Naar de Turkse rechter voor oma's fortuin

Het is filerijden voor het grootste gerechtsgebouw van Istanbul. Duizenden Istanbulu persen zich deze ochtend naar binnen door de metaaldetectors. Het grootste gerechtsgebouw van Europa opende in juli zijn deuren, negentien verdiepingen hoog.

Dat dit gebouw in Turkije staat mag symbolisch heten voor de staat waarin het land verkeert. Vroeger werd hier politiek bedreven met staatsgrepen, reden de tanks door de straten als het nodig was. Tegenwoordig is het strijdtoneel de rechtbank. Journalisten, academici, militairen, parlementsleden. Ze lopen hier de deur plat.

En Zeynep en haar moeder, mijn Turkse kennis. Drie keer per week zijn ze hier te vinden. Moeder vooral.

Sinds het overlijden van Zeyneps grootmoeder in 2008 gaat het zo. Sindsdien is het hommeles in het gezin van vier. Broers en zussen staan elkaar naar het leven over de erfenis, die naar verluidt miljoenen euro’s waard is.

Hoeveel rechtszaken spelen er dan, vraag ik moeder voor de aanvang van weer zo’n hoorzitting. „Honderd”, lacht ze schuchter. „Misschien iets meer, ik ben de tel kwijtgeraakt.” Aan rijken geen gebrek in het Turkije van vandaag. Na New York, Moskou en Londen wonen in Istanbul meer miljardairs dan waar ook ter wereld. En met de elf procent groei van de economie in de eerste zes maanden van dit jaar, komen er steeds meer bij. Crisis in Europa? Niet hier.

Maar hoe houd je de rijkdom vast in een land dat niet aan testamenten doet en waar steevast, na ieder overlijden een gevecht uitbreekt over het nagelaten fortuin? De Turkse wet is duidelijk: tweederde van het nagelaten vermogen behoort de kinderen toe, en eenderde aan de echtgenoot.

Maar „familiehaat”, om met de schrijver Orhan Pamuk te spreken, „is typerend voor Istanbulse rijken”. Door de rappe verstedelijking werden sommigen hier in korte tijd schatrijk door de waardestijging van hun grond. Ruzie over de verdeling van vermogen is hier het bewijs dat je een echte bent: oud Istanbuls geld.

Zeyneps oom ijsbeert nerveus voor de deur van de rechtszaal. Zijn gelakte schoenen tikken op de koude tegels. „Hij is steenrijk”, fluistert Zeyneps moeder. Eigenaar van een grote winkelketen, landgoederen, kantoorgebouwen in de hele stad.

Maar sinds de dood van grootmoeder spreekt hij niet langer met zijn zus. Hij schreeuwt alleen maar. „Eens haalde hij uit met zijn vuist. Hij kwam zo dicht bij mijn gezicht”, vertelt ze, en ze geeft met haar duim en wijsvinger de afstand aan die zijn vuist en haar kaak nog scheidden. „Ik snap het ook niet.”

Vandaag spelen zes rechtszaken tegelijk. In een ervan beschuldigen oom en tante Zeynep ervan illegaal in een appartement van haar grootmoeder te hebben gewoond. Ruim een jaar voor haar dood had ze haar kleinkind gevraagd daar te komen wonen, vertelt Zeynep. „Ze wilde graag dat ik dicht bij haar was.”

Haar tante en oom beweren dat dit een leugen is en dat Zeynep pas na de dood van grootmoeder ongevraagd in het appartement is getrokken. Ze eisen nu de onbetaalde huur op. „Ik weet niet wat hen bezielt”, zegt haar moeder. „Ze willen Zeynep pijn doen.”

De deur zwaait open en de bode komt voor de eerste getuige. Zeyneps vriendinnen schuifelen naar binnen. Daar vertellen ze aan de rechter dat ze Zeynep in haar appartement bezochten terwijl grootmoeder nog in leven was.

Buiten verhaalt moeder hoe haar broer geen dag voor haar zieke moeder wilde zorgen. „Ik verzorgde haar dag in dag uit. Maar als ik twee dagen de stad uitmoest dan weigerde hij om het stokje even over te nemen.”

Ze hebben elkaar in jaren niet zoveel gezien als nu in de rechtszaal. Moeder lacht. „Het leven is interessant. Vind je niet?”

Bram Vermeulen

    • Bram Vermeulen