Wie met Stapel werkte, voelt zich nu bedrogen

Promovendi en collega’s van Stapel willen liever niet praten over de fraude met data. Alleen een enkeling zegt dat achteraf bezien sommige dingen wel vreemd liepen.

De voormalige collega’s van Diederik Stapel proberen, nu de omvang van zijn fraude bekend geworden is, hun werk weer op te pakken. In stilte. Niemand wil praten met de pers. Hoogleraar Marcel Zeelenberg, de voorzitter van het departement sociale psychologie van de Universiteit van Tilburg, laat per mail weten: „We zijn hier druk bezig met puin ruimen en de schade vaststellen.” Het was Zeelenberg die met drie jonge klokkenluiders naar de rector ging om hun vermoedens over het frauduleuze gedrag van zijn „zeer goede vriend” Stapel kenbaar te maken. „Ik heb Diederik sindsdien niet meer gesproken.”

Ook Stapels promovendi willen liever niet praten. Zoals Yana Avramova (30), die begin september voor haar proefschrift How the mind moods nog een prijs kreeg omdat ze de beste dissertatie van de universiteit had geschreven. Dat was twee dagen voordat bekend werd dat een deel van de data waarop haar werk berustte, gefingeerd waren.

Avramova werkt inmiddels bij de Universiteit Leiden. Via een e-mail laat ze weten geen commentaar te willen geven op wat is gebeurd. „Ik heb niets toe te voegen aan het rapport van de commissie.” Ze verwijst naar de voorlichting van de Universiteit van Tilburg, net als al haar collega’s.

Alleen enkele wetenschappers die in Groningen met Stapel hebben samengewerkt – hij was er tussen 2000 en 2006 hoogleraar – willen wel praten. Lennart Renkema (31) promoveerde bij Stapel op een proefschrift over de effecten van angst voor de dood op het gedrag van mensen.

„Het is een raar gevoel dat bij een deel van mijn proefschrift de kans groot is dat de data zijn gefingeerd”, zegt hij nu. „Mijn proefschrift bestaat uit vier artikelen, waarvan er drie zijn gepubliceerd. Voor één van de artikelen heeft Stapel de data aangeleverd en van die data kunnen we niet of nauwelijks achterhalen hoe die tot stand zijn gekomen. Daar wordt nog onderzoek naar gedaan.”

Stapel deed de experimenten. En ja, dat is achteraf bezien wel bijzonder, beaamt Renkema. „Want een hoogleraar heeft toch wel wat anders te doen dan dit soort tijdrovende bezigheden met proefpersonen. Maar Stapel had een heel valide verklaring. Hij zei dat hij het experiment in de buurt van Tilburg zou doen, want daar had hij veel contacten.”

Op een gegeven moment stuurde Stapel een mailtje met de resultaten, waarin hij ook vast een analyse had gemaakt. „Vooral die analyse vond ik vreemd”, zegt Renkema. „Hoogleraren laten doorgaans eerst de junior onderzoeker de data analyseren, voordat ze er zelf wat mee gaan doen. Maar ik schreef die analyse toe aan zijn enorme betrokkenheid, aan een onbedwingbare nieuwsgierigheid die maakte dat hij vast zelf de resultaten ging bekijken.”

Nu moet Renkema aannemen dat de experimenten nooit gedaan zijn. De oorspronkelijke data zijn niet te vinden. „Hoe erg ik het ook vind, voor mij zijn de gevolgen beperkt, want ik werk niet meer in de wetenschap. Zou dat wel zo zijn, dan was de schade veel groter geweest.”

De Groningse hoogleraar sociologie Siegwart Lindenberg publiceerde dit jaar samen met Stapel een onderzoek in Science waaruit bleek dat mensen in een rommelige omgeving eerder discrimineren. Stapel heeft ook de data van dit onderzoek verzonnen, blijkt nu. Lindenberg: „Ik had geen moment aanleiding om Stapel te wantrouwen. Achteraf ben je altijd wijzer. Overigens voel ik me niet misbruikt, zoals die jonge onderzoekers. Wel bedrogen.”

    • Bart Funnekotter
    • Karel Berkhout