Willempje wil geen Facebookpagina

Talloze ouders delen online het wel en wee van hun baby’s en jonge kinderen.

Dat kan in de toekomst vervelende gevolgen hebben.

Het is het jaar 2022. Teleurgesteld loopt Max het kantoorgebouw uit. Na drie intensieve sollicitatierondes is hij het niet geworden. Zijn droombaan gaat naar een ander en de teleurstelling is moeilijk te verteren. Wat Max niet weet, is dat hij eigenlijk de geschikte kandidaat was. De werkgever durfde het alleen niet ‘met hem aan’. Waarom niet? Na een kort rondje googelen kwam de werkgever op de babysite van Max. Een online dagboek dat zijn ouders voor hem hebben bijgehouden. Max had als kind ernstige hartproblemen en de werkgever is bang dat dit tot ziekteverzuim leidt.

Terug naar het heden, waarin talloze ouders gebruikmaken van de online mogelijkheden om het dagelijks wel en wee van hun kinderen te delen. Via Facebook worden nieuwe baby’s verwelkomd op deze wereld. Voortdurend komen er status-updates voorbij met foto’s van pasgeborenen vredig slapend in een wiegje, een uitgeputte moeder ernaast. Baby’s van slechts een paar dagen oud hebben al een babyblogspot. Op dit soort websites beschrijven kersverse ouders trouw de ontwikkelingen van hun pasgeboren kinderen, details over de moeizame bevalling, de krampjes en de eerste stapjes, niets blijft de lezer bespaard – alles natuurlijk rijkelijk geïllustreerd met foto’s. Op het eerste gezicht is zo’n digitaal fotoalbum leuk voor de grootouders die ver weg wonen. De vraag is echter of ouders zich wel realiseren dat alle informatie die zij online over hun kroost plaatsen voor meer mensen beschikbaar is dan de grootouders – het staat immers op internet. En hoeveel mag je eigenlijk delen over iemand anders? Waar en wanneer begint de privacy van je kind?

De huidige generatie ouders is de eerste lichting die met een paar muisklikken alles over haar kinderen kan delen. Facebook, Twitter en diverse blogs vormen het ultieme podium voor ouders om de wereld te laten zien hoe mooi, leuk, lief en slim hun kroost is. Social media voorzien zo op een snelle en makkelijke manier in deze ouderlijke oerbehoefte. Maar wat gebeurt er verder eigenlijk met deze informatie? Hoe lang blijven al die foto’s en verhalen online vindbaar? En misschien wel het belangrijkst: wat vindt het kind er zélf van dat iedereen kan zien hoe hij of zij is opgegroeid? Wil Willem wel dat zijn vrienden hem zien als dikke peuter? Is het verstandig dat het openbaar is dat Otis groeiproblemen heeft gehad? Op talloze babysites etaleren mensen hun opgroeiende kinderen zonder er rekening mee te houden dat zij ongevraagd een online geschiedenis van hun kind opbouwen.

Privacy is een vastgelegd recht. In artikel 16 van het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind staat: ‘Ieder kind heeft recht op privacy. De overheid beschermt het kind tegen inmenging in zijn of haar privé- en gezinsleven, huis of post en respecteert zijn of haar eer en goede naam’. Maar ouders zijn vaak weinig alert waar het de privacy van hun kinderen betreft. Zo wijst Annelies Blom in deze krant (‘Mijn kids niet in dat dossier’, Opinie, 5 oktober) op de geruisloze invoering van het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg: een elektronisch dossier dat voor alle kinderen van 0 tot 19 in Nederland wordt bijgehouden en waarin uitgebreide persoonlijke informatie is vastgelegd. De overheid bewaart dit tot een kind 35 jaar oud is. Blom verbaast zich erover dat ouders gevoelige informatie over hun kinderen zonder weerstand aan de overheid en hulpverleners verstrekken. Ouders delen deze informatie niet alleen gemakkelijk met de autoriteiten, maar ook met de rest van de wereld via diverse vormen van social media. Hierdoor geven ze niet alleen de overheid en familie en vrienden toegang tot persoonlijke gegevens, maar ook bijvoorbeeld verzekeraars of toekomstige werkgevers.

Filosofe Stine Jensen definieert in haar boek Echte vrienden intieme informatie als iets waardevols. Zij noemt dit ‘intiem kapitaal’. Met deze term borduurt ze voort op de terminologie van de Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002). Hij introduceerde de termen sociaal, cultureel en economisch kapitaal om te verklaren hoe mensen status verwerven binnen de samenleving. Onder intiem kapitaal verstaat Jensen: de informatie waarvan je wil dat deze niet voor iedereen openbaar of beschikbaar is. Het is een manier – zo niet dé manier – om macht en invloed te verwerven: al in 1906 schreef de socioloog Simmel dat persoonlijke informatie (geheimen) een bindmiddel vormt tussen mensen. Zo voel je je meestal gevleid als iemand je iets vertrouwelijks vertelt en omgekeerd beschouw je iemand niet echt als vriend wanneer hij of zij informatie voor je achterhoudt. Door te selecteren welke informatie je met wie deelt, bepaal je dus je positie ten opzichte van de ander. Dit wordt ook wel ‘verhandelbare privacy’ genoemd. Met de opkomst van social media is intiem kapitaal steeds waardevoller geworden. Je kunt jezelf zowel in sociale waarde laten dalen als stijgen door intieme informatie te delen. Als baby Fleur, schattig helemaal onder het eten, 42 ‘likes’ krijgt op Facebook voelen haar ouders zich gewaardeerd door hun omgeving.

Iedereen moet zelf kunnen kiezen welke informatie hij of zij wil delen en met wie. Maar als je ouders dat al voor je hebben gedaan, ben je die keuzevrijheid kwijt voordat je überhaupt in staat bent om erover na te denken. Baby’s en kleine kinderen zijn, nu nog, onmondig en afhankelijk van hun ouders. Door gedachteloos intimiteiten te delen via sociale media gaan ouders niet alleen lichtzinnig om met de privacy van hun kinderen, maar ‘handelen’ ze ook nog eens in intiem kapitaal dat niet van hen is.

Martje van Ankeren is docent bestuurskunde en sociologie aan de Hogeschool van Amsterdam en moeder van twee kinderen, die niet online vindbaar zijn. Katusha Sol is docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.