Psst, leninkje afsluiten?

Valutahandelaar René van den Berg dupeerde duizenden beleggers en kreeg vijf jaar cel.

De curator wil dat wie aan zijn piramidespel verdiende nu voor de schade opdraait.

Nederland, groenekan, 08-06-2005, Speculant rene van den berg (R)( in het midden Peter Wessels en links paul Haarhuis.) , sponsor van Hilvertsheide, tennis. in opspraak wegens wanbetaling, betalingsachterstanden.foto michael Kooren/ HH Michael Kooren/Hollandse Hoogte

Leninkje verstrekken? U krijgt uw geld écht terug en ik garandeer u een rente van 50 procent per jaar. Ik ga uw geld namelijk heel lucratief beleggen en keer elke maand een deel van mijn winsten uit.

Verstandige mensen zouden dergelijke stofzuigerverkopers ogenblikkelijk van hun stoep jagen. Gegarandeerde rentes of beleggingswinsten bestaan niet, en zeker niet met percentages van 10 procent of meer. Toch duiken dit soort beleggingsvoorstellen geregeld op en blijven mensen erin trappen.

In de afgelopen jaren werden verschillende beleggingsfraudeurs ontmaskerd: de Ferrari-verzamelende mannen achter Palminvest en Easy Life, de Amerikaanse wonderbelegger Bernard Madoff die ook Nederlandse clientèle had, de op Amerikaanse levensverzekeringen gokkende Frank L. van Quality Investments en – in 2005 – valutahandelaar René van den Berg.

De laatste heeft z’n gevangenisstraf van vijf jaar inmiddels uitgezeten. Maar de curator die de failliete boedel van Van den Berg afwikkelt, procedeert nog altijd bij de civiele rechter. Toni van Hees probeert zo de ruim duizend gedupeerde beleggers iets van hun inleg terug te bezorgen. Van Hees heeft het vermoeden dat een kleine groep van de 1.400 mensen die vanaf 2001 grote sommen geld aan Van den Berg uitleenden, van diens piramidespel heeft geprofiteerd. Het gaat volgens Van Hees om een groep van 42 mensen.

Van den Berg belegde de opgehaalde miljoenen helemaal niet, zoals hij beloofde, in buitenlandse vastgoedprojecten of op de valutamarkten die hij zo goed kende. Nee, hij gebruikte de inleg van nieuwe deelnemers om bestaande deelnemers het toegezegde rendement te kunnen bieden. In het voorjaar van 2005 stokte dit klassieke geval van een Ponzi-scheme toen toezichthouder Autoriteit Financiële Markten een onderzoek begon. René van den Berg werd failliet verklaard en vervolgens door justitie vervolgd.

Curator Van Hees kreeg afgelopen vrijdag een gevoelige nederlaag te verduren in zijn poging om de geschatte 20 miljoen euro aan winsten van de 42 ‘profiteurs’ terug te vorderen ten behoeve van de ruim 1.350 ‘verliezers’. De Hoge Raad bepaalde echter dat één cliënt van Van den Berg de door haar verdiende 1 miljoen niet hoeft terug te betalen.

De betreffende belegger, een door partijen anoniem gehouden dame uit Heemstede, had vanaf oktober 2001 via een tussenpersoon grote bedragen aan René van den Berg geleend. De bedragen waren fors: 1,4 miljoen euro verdeeld over elf tranches. De in het vooruitzicht gestelde rentevergoedingen waren nog veel forser: van 3 procent per maand tot een bedrag oplopend tot 80 procent per jaar. Wist zij, was een van de vragen in het proces, dat deze „exorbitante rentepercentages” zo irreëel waren dat ze alleen via frauduleus handelen op te hoesten waren?

Curator Van Hees vindt van wel en voerde aan dat het hier ging om „ongerechtvaardigde verrijking” die onder meer indruiste tegen de „goede zeden”.

Bovendien vindt hij dat de afspraken die deze belegger met Van den Berg had gemaakt – keurig vastgelegd in contracten – met terugwerkende kracht nietig moeten worden verklaard, omdat de strafrechter het handelen van Van den Berg zelf als frauduleus heeft bestempeld.

De Hoge Raad gaf, in navolging van het Amsterdamse gerechtshof, de curator ongelijk. De wettelijke toezichtsregels die destijds golden, maken niet duidelijk of individuele geldleningsovereenkomsten nietig moeten worden verklaard als degene die de geldleningen aanging zonder vergunning handelde. Daarbij stelde de Hoge Raad dat de betrokken geldverstrekker niet op de hoogte was dat zij met een fraudeur van doen had. Omdat Van den Berg aan haar werd voorgesteld als iemand „met grote deskundigheid op beleggingsgebied” kan haar „redelijkerwijs niet worden verweten dat zij geen onderzoek heeft ingesteld naar de herkomst van de gelden en naar de handel en wandel van Van den Berg”.

Van Hees, die deze zaak als proefproces beschouwde, is verbolgen over het oordeel van het hoogste rechtscollege. „Kennelijk is de rechter van mening dat de idiote rendementen die Van den Berg garandeerde wel op een eerlijke wijze kunnen worden gemaakt. Hoe is voor mij overigens een raadsel.”

In een aantal andere procedures jaagt de curator op mogelijke handlangers van Van den Berg. Maar ook hier zal hij met meer argumenten moeten komen. „Ik zou volgens de Hoge Raad moeten bewijzen dat voor deze betrokkenen die (heel) veel aan Van den Berg hebben verdiend, duidelijk was dat er van fraude sprake was.”

Hij ziet het somber in. „De kans is niet groot dat ik de winsten van de veertig profiteurs ten behoeve van de vele verliezers kan terughalen. Het is voor mij onbegrijpelijk dat de rechter deze mensen in de kou laat staan en toelaat dat degenen die grof hebben geprofiteerd geheel ongemoeid gelaten worden.” Kennelijk, concludeert Van Hees, „kan iedereen die aan een piramidespel wil deelnemen wel een gokje wagen.”