Rusland aast op toegang tot de wereldhandel, maar waarom?

Na achttien jaar onderhandelen zal Rusland binnenkort waarschijnlijk toetreden tot de wereldhandels- organisatie WTO. Maar kenners van de Russische economie betwijfelen of het land daar blij mee moet zijn.

Michel Krielaars

Georgië ligt als enige van de 153 leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) nog dwars. Om de eenvoudige reden dat het maar geen compromis met Rusland kan bereiken over zijn handel met zijn afvallige provincies Abchazië en Zuid-Ossetië, die zich na de Georgisch-Russische oorlog van 2008 onafhankelijk hebben verklaard.

Maar als het kleine landje een dezer dagen toch zijn zin krijgt aan de onderhandelingstafel in Zwitserland, zullen de Russische inspanningen om tot de WTO te mogen toetreden na achttien jaar eindelijk worden beloond.

Of Rusland blij moet zijn met die status, is de grote vraag, zeggen tal van specialisten. Want met een WTO-lidmaatschap krijgt zijn economie met een aantal moeilijk oplosbare kwesties te kampen.

Een daarvan is de door de WTO geëiste standaarderkenning van intellectueel eigendom. In een land waar computerprogramma’s en -spelletjes vaak illegaal gekopieerd zijn, vormt zo’n eis een enorm probleem.

De onlangs ontslagen minister van Financiën Aleksej Koedrin, die elf jaar lang op de schatkist zat, vindt dat Rusland snel lid van de WTO moet worden, zonder een uitzonderingspositie op een aantal punten te verlangen. Maar ook hij meent dat het lidmaatschap behalve voordelen ook nadelen bevat.

Zo kan de Russische staat de economie dan niet meer reguleren, zoals nu nog in overtreffende trap het geval is. Daarnaast is de interne markt minder goed te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. De enige barrières die daar nog tegen kunnen worden opgeworpen zijn verlaging van de exporttarieven, antidumpingmaatregelen (om te voorkomen dat Russische goederen in het buitenland voor een lagere prijs op de markt komen dan in Rusland zelf), protectietarieven en prijscompensatie, aldus Koedrin.

Met het WTO-lidmaatschap verkrijgt Rusland wel stabiele regels voor zijn interne markt, waardoor die aantrekkelijker wordt voor buitenlandse investeerders. Ook verwerft het toegang tot de wereldmarkt, wordt het makkelijker om handelsconflicten op te lossen, mag het zelf nieuwe regels voor internationale handel introduceren en worden de investeringsmogelijkheden voor andere WTO-lidstaten in Rusland gunstiger.

Volgens ex-minister van Financiën German Gref levert het WTO-lidmaatschap de federatie jaarlijks 20 miljard dollar aan inkomsten op. Veel Russische economen reageren daar echter woedend op en zeggen dat de WTO-status Rusland alleen maar geld kost en de dood betekent voor de Russische industrie. De activiteiten van westerse investeerders komen volgens hen de Russische schatkist amper ten goede en hun winsten stromen bovendien naar het buitenland.

Voorstanders van de WTO beweren op hun beurt dat de Russen meer zullen gaan consumeren, omdat er meer concurrentie komt en de tarieven voor verzekeringen, leningen en mobiele verbindingen lager worden.

„Het WTO-lidmaatschap is een paspoort voor de internationale markt”, zegt Roeslan Grinberg, directeur van het Instituut voor Economie van de Russische Academie van Wetenschappen. „We zijn het enige land van de G20 dat niet in de WTO zit. Daarom wordt er tegen onze handel een oorlog gevoerd en zijn er zo veel antidumpingmaatregelen tegen ons getroffen. De WTO biedt ons de mogelijkheid om naar internationale rechtbanken te stappen en conflicten te voorkomen.”

Ondanks dit enthousiasme heeft ook Grinberg zijn twijfels over het lidmaatschap. Vooral als het over de Russische landbouw gaat. „In andere WTO-lidstaten wordt veel meer subsidie aan de landbouw toegekend dan bij ons”, zegt hij. „Bovendien is de kwaliteit van onze landbouwproducten slecht. Als Rusland tot de WTO toetreedt, zullen er veel meer buitenlandse landbouwproducten worden ingevoerd dan voorheen. En die producten winnen het van de onze, waardoor de Russische landbouw meerdere miljarden dollar per jaar verliest.”

Het WTO-lidmaatschap betekent volgens Ginsberg ook een lagere verbruiksbelasting. „En dat houdt in dat nieuwe meubel- of papierfabrieken niet in Rusland worden gebouwd, maar in Finland of Polen”, zegt hij, doelend op de doelmatigheid en het moderne karakter van de houtindustrie daar.

Ook krijgen andere WTO-landen dan toegang tot de Russische markt. En dat is zeer nadelig voor het prille Russische midden- en kleinbedrijf. „Dat verkeert in een te slechte conditie om de strijd aan te kunnen met kapitalistische haaien en zal als gevolg daarvan ten onder gaan. Ook de gewone burger wordt door het WTO-lidmaatschap geraakt, omdat de tarieven voor elektriciteit en gas op internationaal niveau moeten worden gebracht en ze daardoor behoorlijk zullen stijgen.”

Alleen voor de zware industrie is een WTO-lidmaatschap gunstig, zegt de econoom. „Er bestaat een kans dat de metaal- en de chemie-industrie erop vooruit gaan, ook omdat het moderne bedrijfstakken zijn. De EU en de VS hebben de afgelopen jaren tal van obstakels opgeworpen om concurrentie uit die hoek tegen te gaan.”

Datzelfde bevestigt ook Vasili Koltasjov, hoofd van het Centrum voor Economisch Onderzoek. „De metaal-, gas- en olieproducenten krijgen het makkelijker”, zegt hij. „Maar tegelijkertijd zullen de VS en de EU Rusland alleen als afzetgebied gaan beschouwen. Datzelfde is al eerder gebeurd in de Baltische landen. Want waarom heb je nog een lokale infrastructuur nodig als je ze al alles kunt verkopen? Als dat Baltische scenario wordt herhaald in Rusland, zullen onze industrie en landbouw zich nooit kunnen ontwikkelen.”