Zo is-ie rood, zo is-ie blauw

Schrijver Marcel van Roosmalen bezoekt Kip Caravans.

Het gaat niet goed. Iedereen heeft rugnummers gekregen. „Goed voor de teamspirit.”

Nederland, Hoogeveen, 29-10-2011 Kipcaravan in Hoogeveen maakt zich op voor de open dagen. ©Jan-Dirk van der Burg Burg, Jan-Dirk van der

Het persbericht Kip Caravan en De Waard tenten gaan unieke samenwerking aan maakte ons meteen enthousiast. Wij in de Fiat Panda van fotograaf Jan-Dirk naar Hoogeveen, een dorp – of stad anders krijgen we dat weer – ver weg.

Uren later – zo snel gaat het niet per Fiat Panda – bereikten we een industrieterrein waarop een loods en een partytent stonden. De boel was verlaten.

Gefrustreerd sloegen we met de vuisten op de deur van de partytent. Het werd gehoord. Meneer Henk Gunnink, een van de directeuren van Kip, deed open.

De persbijeenkomst waarop drie journalisten waren afgekomen, was al afgelopen en de open dagen begonnen pas de volgende dag, maar dat was volgens directeur Henk geen probleem.

Zeventien dubbele espresso’s, twee dubbeldrank, een Spa Blauw, twee broodjes ham en een promotieriedel van jewelste later, stond ik met de complete top van Kip Caravan – de rest was er ook bij geroepen, alleen meneer Harry niet, die zat in Thailand – voor een van de nieuwste modellen, een caravan die volgens de directie geen caravan mocht heten – beetje pijnlijk dat ik de naam vergeten ben – en waarvan je de zijkanten kon vervangen door gekleurde panelen.

Meneer Jeroen Franken, directeur sales & marketing, demonstreerde hoe het moest.

Hij bracht een groene plaat aan.

Meneer Gunnink: „Nu heb je dus een groene Kip.”

Daarna verving hij de groene plaat voor een rode.

„Nu heb je dus een rode Kip.”

Hij ging aan de slag met een blauwe plaat.

„Nu heb je dus een blauwe Kip.”

De platen waren verkrijgbaar in 83 kleuren, ze demonstreerden ze allemaal.

Daarna door naar een Kip Compact – inderdaad een compacte caravan – waaraan een voortent van De Waard was bevestigd. De unieke combinatie van een compacte caravan met een water- en winddichte voortent werd op alle mogelijke manieren bezongen. Als je je iPod in de caravan ophing, kon je ’m in de voortent horen, dat soort zaken.

Commercieel directeur Jeroen Franken bleek een stevige roker, dat schiep een band. We rookten buiten een heleboel sigaretten. Hij rookte nooit in de caravan.

Ze, de directie van Boedelbak, hadden de in financiële problemen geraakte Kip-fabriek in Hoogeveen vorig jaar overgenomen en daarmee „een stuk cultuurgoed van Hoogeveen van de ondergang gered”, aldus meneer Franken. Sindsdien woonde de complete directie op kamers boven de fabriek.

Toen we uitgerookt waren, verdween meneer Franken, hij moest bellen. Van meneer Gunnink kreeg ik een uitgebreide rondleiding door de fabriek.

Het was voor de overname een ingeslapen boeltje geweest. Ze hadden veel veranderd. Een van de dingen was dat alle werknemers witte uniformen droegen: „Daar gaan ze de handen van wassen, vieze handen worden minder snel aan de kleding afgesmeerd”. En dat ze allemaal een rugnummer hadden.

We zagen nummer 57 passeren.

„Dat is nummer 57”, zei meneer Gunnink.

„Dag nummer 57”, zei ik.

Nummer 57 zei niets, hij maakte geen ongelukkige indruk.

„Goed voor de teamspirit”, zei meneer Gunnink. „We benaderen de zaak als een voetbalteam. Samen gaan we voor het hoogste.”

Wat ze ook hadden veranderd, was de lunch.

Vroeger zaten ze bij Kip aan tafeltjes te kaarten. Nu werden de naambordjes dagelijks door elkaar gehusseld en wist je niet met wie je zat te eten bij de door de directie verzorgde lunch. Zelf aten ze ook altijd mee.

„Een enorm enerverend gebeuren, je weet niet wat je meemaakt, joh... Iedere dag is een cadeautje.”

Meneer Gunnink liet alles zien. Ook de slaapkamers van de directieleden boven de fabriek.

„Het is kamperen, het is behelpen, we hebben onze gezinnen verlaten. We zijn de hele dag met Kip bezig.”

Hij had zijn zoon ingehuurd als tijdelijke kracht in verband met de open dagen, het kind had nog geen rugnummer.

De rondleiding eindigde in de directiekamer waar fotograaf Jan-Dirk en ik een speldje kregen opgespeld door meneer Franken.

Meneer Gunnink zei: „Hierbij ridder ik jullie in de orde van de Kip.”

We wilden weg.

Nadat ze hadden verteld over het uitgaansleven in Hoogeveen, dat inmiddels financieel totaal afhankelijk was van de directie van Kip Caravans – „Een te gekke Italiaan en een echte kroeg” – mocht dat.

Ik vroeg meneer Franken of hij zelf ook een Kip Caravan had.

Hij zei: „Als ik daarmee thuis kom, stuurt ze me meteen terug. Het enthousiasme aan het thuisfront is wat tanende, zoveel stop ik erin.”

Uitgeput stapten we in de Fiat Panda, voor de lange reis terug naar Amsterdam. Het goede nieuws was dat we wind mee hadden.

    • Marcel van Roosmalen