Liever niet te veel bakfietsen

In Amsterdam-Noord zijn vijf Broedstraten waar kunstenaar wonen en werken.

Niet iedereen zit daarop te wachten. Zoals de alcoholisten in het Noorderpark.

Terwijl het buiten miezert, versieren kinderen binnen cupcakes, laten zich fotograferen als politieagent of Gooische vrouw en ontwerpen een tas. Elke laatste zondag van de maand heeft het atelier Modestraat in Amsterdam-Noord open huis. Kunstenaars proberen er samen met de buurt de wijk te verbeteren. Op een creatieve manier. Heba Shaaban is met twee kinderen gekomen. Ze is blij met het atelier. „Er is hier in de buurt weinig te doen.”

De Modestraat is een van de vijf zogenaamde broedstraten in Amsterdam-Noord, waar kunstenaars samen met de bewoners de buurt leefbaarder proberen te maken. Woningbouwverenigingen Ymere en Stadgenoot bieden hiervoor panden en woningen aan. „Maar ze krijgen er veel voor terug”, zegt kunstenaar Tobias Krasenberg die een atelier heeft in de Modestraat.

Het idee dat de komst van creatievelingen zorgt voor economische vooruitgang in een stad of een buurt, komt van de Amerikaanse hoogleraar Richard Florida. Zijn bestseller The Rise of the Creative Class uit 2002 werd internationaal al snel omarmd door gemeenten en steden. Op verschillende locaties ontstonden zogenaamde broedplaatsen, gesubsidieerd door de gemeente, waar kunstenaars voor weinig geld een atelier kunnen huren. Zo stimuleert de Amerikaanse stad Detroit sinds het instorten van de auto-industrie de komst van kunstenaars. Ook Amsterdam heeft ongeveer tachtig broedplaatsen.

Maar Floor Ziegler, artistiek leider van het broedstratenproject, zag dat kunstenaars in broedplaatsen zich afzonderden. „De kunstenaars kwamen met de pont in Noord aan, gingen hun atelier binnen en werkten tussen die vier muren. Er was nauwelijks contact met de buurt.” Een gemis, volgens Ziegler, want Noord kent veel achterstandsbuurten.

Daarom verzamelde ze in 2008 een aantal kunstenaars die graag maatschappelijke kunst wilden maken en begon het project Noorderparkkamer: een paviljoen in het Noorderpark, waar concerten voor en door buurtbewoners worden gehouden. Een jaar later volgde de eerste broedstraat. De kunstenaars wonen in de buurt en betrekken de bewoners bij projecten.

De Modestraat is de nieuwste broedstraat en is nu ruim een maand open. ‘Kwartiermaker’ Mira Ter Braak onderhoudt het contact met de woningbouworganisatie, gemeente, kunstenaars en buurt. Ze is de sociale spil van de broedstraat. De Modestraat bestaat in tegenstelling tot de andere broedstraten uit maar één pand. De lichte, open ruimte is aan de straatkant geheel van glas en verschillende kunstenaars houden hier atelier. Het gaat niet alleen om kleding. „Grafisch ontwerp of sieraden krijgen hier ook de ruimte”, vertelt Ter Braak. „Op dit moment is er in de etalage een expositie van dobbers die lokale vissers samen met kunstenaars hebben gemaakt.”

De bewoners zitten alleen niet altijd te wachten op kunst. Zo wilden de alcoholisten in het Noorderpark niet dat hun plek zou worden afgepakt door Zieglers project. „Tijdens de eerste concerten werden we met boegeroep ontvangen”, vertelt ze. Ook het bereiken van alle groepen bewoners is moeilijk. „De nieuwe noorderlingen komen wel, maar je wil juist iedereen erbij betrekken. Als er te veel bakfietsen staan, zullen de oude noorderlingen niet meer zo snel komen.”

„Maar”, zegt Ziegler, „boosheid is ook een manier om met elkaar in contact te komen.” Door met de boze bewoners te praten, raken ze betrokken bij het proces. „Uiteindelijk worden ze dan vaak enthousiast. De bewoners die tegen de komst van de Muziekstraat waren, willen nu graag meezingen in het koor of vragen muziekles voor hun kinderen.”

Een andere manier om bewoners te betrekken, is ze te benaderen met concrete vragen. Ziegler: „Als je aan mensen vraagt wat ze voor de buurt willen, kunnen ze hier vaak geen antwoord op geven. Maar als je verschillende mensen uit de wijk vraagt hun favoriete nummers te spelen tijdens een concert, werkt dit beter.”

Ook het aantrekken van kinderen zorgt voor betrokkenheid. Dan komen de ouders vanzelf. De 7-jarige Ridwan woont bijvoorbeeld boven de atelierruimte van de Modestraat en komt vaak langs. Wat hij daar doet? Hij rolt met zijn ogen: „Kunst maken - dûuh. Het liefst met hout. Boren, zagen, timmeren.” Vandaag deelt hij hapjes uit. „Die heeft mijn moeder gemaakt en er zit geen varkensvlees in.” Zijn moeder, Serpil Sevincer, vertelt dat ze blij is met de komst van de Modestraat. Er is in de buurt namelijk niet veel te doen. „Daarom heb ik de hapjes met liefde gemaakt.”

Kunstenaar Tobias Krasenberg heeft een atelierruimte in de Modestraat. Hij is bezig met het buurtproject ‘Via Via’. Met een groep jongeren heeft hij pakketjes gemaakt die hij door de brievenbussen in de buurt gooit. Een notitieboekje met een wegwerpcamera. In het boekje krijgt de bewoner een opdracht. Bijvoorbeeld zijn of haar tatoeage fotograferen en opschrijven welke betekenis erachter zit. Hierna kunnen ze de opdracht doorgeven tot het boekje of de camera vol is. „Maar de mensen zijn voorzichtig. Zo willen ze vaak geen foto’s in huis nemen omdat ze bang zijn dat de tv aan de muur inbraak uitlokt. ”

Inmiddels staat Ridwan bij de naaimachines waar een rugzak van legerprint voor hem wordt gemaakt. Eenmaal klaar wil hij ermee op de foto in de kleine studio in het atelier. Hij pakt een pruik met blonde krullen en gaat klaarstaan. Een blond meisje in een roze trainingspak van dezelfde leeftijd laat zien hoe je moet poseren. Met een hand in de zij en haar hoofd gedraaid kijkt ze in de camera. Ridwan besluit anders. Hij wil zijn rugzak goed op de foto, draait zich om en balt zijn vuisten.