Vooral geld naar 'de kleintjes'

Het Fonds Podiumkunsten gaat alle gezelschappen en festivals die subsidie aanvragen langs één meetlat leggen. En de subsidies zijn niet meer onbeperkt.

De ‘pluriformiteit’ in de podiumkunsten bewaken, dat is de taak die het Fonds Podiumkunsten zich „meer dan ooit” heeft gesteld. Het fonds wil dat het aanbod in de theaters zo divers mogelijk blijft, ook nu er bezuinigd moet worden. Omdat het Rijk ervoor heeft gekozen om vooral de grote culturele instellingen te ondersteunen, zal het fonds zich vooral op de kleine en middelgrote gezelschappen richten.

Vanochtend maakte het fonds zijn nieuwe subsidieregeling bekend, die gaat gelden vanaf 2013. Die ziet er heel anders uit dan de afgelopen dertig jaar. Konden de gezelschappen vroeger onbeperkt subsidie aanvragen om hun exploitatietekort te dekken, nu komen er maximumbedragen.

„Het systeem is zo ingericht dat de kleine gezelschappen een even grote kans maken op subsidie als de grote of middelgrote”, zegt George Lawson, directeur van het fonds. „We willen de pluriformiteit zoveel mogelijk overeind houden.” Het fonds wil dat ook het nieuwe subsidiestelsel een einde maakt aan „historisch gegroeide maar niet meer te verantwoorden subsidieverschillen”.

Henriëtte Post, lid van de raad van bestuur van het fonds: „Als je het systeem van de afgelopen dertig jaar bekijkt, zie je dat instellingen met vergelijkbare activiteiten soms heel verschillende subsidiebedragen kregen. En gezelschappen die subsidie van het fonds kregen, vroegen daarna bijna nooit minder subsidie aan. Ze kregen ook niet vaak een afwijzing. Nieuwkomers moesten met minder genoegen nemen.”

De maximumbedragen die gezelschappen kunnen krijgen, zijn afhankelijk van de grootte van het zalencircuit waarin ze spelen en van het aantal voorstellingen. Een muziekgezelschap dat veel in grote zalen optreedt, zou in theorie 960.000 euro kunnen krijgen. Maar het fonds is niet van plan om aan veel gezelschappen zulke grote bedragen te verstrekken. Dat kan ook niet, want het fonds heeft vanaf 2013 veel minder geld te verdelen: geen 40 miljoen euro meer maar 24,5 miljoen.

Lawson: „Juist de heel grote instellingen die nu een subsidie hebben van ver boven de miljoen euro, zullen een stap terug moeten doen. Ze moeten aan een hele reeks voorwaarden voldoen om aan het maximumbedrag te komen. Wij richten ons op het kleine en middelgrote aanbod. Gezelschappen die in de grote zaal spelen krijgen alleen subsidie als wat zij doen ook wezenlijk afwijkt van wat de gezelschappen doen die door het Rijk worden gesubsidieerd.”

Post: „Maar de ensembles die spelen in het Muziekgebouw, daar kijken wij natuurlijk welwillend naar. Die spelen daar wel in grote zalen, maar krijgen geen rijkssubsidie.”

De podiumgezelschappen moeten voor 1 maart 2012 subsidie aanvragen bij het fonds. Dat mogen ze alleen als ze gemiddeld 40 voorstellingen per jaar hebben gespeeld, én als ze minimaal 20 procent van hun inkomsten zelf verdienen. Daarbij tellen subsidies van het Rijk, de provincies en de gemeenten niet mee.

Vervolgens worden de gezelschappen beoordeeld op hun artistieke kwaliteit en hun ondernemerschap en wordt gekeken of zij bijdragen aan de pluriformiteit van het aanbod en aan de geografische spreiding. Gezelschappen die ook subsidie krijgen van de provincie of de gemeente, hebben een streepje voor.

„Een positief oordeel betekent niet per definitie dat wij subsidie verstrekken”, zegt Henriëtte Post. „We hebben een beperkte zak geld te verdelen, dus er komt een soort ranglijst waarbij de gezelschappen die het beste scoren bovenaan staan. Het kan gebeuren dat een gezelschap geen subsidie krijgt omdat het geld op is. Dat is niets nieuws, dat kwam de afgelopen jaren ook voor.”

De 120 instellingen die nu subsidie krijgen van het fonds, krijgen concurrentie van gezelschappen en festivals die geen structurele subsidie meer krijgen van het Rijk. Het valt nog niet te voorspellen hoeveel extra aanvragen er verwacht kunnen worden, maar het fonds houdt rekening met een „extra druk” van ruim 19 miljoen euro. Naast de festivals, die op het Holland Festival na geen structurele rijkssubsidie meer krijgen, zullen ook productiehuizen en dansgezelschappen die door het Rijk worden uitgesloten van subsidie een beroep doen op het fonds.

„Als je alles optelt, houden we 40 procent over van het totale budget”, zegt Lawson. „Dat het aanbod fors zal afnemen, is wel duidelijk. Toch hopen we dat we met dit nieuwe stelsel meer in stand zullen weten te houden dan je op basis van de bezuinigingen zou verwachten.”

    • Claudia Kammer