iedereen gaat met vakantie en kijkt naar flatscreens.

„Ja, maar ze zitten ook met pensioenfondsen die in de casino-economie een deel hebben vergokt van de oudedagsvoorziening die burgers jarenlang bijeen hebben gespaard. De politiek had dit moeten verbieden. Je kunt burgers verwijten dat ze teveel hebben geleend en geconsumeerd. Maar vergeet niet: dit was de hoeksteen van het systeem. Het was de bedoeling dat ze zoveel leenden en spendeerden. Politici hadden verder moeten kijken dan hun neus lang was. Zó ver hoefden ze trouwens niet te kijken. De mondialisering stagneert al een poosje. Onderhandelingen over meer vrijhandel, bij de WTO in Genève, zitten al jaren muurvast.

„Het wordt steeds duidelijker dat bedrijven, van wie men zei dat ze floreerden door de globalisering, een deel van hun extra handelsvolume dankten aan boekhoudtrucs: activiteiten die zo’n bedrijf vroeger zelf deed werden bijvoorbeeld ineens uitbesteed, en dat kwam dan als ‘transactie’ in de boeken.

„Ook vestigden bedrijven zich in arme landen waar ze nauwelijks belasting betalen – een vorm van belastingontduiking.

„De ecologische schade van ongebreideld produceren en consumeren is groot, maar landen slagen er niet in hier internationale afspraken over te maken.

„Tenslotte: het argument dat meer vrijhandel arme landen welvarender maakt en minder vatbaar voor oorlog, gaat niet op. Overal ter wereld is oorlog, en de zogeheten ‘global governance’ komt niet van de grond. Dit zijn allemaal tekenen dat de globalisering geen gouden tijden beleeft, zoals sommigen beweren.”

Als de globalisering terugloopt, zijn natiestaten dan weer aan zet?

„Ze zijn nooit níet aan zet geweest. Natiestaten hebben de globalisering aangejaagd en gebruikt om hun eigen belangen te promoten. Altijd. De bedoeling was dat hun eigen banken of defensiebedrijven er meer baat bij zouden hebben dan die van andere landen. Dat hun politici aan het hoofd zouden komen van internationale organisaties. Dat ze die organisaties naar hun hand konden zetten. In die zin was de globalisering een nationalistisch instrument par excellence.”

Welke organisaties?

„Allerlei. De WTO, de VN, de G20.”

Is de Europese Unie een bijproduct van deze globalisering, of een manier voor Europese landen om zich mondiaal staande te houden?

„Dat laatste hebben Europese politici altijd gezegd: samen staan kleine landen sterker in de storm van de globalisering. Het klopt dat de sociale kaalslag in Europa wat minder erg is dan in de VS. Nóg, want wie weet wat de crisis nog brengt. Tegelijkertijd is het vrijemarktdenken het fundament van de Europese samenwerking. Europa is een markt. Zo is ze ontstaan: samen zakendoen in plaats van oorlog voeren. Een reden dat landen de EU steeds verder willen uitbreiden, is dat hun bedrijven in nieuwe landen goedkope arbeidskrachten vinden en extra consumenten. Maar binnen de Unie hebben sommige landen daar meer van geprofiteerd dan andere. De verschillen zijn enorm. Dat is een van de problemen met de euro.”

Bent u een euroscepticus?

„Politiek wel, cultureel niet. Mijn vader werd in Moskou geboren, mijn moeder komt uit Piemonte in Italië. Ik heb veel familie in Polen en Duitsland. Als ik geen Europeaan ben, wie dan wel? Ik heb lang in het Europese project geloofd, omdat ik hoopte dat het ook een sociaal Europa zou worden. Dat is niet gebeurd. Sociale politiek is nationaal gebleven. Europa heeft teveel gekeken naar de belangen van bedrijven en niet naar die van burgers. Zij werden alleen als consumenten serieus genomen. Dus ben ik ontgoocheld geraakt. De euro had prachtig kunnen zijn, maar er is geen serieuze samenwerking geweest tussen eurolanden.”

Waarom niet?

„Iedereen wilde er iets anders mee. De euro was een politieke deal die ging over wie de macht had in Europa na de Duitse eenwording. Maar het was ook een economische deal. Duitsland wilde een afzetmarkt voor haar producten zonder risico op een plotselinge devaluatie. Andere landen wilden onder de machtige Duitse monetaire paraplu schuilen om onder meer goedkoop krediet te krijgen op financiële markten. Intussen bleef elk euroland wel zijn eigen economische, fiscale en sociale politiek voeren. Ze hadden niet in de gaten dat dit, als je één munt hebt, effect heeft op de rest. Toen Duitsland zijn lonen matigde en competitiever werd, werden andere landen automatisch mínder competitief.

„Nu de euro onder druk staat, is één kant van de deal verdwenen: Duitsland heeft nog steeds zijn afzetmarkt waar niet gedevalueerd wordt, maar de andere landen hebben hun goedkope kredieten niet meer. Ze betalen zich een ongeluk voor een lening of moeten daardoor zelfs van andere eurolanden lenen. Hiermee is een enorme tegenstelling tussen noord en zuid ontstaan. Elk land roept: dit was niet de afspraak! En ze hebben allemaal gelijk.

„Beleggers vluchten intussen weg uit Zuid-Europa. Italië en Spanje moeten devalueren om competitiviteit terug te winnen, maar door de euro kunnen ze dat niet. De enige andere methode is: bezuinigen. Snijden tot je een ons weegt. De Duitsers hameren daarop. Maar ook dat is een doodlopende weg, want je smoort de economie. Het is één neergaande spiraal.”

Overleeft de euro dit?

„Ik hoop het niet. Het fundament is verkeerd en dan moet je de moed hebben om te zeggen: we stoppen ermee.

En stel dat regeringen een politieke vlucht naar voren maken en euro-obligaties introduceren?

„In theorie kan dat werken. Maar ik denk dat het te laat komt, áls ze het al voor elkaar krijgen. Ze hadden dat voor de crisis moeten doen, toen er nog vertrouwen was in de euro. Het systeem is nu vastgelopen. Banken zijn aangetast. Beleggers mijden Europa. Siemens, een Duits bedrijf, haalde zijn geld uit een Franse bank. Zo’n daad heeft in Europa nog steeds politieke betekenis. Ik zie Duitse en Nederlandse burgers die gisteren de Grieken nog voor olijfplukkers uitmaakten, vandaag niet instemmen met euro-obligaties.”

Wat moet er volgens u gebeuren?

„We moeten stoppen met dromen. De euro moet worden opgeheven. Als we dat nu doen, kan het min of meer ordentelijk.’’

Dat kan toch niet volgens het Europees Verdrag?

„Dat bewijst hoe slecht de euro was onderbouwd. Aan dit soort reglementen hebben we nu niks. Als we wachten op de klap, over een paar maanden, verdwijnt de euro ook, maar dan in totale chaos. Het valt mij op dat degenen die de status quo het hardst verdedigen, de crisis verergeren, omdat ze bij elke stap zeggen: dat mag niet! Beleggers luisteren niet meer naar regeringsleiders die politieke oplossingen beloven om de euro te redden, dat is afgelopen anderhalf jaar wel gebleken. Nú ordentelijk scheiden betekent dat alle eurolanden hun eigen munt terugnemen, zodat de meeste kunnen devalueren. Daarna koppelen we de munten weer aan elkaar, zodat we toch een gemeenschappelijk systeem kunnen houden.”

Een confederatie in plaats van een federatie?

„Zoiets. Je gaat van een eenheidsmunt, waarvan het keurslijf niemand meer past, naar een gezamenlijke munt die rekening houdt met inflatieverschillen in eurolanden. De tweede stap die ik zou willen zetten, is in Europa weer aan een lichte vorm van protectionisme te gaan doen om de werkloosheid te bestrijden en industriële bedrijvigheid aan te zwengelen. Die twee dingen zijn essentieel.”

Dat wordt het eind van de Europese Unie. Het fundament van de EU zijn toch de mededingingsregels, die zorgen dat landen hun eigen bedrijven niet bevoordelen en buitenlandse bedrijven niet discrimineren?

„Die regels kun je in overleg aanpassen. Overheden moeten meer ruimte krijgen om de nationale industrie met staatssteun te bevorderen, zoals we met de banken doen sinds 2008. Ook moeten EU-landen harder optreden tegen sociale en fiscale dumping door landen buiten de EU. Dit kan ook gezamenlijk. Alweer: door meteen te roepen dat je bestaande regels niet kunt veranderen, blokkeer je een uitweg uit de crisis.”

Vindt u het vervelend als Fransen signaleren dat Marine le Pen, van het extreem-rechtse Front National, het in talkshows vaak met u eens is?

„Voor mij is dat geen reden om bepaalde dingen niet te zeggen.”

Tot slot, sommigen geloven dat de Amerikanen baat hebben bij de eurocrisis. Vindt u dat ook?

„De Amerikaanse staatsschuld is veel hoger dan het gemiddelde in de eurozone. Het begrotingstekort van de VS is hoger dan dat van Griekenland. Daarom weet iedereen: zodra de eurocrisis voorbij is, zetten financiële markten hun tanden in de dollar. Zes maanden na de euro gaat de dollar er ook aan. In die zin hebben de Amerikanen er baat bij dat alle aandacht nu op de euro gevestigd is en dat de eurocrisis voortduurt. Beleggers steken hun geld nu zelfs in Amerikaanse staatsobligaties, wat het toppunt is van ironie. Maar dat de Amerikanen de eurocrisis expres opstoken, zoals sommigen beweren, geloof ik niet. Dit is geen complot. Dit is gewoon wat er gebeurt als alles vierkant draait en mensen geen cijfertjes meer vergelijken. Dan wordt alles irrationeel. En rent iedereen keihard naar de uitgang.”

    • Caroline de Gruyter