Opinie

De drinkers van weleer

Tien dagen met dichters, schrijvers en muzikanten op tournee langs de Vlaamse theaters. Saint Amour, de vijfentwintigste editie. Weerzien met de schitterende bonbonnières van Antwerpen, Brussel, Gent, Leuven en Brugge. Avond aan avond luister ik in de coulissen naar de dichteressen van dienst: de betoverende seances van Radna Fabias en de wranggeestige confessies van Delphine Lecompte. God, wat steekt de romanschrijver toch bleekjes bij de dichter af. In zwart-wit afgebeeld op een Kodachromefoto; stramme volgeling van oorzaak en gevolg, van chronologie en slaapverwekkende handelingen („Hij stond op uit zijn stoel.”). Me realiseren hoezeer het schrijven noodgedwongen een onderwerping aan de verveling is, en daar tegelijk wanhopig een ontsnapping uit wil zijn. Dichters schijnen zoveel vrijer, dansers op het slappe koord.

Delphine leest gedichten voor over de bedeesde zeepzieder en de oude kruisboogschutter – de eerste is een avatar van een Nederlandse presentator van een boekenprogramma op wie ze onlangs hartstochtelijk verliefd is geworden, de tweede het dichterlijke personage dat ze heeft gemaakt van haar 86-jarige muze en minnaar, die haar in het leven overal begeleidt. Haar poëzie is complex en hallucinant, omdat het allemaal waar is wat ze schrijft. (De oude kruisboogschutter is in de dagelijkse werkelijkheid jaloers op de bedeesde zeepzieder; het stelt hem niet gerust dat die homoseksueel is en daarmee geen bedreiging vormt voor zijn positie.) Delphine kan alleen maar de waarheid spreken. Die is al vroeg in haar gebrand en daarom kan ze nooit meer iets anders verkondigen, in de poëzie niet en in het dagelijks leven niet. Omdat ze de bittere waarheid schrijft, moet iedereen lachen.

In Antwerpen sloop ik de zaal binnen om daar het tweede deel van de voorstelling te zien: in de verte stond Delphine op het podium, klein maar heel krachtig; het publiek begreep dat het naar een vorm van naaktheid keek en dat het daarom mocht lachen. Het is zoveel beter als we onszelf lachwekkend maken in plaats dat anderen dat voor ons doen. Naast me zat een vrouw die er bijkans in bleef. Zelfs de lidwoorden van Delphine Lecompte schenen haar onbedaarlijk grappig toe.

Voor mij heeft Delphine in de nabije toekomst een gedicht gereserveerd waarin ik zal optreden als de mystieke chrysantenkweker. Of ik me moet verheugen of moet vrezen laat ze nog even in het midden.

Bij het diner voorafgaand aan de voorstelling in Leuven praten we over haar leven. Het is niet gemakkelijk geweest en zal dat misschien ook nooit worden, maar ze heeft zich inmiddels een thuis gemaakt in de poëzie – wat is de poëzie toch een dankbare schuilplaats voor de verstotenen. De oude kruisboogschutter intussen, een veteraan die vocht in Congo en Rwanda, probeert Delphine meer te laten eten en minder te laten drinken. Dat lukt niet zo erg. Het zal er later in resulteren dat hij na middernacht boos het hotel verlaat en Delphine nog een tijdje door de gangen dwaalt en klein rumoer veroorzaakt.

De tournees van Saint Amour zijn beslist rustiger dan vroeger, maar Delphine houdt in haar eentje de vrolijke anarchie levend. Zelfs Ilja Leonard Pfeijffer heeft de drank afgezworen. In de bus naar Genk schudt hij een zak borrelnootjes leeg in een mandje en mompelt „Rock-’n-roll”.

In 2007 waren hij en ik ook op pad met Saint Amour, toen nog in gezelschap van Gerrit Komrij. Elke nacht na het optreden ging de route langs Antwerpse sneuvelzaken als De Muze en de Witzli-Poetzli, maar ik moest vaak na de eerste halte al lossen – Pfeijffer en Komrij hadden geheime pakhuizen voor zware Belgische bieren in zich, waar ik in mezelf vergeefs naar zocht. Alleen de namen van de grote drinkers leven voort, jazeker, maar de grote drinkers zelf, die hebben helaas een beetje te vroeg het loodje gelegd. Daarom dat Pfeijffer tegenwoordig borrelnootjes eet en bruiswater drinkt, omdat het met dat schrijven van hem allemaal nog maar net begonnen is, hij „een beetje warmdraait” zoals hij zegt, en een voortijdig einde niet kan gebruiken.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.