Tweede Kamer weet even niet hoe nu verder

Het zou gisteravond in de Tweede Kamer over het Europese reddingspakket gaan. Maar noodfonds, eurocommissaris of rentespread kwamen maar mondjesmaat aan de orde na het nieuws over het Griekse referendum.

Voor met name de oppositie loste dat wel een probleem op. Want hoe beoordeel je een reddingspakket als de uitwerking nog weken op zich laat wachten? En hoe kritisch kan je je opstellen als je Europees gezind tracht te zijn? Door het referendum en door de negatieve reacties op de financiële markten leek het daar nog nauwelijks over te hoeven gaan.

De PvdA, cruciaal voor een Kamermeerderheid, bombardeerde het nieuws uit Athene tot ‘dealbreaker’. „Zijn ze nu helemaal belatafeld?”, vroeg Ronald Plasterk hardop. Hij had over het noodpakket „toch al de nodige twijfels”. En ging nog verder: „Gaan we sowieso de volgende tranche [8 miljard komende week] wel uitvoeren?” Nee, zei hij zelf, we moeten dat niet zomaar doen. Plasterk zag de Grieken binnenkort „bospaddenstoeltjes bij kaarslicht” eten.

Minister De Jager (Financiën, CDA) benadrukte dat de uitkering van de tranche in handen ligt van de trojka (ECB, IMF en Europese Commissie). Maar het referendum „problematiseerde het proces” zeker.

Premier Rutte was gisteren duidelijk. Hij gaat er alles aan doen om het referendum in Griekenland te voorkomen. En groen licht van de Kamer verwachtte hij nog helemaal niet. Zonder goede uitwerking van het pakket zou hij het niet eens voorleggen aan de Kamer. Ondanks alle ellende is de EU voor ons van levensbelang, onderstreepte de premier: „Toen ik deze baan begon wist ik dat Europa een belangrijke onderdeel zou zijn. Maar dat het zó belangrijk was...Het zou niet erg zijn als het ietsjes minder wordt.”

Commentaar: pagina 2

In het nieuws: pagina 4-7

    • Erik van der Walle