Stapel deed alle experimenten

Diederik Stapel verzon data voor onderzoek. Hoe kon hij dat ongezien doen?

Wetenschappers over hun samenwerking met de Tilburgse hoogleraar.

Een dag na de storm heerste er gisteren stilte op de Universiteit van Tilburg. Maandag werd de omvang bekend van de fraude van hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel. In ieder geval dertig artikelen waaraan hij meewerkte, bevatten verzonnen data. Tientallen meer zijn nog „verdacht”, aldus de commissie die Stapels werk onderzoekt. Met die wetenschap moeten zijn voormalige collega’s nu proberen hun werk weer op te pakken.

De Tilburgse rector Philip Eijlander was maandag vooral aangedaan over het leed dat Stapel de onderzoekers had berokkend van wie hij het promotietraject begeleidde. Eijlander vertelde dat de bijeenkomst waar hij hun het slechte nieuws had gebracht erg „emotioneel” was geweest. Slechts zeven van de eenentwintig promovendi die Stapel bijstond in Groningen en Tilburg zijn er zeker van dat hun dissertatie geen verzonnen data bevat.

Yana Avramova (30) behoort niet tot die gelukkigen. Zij kreeg begin september voor haar proefschrift How the mind moods nog een prijs omdat ze de beste dissertatie van de universiteit had geschreven. Dat was twee dagen voordat bekend werd dat een deel van de data waarop haar werk berustte, gefingeerd was. Avramova werkt inmiddels bij de Universiteit Leiden. Via de mail laat ze weten geen commentaar te willen geven op wat haar is overkomen. „Ik heb niets toe te voegen aan het rapport van de commissie.” Ze verwijst naar de persvoorlichting van de Universiteit Tilburg.

Alle aangeschreven jonge onderzoekers reageren op precies dezelfde manier, met een linkje naar het mailadres van de voorlichter. Die zegt dat de universiteit het Stapels promovendi niet verboden heeft om met de pers te praten, maar dat ze er kennelijk zelf geen trek in hebben.

Sommige wetenschappers die in Groningen met Stapel hebben samengewerkt – hij was er tussen 2000 en 2006 hoogleraar – willen wel praten. Lennart Renkema (31) promoveerde bij Stapel op een proefschrift over de effecten van angst voor de dood op het gedrag van mensen. Met experimenten toonde Renkema aan dat mensen zich sterk conformeren aan de mening van de grote groep als ze herinnerd worden aan de dood – althans hij dacht dat aan te tonen.

„Het is een raar gevoel dat bij een deel van mijn proefschrift de kans groot is dat de data zijn gefingeerd”, zegt hij nu. „ Mijn proefschrift bestaat uit vier artikelen, waarvan er drie zijn gepubliceerd. Voor één van de artikelen heeft Stapel de data aangeleverd en van die data kunnen we niet of nauwelijks achterhalen hoe die tot stand zijn gekomen. Daar wordt nog onderzoek naar gedaan.”

Renkema vond het fijn om zijn promotie te kunnen doen bij Stapel, zegt hij. „Hij gold als een heel goede onderzoeker. Bovendien kwamen er bij de onderzoeken van Stapel altijd mooie dingen uit. Daar maakten we onderling wel eens opmerkingen over, maar dat was tegelijkertijd een soort garantie op succes.”

Stapel deed de experimenten. En ja, dat is achteraf bezien wel bijzonder, beaamt Renkema. „Want een hoogleraar heeft toch wel wat anders te doen dan dit soort tijdrovende bezigheden met proefpersonen. Maar Stapel had een heel valide verklaring. Voor dit soort experimenten werk je altijd met een onderzoekspoule, maar die kun je niet te vaak hetzelfde soort vragen voorleggen. Daarom zei Stapel dat hij het experiment in de buurt van Tilburg zou doen, want daar had hij heel veel contacten.”

Op een gegeven moment stuurde Stapel een mailtje met de resultaten, waarin hij ook vast een analyse had gemaakt. „Vooral die analyse vond ik wel vreemd”, zegt Renkema, „want hoogleraren laten doorgaans eerst de junior onderzoeker de ruwe data analyseren, voordat ze er zelf wat mee gaan doen. Maar ik schreef die analyse destijds toe aan zijn enorme betrokkenheid, aan een onbedwingbare nieuwsgierigheid die maakte dat hij vast zelf de resultaten ging bekijken. Hij schreef erbij: ‘Je hebt iets heel moois te pakken!’ Heel stimulerend.”

Nu moet Renkema aannemen dat de experimenten nooit gedaan zijn. De oorspronkelijke data zijn niet te vinden. „Hoe erg ik het ook vind, voor mij zijn de gevolgen beperkt, want ik werk niet meer in de wetenschap. Zou dat wel zo zijn, dan was de schade veel groter geweest.”

De Groningse hoogleraar sociologie Siegwart Lindenberg publiceerde dit jaar samen met Stapel een onderzoek in Science waaruit bleek dat blanken in een niet-aangeveegde stationshal verder van mensen met een donkere huidskleur gaan zitten dan in een aangeveegde stationshal. Stapel heeft ook de data van dit onderzoek verzonnen, blijkt nu. Lindenberg noemt dat „bijzonder jammer”.

Toekomstig onderzoek met betrouwbare dataverzameling zal moeten uitwijzen of deze effecten van wanorde op discriminatie inderdaad bestaan, zegt Lindenberg. „Ik had geen moment aanleiding om Stapel te wantrouwen. Achteraf ben je altijd wijzer. Overigens voel ik me niet misbruikt, zoals die jonge onderzoekers, wel bedrogen.”

Meer over Diederik Stapel op Opinie: pagina 13