Wie de vlag van Papoea hijst, zit fout

Indonesië treedt hard op tegen Papoea’s die streven naar onafhankelijkheid.

In deze rijkste provincie woont de armste bevolking.

Het Derde Papoea Volkscongres begon eind vorige maand vreedzaam, op een voetbalveld in Jayapura. Totdat de leiders, kort voor de sluitingsceremonie, de verboden Morgenstervlag hesen en de onafhankelijke Republiek van West-Papoea uitriepen.

Dit staat voor de Indonesische autoriteiten gelijk aan hoogverraad.

Onmiddellijk bestormden honderden politiemannen en militairen het veld, schoten in de lucht en rekenden zo’n driehonderd aanwezigen in. Kort erna werden drie congresgangers dood gevonden. Zes Papoealeiders zitten nog vast.

Sinds enkele weken is het geweld in de meest oostelijke Indonesische provincie, Papoea, weer opgelaaid. Een paar dagen na het congres schoten twee onbekenden in de hooglanden van Puncak Jaya politiechef Dominggus Awes door zijn hoofd. Ook zijn er opnieuw grootschalige ongeregeldheden bij de Grasbergmijn bij de stad Timika, in weer een ander deel van de provincie: de grootste goud- en derde kopermijn ter wereld.

Zeven weken geleden begonnen werknemers van het Amerikaanse Freeport McMoRan daar een staking voor een drastische loonsverhoging. Bij een demonstratie schoot de politie twee stakers dood. Daarna werden drie stakingsbrekers door onbekende schutters omgebracht. Drie politiemannen ontsnapten aan de dood toen hun auto onder vuur werd genomen.

Freeport heeft donderdag aan zijn klanten laten weten dat het voorlopig niet aan zijn leveringsverplichtingen kan voldoen, wat de wereldwijde koperprijs meteen omhoog deed schieten.

Wie achter welke schietpartij zit, blijft duister. Olga Hamadi van de onafhankelijke mensenrechtenorganisatie Kontras zegt vanuit Jayapura dat nog niet duidelijk is of de slachtoffers bij het congres zijn gedood door de politie, zoals Papoea-activisten zeggen. Ze werden gevonden in de buurt van politiebarakken, maar meer is nog niet bekend. De gewapende afscheidingsbeweging OPM ontkent intussen achter de moord op politiechef Awes te zitten.

Wat er bij Freeport gebeurt, is al even onduidelijk. Het mijnbedrijf wordt al ruim een jaar geplaagd door mysterieuze beschietingen. De autoriteiten beschuldigen de OPM. Maar Papoea-activisten zeggen dat leger of politie er zelf achter zitten. Veiligheidsdiensten zouden elkaar beconcurreren bij het bemachtigen van contracten voor het bewaken van het mijnbedrijf. Freeport betaalde hun afgelopen jaar hiervoor 14 miljoen dollar.

Vanuit Jakarta probeert de regering het geweld de kop in te drukken met een oude reflex: meer politie en militairen sturen. Vorige week zijn volgens Ifdhal Kasim van de mensenrechtencommissie van de overheid Komnas HAM 600 extra leden van de militaire politiemacht Brimob naar het eiland afgereisd. Ook de speciale troepen van het leger zijn versterkt. Een verkeerde strategie volgens Kasim, die de regering adviseert over mensenrechten. „Wij zijn bezorgd, want het sturen van meer manschappen zal de situatie alleen maar erger maken. Het is nu al moeilijk het vertrouwen van de bevolking van Papoea te winnen.”

De grootschalige inzet van politie en militairen op het eiland is een van de grootste grieven van de Papoea’s. Op internetfilmpjes was de afgelopen jaren te zien hoe zij Papoea’s die verdacht worden van separatisme vernederden, mishandelden en vermoordden. Papoea’s voelen zich onveilig in eigen gebied door de spionageactiviteiten van de geheime diensten.

Oorzaak van de onrust is ook de achterblijvende ontwikkeling van de provincie. De bevolking is het armst van Indonesië terwijl de provincie het rijkst is aan bodemschatten. Gelden die naar de provincie worden gesluisd, worden door lokale leiders verduisterd of verspild. Papoea’s klagen over toestroom van mensen uit andere delen van het land. Zij openen met hun kapitaal en betere opleiding winkeltjes, bekleden politieke posten en krijgen betere banen.

Het maakt dat een aanzienlijk deel van de Papoea’s denkt dat ze met onafhankelijkheid van Indonesië beter af zouden zijn. De ‘speciale autonomie’ die Jakarta het gebied in 2001 als handreiking toekende, wordt als mislukt beschouwd.

Gesprekken tussen de regering en de Papoea’s over deze problemen zijn de enige oplossing van het geweld, denken waarnemers. Maar, zegt Ifdhal Kasim, gesprekken beginnen is moeilijk als de regering de provincie Papoea blijft overspoelen met politie en militairen.